Tussen Milaan en het Gardameer ligt een stad die veel reizigers voorbijrijden. Dat is jammer, want in Brescia wandel je in een paar straten van een Romeinse tempel naar een middeleeuws klooster, langs Venetiaanse paleizen en een van de mooiste kunstcollecties van Noord-Italië. En zodra de avond valt, drink je tussen de inwoners een Pirlo op het plein.

Wie aan Lombardije denkt, ziet waarschijnlijk eerst Milaan, het Comomeer of de elegante dorpen rond het Gardameer voor zich. Brescia blijft meestal buiten beeld. De stad ligt weliswaar aan de belangrijke spoorlijn tussen Milaan en Venetië, maar wordt door veel reizigers vooral gezien als een station onderweg naar iets anders.
Juist daarin schuilt haar aantrekkingskracht. Brescia hoeft zich niet voortdurend van haar mooiste kant te laten zien. De stad is welvarend en levendig, maar niet gemaakt voor bezoekers. Op de pleinen zitten vooral inwoners. In de winkelstraten wordt Italiaans gesproken. En zelfs bij belangrijke monumenten is het vaak mogelijk om rustig te blijven staan.
Brescia is geen stad voor wie in één oogopslag wil worden verleid. Ze beloont degene die beter kijkt.
Het historische centrum is compact, maar bevat bijna de volledige geschiedenis van Italië. In de Romeinse tijd heette de stad Brixia. Ze was een belangrijk bestuurlijk en economisch centrum aan de voet van de Alpen. Later kwamen de Longobarden, de middeleeuwse stadsbestuurders, de Venetianen en uiteindelijk de moderne Italiaanse staat.
Die verschillende perioden liggen in Brescia niet keurig naast elkaar. Ze zijn over elkaar heen gebouwd.
Het duidelijkst zie je dat langs de Via dei Musei. Tussen gewone woonhuizen en winkels verschijnen plotseling de witte zuilen van het Capitolium, de belangrijkste tempel van het Romeinse Brixia. De tempel werd in het jaar 73 gebouwd en was gewijd aan Jupiter, Juno en Minerva. Delen van de oorspronkelijke vloer van gekleurd marmer zijn nog altijd bewaard gebleven.

In een verduisterde ruimte staat de Vittoria Alata, de gevleugelde overwinning. Het bronzen beeld uit de eerste eeuw werd in 1826 gevonden, verborgen tussen twee muren van de oude tempel. Na een jarenlange restauratie keerde het terug naar de plek waar het bijna tweehonderd jaar eerder tevoorschijn kwam. De nieuwe presentatie is sober en bijna theatraal: eerst zie je alleen een silhouet, daarna het groene brons en de plooien van haar gewaad. Het beeld lijkt ieder moment een stap naar voren te kunnen zetten.
Naast de tempel liggen de resten van het Romeinse theater. De tribunes zijn tegen de helling van de Cidneoheuvel gebouwd. Wie hier staat, kijkt niet naar een losstaand monument, maar naar het geraamte van een complete Romeinse stad.
Een paar minuten verder ligt het Museo di Santa Giulia. Trek er ruim de tijd voor uit, want dit is niet het soort museum dat zich in een uurtje laat bekijken. Het complex bestaat uit Romeinse huizen, een Longobardische basiliek, een middeleeuws oratorium, kloostergangen en een rijk beschilderd nonnenkoor. De collectie telt meer dan 11.000 voorwerpen.
Het klooster werd in 753 gesticht door Desiderius, de laatste koning van de Longobarden, en zijn vrouw Ansa. Onder de kloostervloeren bevinden zich nog resten van Romeinse woningen. In de Domus dell’Ortaglia wandel je langs mozaïeken, fresco’s en vloerverwarming uit de eerste eeuwen na Christus. De bewoners beschikten over stromend water en zelfs over fonteinen binnenshuis.
Even later sta je in de achttiende-eeuwse stilte van de basiliek van San Salvatore. Romeinse zuilen werden hier opnieuw gebruikt in een christelijke kerk. Fresco’s, kapitelen en ornamenten vertellen hoe de klassieke en middeleeuwse wereld langzaam in elkaar overgingen.
Een van de grootste schatten bevindt zich in Santa Maria in Solario. Onder een donkerblauw, met sterren beschilderd gewelf staat het Kruis van Desiderius, versierd met 212 edelstenen, cameeën en stukken gekleurd glas. Sommige stenen zijn veel ouder dan het kruis zelf. Ze werden door latere edelsmeden opnieuw gebruikt, alsof ook het voorwerp uit verschillende lagen geschiedenis is opgebouwd.
Het klooster en de aangrenzende archeologische zone maken sinds 2011 deel uit van het UNESCO-werelderfgoed Longobards in Italy: Places of Power. Toch voelt Santa Giulia nergens als een verplicht nummer. Het is eerder een plek waar je vanzelf langzamer gaat lopen.
Wie de geschiedenis van Brescia wil begrijpen, hoeft eigenlijk alleen maar van plein naar plein te wandelen.
Piazza del Foro vormt het hart van het Romeinse Brixia. Daarna volgt Piazza Paolo VI, waar de middeleeuwen en de barok naast elkaar staan. Brescia is een van de weinige Italiaanse steden met twee kathedralen aan hetzelfde plein. De Duomo Vecchio, ook wel La Rotonda genoemd, is een ronde romaanse kerk uit de elfde en twaalfde eeuw. De naastgelegen Duomo Nuovo is veel groter, lichter en plechtiger. De bouw begon in de zeventiende eeuw en duurde tot in de negentiende eeuw.
Een paar straten verder opent Piazza della Loggia zich als een Venetiaans toneeldecor. Brescia stond bijna vier eeuwen onder invloed van de Republiek Venetië en dat is hier goed zichtbaar. Palazzo della Loggia, tegenwoordig het stadhuis, werd tussen 1492 en 1570 gebouwd. Aan de overkant slaan twee mechanische figuren ieder uur op de klok van de Torre dell’Orologio. Onder de galerijen wordt koffie gedronken, bijgepraat en naar voorbijgangers gekeken.
Het plein draagt ook een pijnlijke herinnering. Op 28 mei 1974 ontplofte tijdens een antifascistische demonstratie een bom, waarbij acht mensen omkwamen. De plek van de aanslag is gemarkeerd. Zo blijft de recente geschiedenis aanwezig tussen de terrassen en renaissancegevels.
Loop je verder, dan verandert het decor opnieuw. Piazza della Vittoria werd in 1932 geopend als onderdeel van een fascistisch stedenbouwkundig plan van architect Marcello Piacentini. De strakke gebouwen, grote lege vlakken en bijna zestig meter hoge toren contrasteren sterk met de intieme straten eromheen. Het plein is niet het mooiste van Brescia, maar wel een van de interessantste. Het laat zien dat ook architectuur een politiek verhaal kan vertellen.
Brescia bezit een eigen renaissancetraditie, maar die is buiten Italië veel minder bekend dan die van Florence of Venetië. Schilders als Moretto, Romanino en Savoldo gebruikten licht, kleur en alledaagse gezichten op een manier die verrassend modern kan aandoen.
Hun werk vormt het hart van de Pinacoteca Tosio Martinengo. Het museum is gevestigd in een zeventiende-eeuws palazzo en werd in 2018 volledig vernieuwd. Naast de meesters uit Brescia zijn er werken van onder anderen Rafaël, Lorenzo Lotto, Sofonisba Anguissola, Canova en Hayez te zien. De zalen zijn elegant maar niet overdonderend. Er is voldoende ruimte om werkelijk voor een schilderij te blijven staan.
Ook het Teatro Grande verdient een bezoek, zelfs als er geen voorstelling plaatsvindt. Het hoefijzervormige auditorium dateert uit 1810 en wordt omringd door vijf verdiepingen met loges en galerijen. Hier beleefde Puccini’s Madama Butterfly in 1904 haar grote doorbraak, nadat de première in Milaan enkele maanden eerder slecht was ontvangen. Het theater organiseert rondleidingen waarbij ook zalen worden geopend die normaal voor het publiek gesloten blijven.
Brescia heeft een eigen aperitief: de Pirlo. Hij lijkt op de Venetiaanse spritz, maar wordt traditioneel gemaakt met stille witte wijn, Campari en bruiswater. Het verhaal gaat dat het drankje zijn naam dankt aan de rode likeur die als een pirouette door de witte wijn zakt. Tegenwoordig wordt vaak Aperol gebruikt en verschijnt er meestal een schijfje sinaasappel in het glas. Visit Brescia
Bestel er een aan het einde van de middag onder de arcades van Piazza della Loggia of in de straten van de wijk Carmine. Vaak komen er vanzelf schaaltjes met olijven, kaas, chips of kleine broodjes op tafel.
De keuken van Brescia is steviger dan die van veel andere Italiaanse steden. Dit is eten voor een streek tussen bergen, meren en landbouwgrond. Probeer casoncelli alla bresciana, gevulde pasta met boter en salie, of manzo all’olio, langzaam gegaard rundvlees in een saus van olie, broodkruim en ansjovis. Spiedo bresciano bestaat uit verschillende soorten vlees die urenlang aan een draaiend spit worden gebraden en meestal met polenta worden geserveerd.
Sluit af met een stuk torta di rose. Deze luchtige briochetaart bestaat uit opgerolde laagjes deeg die samen op een boeket rozen lijken.
Voor het mooiste uitzicht klim je naar het Castello di Brescia op de Cidneoheuvel. De vesting werd gedurende vele eeuwen uitgebreid en draagt sporen van middeleeuwse, Venetiaanse en Oostenrijkse machthebbers. Binnen de muren bevinden zich tuinen, bastions, tunnels en twee musea.
De wandeling omhoog is vrij steil, maar boven wacht een breed uitzicht over de daken en koepels van de oude stad. Op heldere dagen tekenen de uitlopers van de Alpen zich af aan de horizon. Aan de voet van de vesting ligt bovendien de Vigneto Pusterla, een historische wijngaard midden in de stad.
Ga bij voorkeur tegen het einde van de middag. Wanneer de zon lager komt te staan, worden de stenen muren warm van kleur en zie je hoe compact het oude Brescia eigenlijk is. Romeinse ruïnes, kerken, kloosters en twintigste-eeuwse pleinen liggen allemaal op loopafstand van elkaar.
Brescia verdient minstens twee volle dagen. Wie meer tijd heeft, kan de stad combineren met Franciacorta en het Iseomeer.
Franciacorta begint ten westen van Brescia. De heuvels staan vol wijngaarden waar volgens de traditionele methode mousserende wijn wordt gemaakt. Tussen de wijnhuizen liggen kloosters, kastelen en kleine dorpen. Het gebied is rustiger en minder gepolijst dan sommige bekendere Italiaanse wijnregio’s.
Verder naar het noorden ligt het Iseomeer. Vanuit Brescia rijdt een regionale trein langs de oostelijke oever. Stap uit in Iseo of reis door naar Sulzano, waar de veerboot naar Monte Isola vertrekt. Op dit autoluwe eiland liggen vissersdorpen, olijfgaarden en wandelpaden. Wie voldoende energie heeft, kan omhoog naar het heiligdom Madonna della Ceriola voor uitzicht over het meer en de wijngaarden van Franciacorta.
Brescia ligt aan de spoorlijn tussen Milaan en Venetië. Vanaf Milano Centrale rijden zowel regionale als hogesnelheidstreinen; de snelste verbindingen doen ongeveer 35 tot 40 minuten over de reis. Vanaf het station wandel je in circa twintig minuten naar het historische centrum.
Voor de stad zelf heb je geen auto nodig. Vrijwel alle belangrijke bezienswaardigheden liggen op loopafstand. Brescia heeft daarnaast een moderne metrolijn.
De prettigste periodes zijn het voorjaar en de vroege herfst. In mei vindt gewoonlijk de start van de beroemde Mille Miglia plaats, wanneer honderden historische auto’s vanuit Brescia naar Rome en terug rijden. Wie voor de musea en de rust komt, kan beter een ander weekend kiezen.
Reserveer voldoende tijd voor Santa Giulia en het Romeinse archeologische park. Samen vullen ze gemakkelijk een groot deel van de dag. Actuele openingstijden en toegangskaarten zijn te vinden bij.
Brescia is misschien niet de stad waarover iedereen na thuiskomst meteen begint. Het is de stad die weken later onverwacht terugkomt: het donkere blauw boven het Kruis van Desiderius, het bronzen silhouet van de Vittoria Alata, een glas Pirlo onder de arcades en de avondzon op de stenen van het kasteel. Sommige plaatsen maken indruk door hun schoonheid. Andere doordat je het gevoel hebt dat je ze zelf hebt ontdekt. Brescia behoort tot die laatste categorie.