Het jaar is nog maar een paar weken oud maar het lijkt alsof er een kwartaal verstreken is. Laten we het niet over de situatie wereldwijd hebben, want dan is mijn optimismebatterij snel leeg en moet ik naar een anger management klasje om weer enigszins zen te worden. Ook dichterbij gebeurt er van alles. Zo veranderde het voor januari typerende grauwe straatbeeld in een wit winterparadijs. Het bleef zelfs een week liggen. Voor de liefhebbers natuurlijk feest, voor diegenen onder ons met uitglij-angst en verstokte kou-haters was het vooral duimen dat die witte laag zo snel mogelijk verdwenen zou zijn.

Ik bevind me qua mindset ergens tussenin. Verse sneeuw is fantastisch, de dikke witte deken zorgt voor een aangename stilte en alles ziet er maagdelijk en schoon uit. Zelfs lelijke dingen krijgen charme. Van mij mag het een paar dagen duren en dan is de lol er wel af. Vooral mijn handen en voeten krijgen het zwaar te verduren en smeken om wat hogere temperaturen, dikke wanten en thermopanty’s ten spijt. Iedere keer weer ben ik bang dat mijn voeten bij de enkels afbreken als ik mijn schoenen uittrek. Ik verwacht niet dat Nederland in een wintersportparadijs verandert, maar mocht dat wel het geval zijn dan hoop ik dat er iets wordt uitgevonden wat helpt tegen die ijspegeltenen. Laarzen met ingebouwde warmte-elementen bijvoorbeeld. Misschien moet ik er maar vast patent op aanvragen.
Aan de weersomstandigheden kunnen we verder weinig doen. Waar ik wel invloed op heb is de manier waarop ik op dingen reageer. Ik merk (met de nodige schaamte) dat ik soms transformeer in de vrouw met de bezem, zoals ik het zelf noem. Een boosaardige toverkol, die regelmatig een rondje op haar bezemsteel maakt om haar zegje te doen. Een ietwat zurig vrouwtje met een kort lontje, iets waarvan ik me had voorgenomen dat nooit te worden. Of het nu komt door het ouder worden of het dagelijkse nieuws, soms lijkt het of ik ben beland in een soort puberteit voor senioren en het bevalt me voor geen meter.
De positivo in mij wint het gelukkig nog steeds en het zou mijn eer te na zijn als ik niet op zoek zou gaan naar een oplossing. Die diende zich vorige maand aan in de vorm van een Ayurveda cursus. Ik ga je niet vermoeien met wat Ayurveda eigenlijk is (of niet is), daar zijn genoeg boeken over te vinden. Een test wees uit dat ik een vata-type ben (levendig, enthousiast en creatief, maar ook snel uit balans door stress). Herkenbaar, maar het is vooral interessant om te zien wat er gebeurt als vata uit balans is. Aha, uitstelgedrag, koude voeten en korte lontjes, het komt dus gewoon door de onbalans in mijn dosha. Het goede nieuws is dat je daar wat aan kunt doen, volgens de leer dus.
Koud water is niet goed voor vata-types, dus die twee minuten koud douchen, wat ik al zo’n vijftien jaar met frisse tegenzin iedere morgen deed, verdween als eerste uit het ochtendritueel. Dat was een onverwacht pluspunt. Ik kocht als de wiedeweerga een tongschraper, een absolute must voordat je de dag begint. Gewoon verkrijgbaar bij de Etos, zo’n ding van plastic. Jammer genoeg is dat niet de bedoeling, want de tongschraper dient van koper te zijn. Klopt als een bus, met de plastic versie hingen de vellen aan mijn tong. Oliemassages, ook onmisbaar om in balans te komen. Sesamolie verwarmen en smeren maar. Dat had ik toevallig in huis, maar na twee dagen smeren viel me op dat ik heel erg naar een Aziatische kiploempia begon te ruiken. Sesamolie dient niet geroosterd te zijn, oftewel de bak- en braadversie mag je in het keukenkastje laten staan. Ik zal het maar niet hebben over het moment dat ik zowat een schedelbasisfractuur opliep doordat ik vanwege te overdadig geoliede voetjes bijna uitgleed. Het ontbijt vergde ook wat aanpassing. Koud ontbijten is uit den boze, dus de Griekse ijskoude yoghurt mag door het gootje worden gespoeld en is inmiddels vervangen door een soort van warm havermoutpapje. Van het woord alleen al kreeg ik vroeger kokhalsneigingen, maar inmiddels weet ik er een eetbare variant van te maken en vooruit, je krijgt het er lekker warm van.
Is mijn dosha inmiddels meer in balans met al die aanpassingen in levensstijl? Ik denk dat ik me er iets meer in moet verdiepen voordat ik daar een zinnig woord over kan zeggen. Het korte lontje lijkt iets langer te zijn, de bezem is al even niet in gebruik en de voetjes houden zich kranig, dus we kijken het nog even aan. Een van de kenmerken van een vata-type is dat we dingen vaak leuk vinden, maar het ook weer snel zat zijn. Ik laat het maar lekker gebeuren.
Meer lezen van Patty?