Ik weet het. Verstandelijk weet ik het al heel lang. Dat het enige moment waarin leven werkelijk plaatsvindt, nu is. Ik heb het gelezen, gehoord, misschien zelfs doorgegeven aan anderen. En toch merk ik hoe weinig ik er daadwerkelijk leef.

Afbeelding door Erik Voncken
Mijn hoofd leeft elders.
Het dwaalt terug naar wat was: beslissingen die ik anders had kunnen nemen, woorden die ik beter had kunnen kiezen, momenten die voorbij zijn en niet meer terugkomen.
Of het schiet vooruit, naar wat misschien nog komt: zorgen over gezondheid, over ouder worden, over verlies, over hoe het verder moet.
Mijn hoofd is zelden hier.
En toch ben ík hier.
Met het nu kan mijn verstand eigenlijk niets.
Het verstand is een instrument dat werkt met herinnering en verwachting.
Het vergelijkt, analyseert, verklaart, trekt conclusies.
Het is uitstekend in terugkijken en vooruit denken.
Maar in het nu, het levende moment, heeft het niets om zich aan vast te houden.
In het nu is niets geprogrammeerd.
Geen draaiboek.
Geen zekerheid.
En precies dát maakt het voor het verstand ongemakkelijk.
Ik merk hoe vaak ik ongemerkt ben gaan leven vanuit mijn denken.
Alsof die voortdurende stroom van gedachten mijn identiteit is.
Alsof ik samenval met mijn hoofd.
Wat ik denk, ben ik.
Wat ik denk, is de werkelijkheid.
Dat is lange tijd ook goed gegaan.
Het denken heeft me gebracht waar ik ben.
Het heeft me geholpen keuzes te maken, verantwoordelijkheden te dragen, een leven op te bouwen.
In de drukte van werk, gezin en verplichtingen werd het nauwelijks in twijfel getrokken.
Maar nu, in deze levensfase, begint het te knagen.
Er is meer stilte.
Meer ruimte.
Meer tijd om te voelen dat er iets niet klopt.
Want terwijl mijn hoofd druk bezig is met het verleden en de toekomst,
gebeurt het leven zelf ergens anders.
Hier.
In dit moment.
Ik merk het soms ineens.
Bijvoorbeeld wanneer ik buiten loop en mijn gedachten even stilvallen.
Of wanneer ik iemand aankijk zonder iets te willen zeggen of oplossen.
Of wanneer ik simpelweg ademhaal en voel dat ik leef.
Dan is er geen verhaal.
Geen analyse.
Geen oordeel.
Dan ben ik er.
Mijn verstand kan niets met het Nu.
En misschien hoeft dat ook niet.
Misschien is het niet de bedoeling dat het verstand het leven leidt.
Toch hebben we dat collectief wel zo ingericht.
We zijn ons gaan identificeren met het denken.
We zijn het gaan aanzien voor wie wij zijn.
En alles wat niet gedacht kan worden, is naar de achtergrond verdwenen.
Gevoel.
Aanwezigheid.
Stilte.
Zijn.
We noemen het vaag, ongrijpbaar of niet praktisch.
Maar misschien is het juist het meest wezenlijke.
In deze fase van het leven wordt steeds duidelijker dat controle een illusie is.
Dat plannen geen garanties bieden.
Dat het lichaam zijn eigen wijsheid heeft, los van onze schema’s.
Dat verlies en eindigheid geen theorieën zijn, maar ervaringen.
Het denken probeert daar grip op te krijgen.
Het zoekt verklaringen, oorzaken, oplossingen.
Maar sommige dingen laten zich niet oplossen.
Ze vragen om aanwezig zijn.
En daar stokt het denken.
Daar kan het niets meer betekenen.
In het Nu hoeft niets begrepen te worden.
Daar hoeft niets beter, anders of opgelost.
Daar is alleen wat er is.
Leven.
Niet als concept, maar als ervaring.
Niet als idee, maar als stroming.
De levensenergie die leven geeft —
zonder voorwaarden, zonder uitleg.
Misschien is dat wel de uitnodiging van deze levensfase.
Niet om nog meer te begrijpen,
maar om minder te identificeren.
Niet om het denken uit te schakelen,
maar om het zijn plaats te laten innemen.
Het denken als dienaar.
Niet als heerser.
En telkens wanneer ik dat even zie —
niet denk, maar zie —
is er rust.
Dan hoef ik niets te worden.
Dan ben ik al waar ik ben.
Hier.
Nu.
Meer lezen van Christine?