Yayoi Kusama schilderde tot haar laatste dagen

De Japanse kunstenaar Yayoi Kusama overleed op 14 augustus 2026 op 97-jarige leeftijd. Ze was al jong een pionier, maar groeide pas na haar zestigste uit tot de wereldster die miljoenen mensen haar oneindige universum binnenleidde. Haar leven laat iets wezenlijks zien: een oeuvre kent geen pensioenleeftijd.

In samenwerking met

Yayoi Kusama schilderde tot haar laatste dagen
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Aug 27, 2026

Tot haar laatste dagen bleef Yayoi Kusama schilderen. Haar studio maakte haar overlijden op 27 augustus bekend met een zin die bijna als een laatste zelfportret leest: ze had haar penseel nooit neergelegd. Dat meldde haar officiële organisatie bij de bekendmaking van haar overlijden.

Het beeld past bij haar werk. Stip na stip, lus na lus, bloem na bloem. Niet om iets netjes af te ronden, maar om het groter te maken dan een menselijk leven. Kusama bouwde werelden waarin de grenzen tussen lichaam en ruimte verdwenen. Ze vulde zalen met spiegels, lichtjes en eindeloze patronen. Ze maakte pompoenen zo groot dat ze op landschappen leken en schilderde doeken waarop geen rustpunt meer te vinden was.

Nu haar leven ten einde is, valt vooral op hoeveel ervan zich na haar zestigste nog ontvouwde. Ze begon niet laat. Integendeel, ze was al in de jaren vijftig en zestig een radicale vernieuwer. Maar de grote museale erkenning, het internationale publiek en enkele van haar omvangrijkste schilderreeksen kwamen pas veel later.

Kusama’s verhaal is daarom niet het eenvoudige verhaal dat leeftijd slechts een getal is. Het is interessanter dan dat. Het laat zien dat talent vroeg aanwezig kan zijn, terwijl de wereld er decennia over doet om het werkelijk te herkennen. En dat een kunstenaar op haar tachtigste niet alleen kan terugkijken, maar aan het grootste schilderproject van haar leven kan beginnen.

Het meisje dat door bloemen werd omringd

Kusama werd op 22 maart 1929 geboren in Matsumoto, een stad tussen de bergen van centraal Japan. Haar familie handelde in zaden en planten. In de kwekerij stonden velden vol bloemen en pompoenen, motieven die later overal in haar werk zouden terugkeren.

Als kind zag ze soms patronen die zich over haar omgeving leken uit te breiden. Bloemen spraken tegen haar. Stippen namen muren, meubels en haar eigen lichaam over. Het waren angstige ervaringen, maar op papier kon ze er vorm aan geven. Ze tekende wat ze zag en ontdekte zo iets wat haar leven lang belangrijk zou blijven: kunst kon geen einde maken aan haar innerlijke onrust, maar ze kon die onrust wel omzetten in een beeld.

Het is verleidelijk om haar hele oeuvre vanuit haar psychische kwetsbaarheid te verklaren. Daarmee zouden we haar tekortdoen. Kusama was niet alleen iemand die visioenen registreerde. Ze was ook een scherpzinnige kunstenaar die steeds nieuwe vormen vond voor vragen over herhaling, verdwijnen, verlangen, leven en dood.

Haar stippen zijn tegelijk persoonlijk en kosmisch. Een stip kan een cel zijn, een planeet, een mens of slechts een klein teken in een onmetelijk heelal.

Een vrouw alleen in New York

In 1957 vertrok Kusama naar de Verenigde Staten. Een jaar later vestigde ze zich in New York, waar ze terechtkwam in de avant garde van de jaren zestig. De kunstwereld was er levendig, maar ook hard, mannelijk en competitief. Als jonge Japanse vrouw zonder groot netwerk moest ze haar eigen plaats bevechten.

Ze maakte haar zogenoemde Infinity Nets: grote schilderijen bedekt met duizenden kleine, handgeschilderde lussen. Van een afstand lijken het witte of grijze velden. Wie dichterbij komt, ziet een bijna lichamelijk ritme, het spoor van uren, dagen en maanden werk. De herhaling is niet machinaal. Juist de kleine verschillen verraden de hand die bleef bewegen.

Daarna kwamen zachte sculpturen, meubels bedekt met ontelbare gestikte vormen, performances, films, mode en protestacties tegen de oorlog in Vietnam. In 1965 bouwde ze haar eerste Infinity Mirror Room. Spiegels vermenigvuldigden de objecten in de ruimte en losten tegelijk de bezoeker op in het beeld. Wat begon als een manier om herhaling te verbeelden zonder duizenden voorwerpen te hoeven maken, werd een van de invloedrijkste ideeën in de hedendaagse installatiekunst. Het Hirshhorn Museum beschrijft hoe Kusama met deze eerste spiegelkamer een beslissende artistieke doorbraak vond.

In 1966 verscheen Kusama op de Biënnale van Venetië met Narcissus Garden, een veld van spiegelende bollen. Ze had toen al een beeldtaal die onmiddellijk herkenbaar was. Toch kreeg haar werk niet dezelfde duurzame plaats in de kunstgeschiedenis als dat van verschillende mannelijke tijdgenoten. Ze was zichtbaar, maar nog niet werkelijk gevestigd.

Terug naar Japan, zonder op te houden

In 1973 keerde Kusama terug naar Japan. Vanaf 1977 woonde ze vrijwillig in een psychiatrische kliniek in Tokio. Haar atelier lag vlakbij. Daar werkte ze volgens een vast ritme, dag na dag. Ook schreef ze romans en poëzie. In 1983, op haar vierenvijftigste, ontving ze een literaire prijs voor haar roman The Hustlers Grotto of Christopher Street.

Van buitenaf zou deze periode gemakkelijk als een terugtrekking kunnen worden gezien. Maar terugtrekken is niet hetzelfde als ophouden. Kusama maakte door, ook toen de internationale kunstwereld minder aandacht voor haar had. De stilte rond haar naam was niet de stilte van een leeg atelier.

Dat is misschien een van de meest betekenisvolle delen van haar levensverhaal. Werk kan doorgaan zonder applaus. Een kunstenaarschap bestaat niet alleen bij de gratie van zichtbaarheid. Soms ontstaat de continuïteit van een leven juist in de jaren waarin anderen minder goed kijken.

De wereld keek opnieuw toen zij zestig was

In 1989, het jaar waarin Kusama zestig werd, kreeg ze in New York haar eerste grote institutionele overzichtstentoonstelling. Vier jaar later vertegenwoordigde ze Japan op de Biënnale van Venetië. Ze was 64 en de eerste vrouw die daar namens Japan een solopresentatie kreeg. In een spiegelkamer vol kleine gele pompoenen zat Kusama zelf, gekleed in bijpassend geel.

De kunstenaar die in 1966 nog op eigen initiatief spiegelbollen bij de Biënnale had gebracht, stond nu centraal in het officiële Japanse paviljoen. Het Cleveland Museum of Art noemt haar presentatie uit 1993 een belangrijk moment in haar loopbaan.

Die presentatie werd een keerpunt. In 1998 volgde Love Forever, een groot overzicht van haar New Yorkse jaren dat onder meer in het Museum of Modern Art te zien was. Kusama was toen 69. Musea begonnen niet alleen haar recente werk te tonen, maar ook de kunstgeschiedenis opnieuw te lezen. Ineens werd duidelijk hoe vroeg ze had gewerkt met installatie, performance, herhaling en de ervaring van de bezoeker.

Het Museum of Modern Art schreef destijds dat Kusama’s bijdrage aan de Amerikaanse kunst van de jaren zestig in de vergetelheid was geraakt. Haar herwaardering was dus niet alleen een persoonlijke comeback. Het was ook een correctie van de kunstgeschiedenis.

Dat maakt haar late erkenning dubbelzinnig. Het is verleidelijk haar als een laatbloeier te beschrijven, maar haar kunst had allang gebloeid. Het waren de instituties die laat waren. Haar succes op latere leeftijd vertelt daarom niet alleen iets over volharding. Het vertelt ook iets over wie er wordt gezien, wie wordt vergeten en wie later opnieuw wordt ontdekt.

Op haar tachtigste begon ze aan negenhonderd schilderijen

Het indrukwekkendste aan Kusama’s latere leven is niet dat ze haar bekende beelden bleef herhalen. Ze bleef nieuwe reeksen beginnen.

In 2009, het jaar waarin ze tachtig werd, startte ze met My Eternal Soul. Ze dacht aanvankelijk aan ongeveer honderd schilderijen. Toen de reeks in 2021 eindigde, waren het er volgens haar eigen organisatie ongeveer negenhonderd. De doeken zijn fel, direct en dichtbevolkt. Gezichten, ogen, cellen, amoeben, bloemen en grillige lijnen staan naast elkaar alsof een heel alfabet van het leven tegelijk wordt uitgesproken.

Deze schilderijen voelen niet als een rustige epiloog. Ze zijn onstuimig en soms bijna kinderlijk vrij. De precieze, vaak monochrome netten uit haar jonge jaren maakten plaats voor harde kleuren en grote vormen. Haar late werk was geen zwakkere herhaling van vroeger, maar een nieuw hoofdstuk met een eigen tempo.

Op haar 92ste begon Kusama alweer aan een volgende serie, Every Day I Pray for Love. Op haar 95ste opende in Melbourne een groot overzicht dat uiteindelijk 570.537 bezoekers trok, het hoogste aantal ooit voor een tentoonstelling met toegangskaartjes in de National Gallery of Victoria. De tentoonstelling bevatte bovendien een nieuwe spiegelkamer uit 2024. Dat blijkt uit de officiële bezoekerscijfers van het museum.

In 2025, toen ze 96 was, toonde Fondation Beyeler naast vroege werken ook nieuwe producties. De grote tentoonstelling die dit voorjaar in Museum Ludwig in Keulen te zien was, liep van haar allereerste tekening uit circa 1934 tot een speciaal ontwikkelde installatie uit 2025. Museum Ludwig bracht meer dan driehonderd werken bijeen.

Meer dan negentig jaar lagen tussen dat eerste kinderwerk en die laatste nieuwe ruimte.

De stip als een manier om te verdwijnen

Wie Kusama vooral kent van vrolijke pompoenen en fotogenieke spiegelkamers, kan gemakkelijk voorbijgaan aan de ernst van haar werk. Haar werelden zijn aantrekkelijk, maar niet zorgeloos. In een spiegelkamer zie je jezelf eindeloos terug en raak je jezelf tegelijk kwijt. Je bent overal en daardoor bijna nergens.

Kusama noemde dit self obliteration, het uitwissen van het zelf. Door een lichaam, meubel of ruimte volledig met stippen te bedekken, verdwijnt het afzonderlijke ding in een groter patroon. Dat kan beangstigend zijn, maar ook troostrijk. Het ego hoeft even niet het middelpunt te zijn. De mens wordt een stip tussen andere stippen, klein maar niet betekenisloos.

Ook de pompoen draagt die dubbele laag. Kusama hield van de aardse, bescheiden vorm, van de stevige rondingen en de onregelmatigheid. De pompoen was vertrouwd sinds haar jeugd, maar groeide in haar werk uit tot een alter ego: grappig, eigenzinnig, kwetsbaar en onverstoorbaar aanwezig.

Misschien verklaart dat waarom haar kunst generaties tegelijk aanspreekt. Een kind ziet kleur en spel. Een volwassene kan er verlies van controle in herkennen. Iemand die ouder wordt, ziet misschien nog iets anders: de mogelijkheid om op te gaan in een groter geheel zonder te verdwijnen uit het verhaal.

Geen rechte lijn naar een hoogtepunt

We vertellen levens graag als een keurige boog. Je leert, je bouwt iets op, je bereikt een hoogtepunt en daarna volgt de afronding. Kusama’s leven verzet zich tegen die volgorde.

Op haar zestigste begon haar internationale herwaardering. Op haar vierenzestigste vertegenwoordigde ze haar land in Venetië. Op haar tachtigste begon ze aan een reeks van ongeveer negenhonderd schilderijen. Op haar zevenentachtigste ontving ze de hoogste culturele onderscheiding van Japan. Op haar achtentachtigste opende in Tokio een museum dat geheel aan haar werk is gewijd. Op haar tweeënnegentigste startte ze een nieuwe serie. En tot haar zevenennegentigste bleef ze schilderen.

Dat betekent niet dat ouder worden geen grenzen kent. Kusama leefde met psychische kwetsbaarheid, werd lichamelijk ouder en werkte in haar laatste jaren met de steun van een studio. Haar verhaal hoeft niet te worden omgevormd tot een opgewekte opdracht om altijd maar productief te blijven. De waarde ervan ligt ergens anders.

Ze laat zien dat ontwikkeling niet is voorbehouden aan de eerste helft van een leven. Er kan op latere leeftijd nog een ander publiek ontstaan, een ander materiaal, een vrijere vorm of een idee dat tientallen jaren nodig had om volledig zichtbaar te worden.

Er hoeft niet altijd iets totaal nieuws te worden uitgevonden. Verdieping kan ook ontstaan door steeds opnieuw terug te keren naar hetzelfde motief en er telkens een andere wereld in te vinden.

Een laatste thuiskomst in Amsterdam

Op 11 september opent in het Stedelijk Museum in Amsterdam een groot overzicht van meer dan zeventig jaar werk van Kusama. De tentoonstelling was al lang voor haar overlijden gepland en loopt tot en met 17 januari 2027. Daardoor krijgt ze onvermijdelijk een andere lading. Het Stedelijk noemt het een baanbrekend overzicht van haar oeuvre.

Amsterdam is geen toevallige laatste halte. Kusama nam al in 1962 deel aan de eerste museale presentatie van de internationale ZERO beweging in het Stedelijk en keerde er in 1965 terug voor Nul 1965. Meer dan zestig jaar later komt haar oeuvre terug naar hetzelfde museum, nu niet als een opvallende stem binnen een nieuwe beweging, maar als een van de bepalende kunstenaars van de twintigste en eenentwintigste eeuw.

De tentoonstelling zal werk uit haar hele leven samenbrengen: schilderijen, tekeningen, sculpturen, collages, mode, performances en installaties. Wie er straks binnenloopt, ziet niet alleen de ontwikkeling van een beroemde stijl. Je ziet hoeveel verschillende levens er in een lang leven kunnen passen.

Yayoi Kusama werd 97. De wereld kent haar stippen inmiddels uit duizenden. Maar het mooiste beeld dat ze nalaat is misschien niet de stip zelf. Het is de hand die hem bleef zetten, ook toen niemand keek, ook nadat iedereen keek, tot het einde.

☕️ Ontdek, leer en verrijk je leven.

Ontvang elke week de laatste informatie en inspiratie over gezond ouder worden, reizen, lifestyle, werk en cultuur. Geen spam. Alleen nuttige en interessante dingen, rechtstreeks in jouw inbox.
We geven om jouw data in onze privacy policy.
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Vergelijkbare artikelen

Voor de jaren na werk

Voor wie nog lang niet klaar is

Club Proudies helpt je richting te geven aan de jaren rond en na je pensioen. Je begint met je Persoonlijke Vertrekpunt en volgt van daaruit het Proudies Programma en ontdekt welke cursussen, activiteiten en mensen bij je passen.

Persoonlijk Vertrekpunt Het Proudies Programma De Academie Activiteiten & community
€199/jaar
Alles inbegrepen · 30 dagen bedenktijd
Bekijk Club Proudies
4.8 / 5200+ leden