Een schaaltje pinda’s op tafel, een geheugentest in het laboratorium. Onderzoekers in Maastricht brachten die twee bij elkaar. De uitkomsten zijn interessant, maar de stap van een betere testscore naar bescherming tegen dementie is groot.

Aan het onderzoek deden 31 gezonde mensen mee, gemiddeld 67 jaar oud. Zij aten zestien weken dagelijks 60 gram ongezouten, geroosterde pinda’s met het bruine vliesje. Ook doorliepen ze zestien weken zonder pinda’s. Tussen die perioden zaten acht weken pauze; de volgorde werd door loting bepaald.
Zo konden de onderzoekers de deelnemers met zichzelf vergelijken. Dat is een nuttige opzet: verschillen tussen mensen spelen daardoor een kleinere rol. Het blijft wel een klein experiment. Bovendien weet iemand die dagelijks pinda’s eet zelf in welke periode die zit. Volledige blindering is bij zo’n voedingsonderzoek lastig.
De resultaten verschenen in december 2025 in Clinical Nutrition. Na de pindaperiode was de gemiddelde doorbloeding van de hersenen 3,6 procent hoger dan na de periode zonder pinda’s. Bij een test waarbij deelnemers na een vertraging woorden moesten herinneren, scoorden zij gemiddeld 1,4 woord beter.
Andere onderzochte denkvaardigheden, waaronder plannen en de snelheid waarmee denken en bewegen samenwerken, verbeterden niet aantoonbaar. Dat maakt de formulering belangrijk. ‘Een verschil op een geheugentest’ beschrijft nauwkeuriger wat er is gemeten dan de ruime belofte ‘pinda’s houden je brein jong’.
Het onderzoek kreeg financiering van The Peanut Institute Foundation. Volgens de auteurs had deze financier geen rol in de opzet, analyse of publicatie. Dat hoort bij de informatie waarmee je een voedingsstudie beoordeelt.
In oktober 2026 verscheen een nieuwe analyse van hetzelfde experiment, in Food & Function. Daarin onderzochten de wetenschappers hoe de hersenen reageerden op insuline, toegediend via de neus. Met MRI volgden ze veranderingen in de doorbloeding.
In één hersengebied vonden ze na de pindaperiode een andere reactie. De onderzoekers noemen die mogelijk gunstig. Ze zien er een aanknopingspunt in voor verder onderzoek naar het eerder gevonden geheugenverschil.
Het gaat hier om dezelfde groep deelnemers. De tweede publicatie is dus geen herhaling van het experiment bij een nieuwe groep. Ze onderzoekt een mogelijke verklaring. Of die verklaring klopt, vraagt aanvullend onderzoek.
De onderzochte 60 gram per dag is meer dan het algemene voedingsadvies. Het Voedingscentrum adviseert momenteel 30 gram ongezouten noten per dag en raadt grotere dagelijkse hoeveelheden af. Pinda’s tellen in dat advies mee, hoewel ze botanisch peulvruchten zijn. Er is dus geen reden om op basis van dit experiment de dagelijkse portie te verdubbelen.
Ongezouten noten passen al in een gezond eetpatroon. Ze leveren onder meer vezels, eiwit en onverzadigde vetten. Afwisselen tussen soorten is een praktische keuze. Bij een pinda-allergie zijn pinda’s uiteraard geen optie.
De studie onderzocht geen dementiepreventie en ook geen behandeling van mensen met dementie. Een kleine verbetering onder testomstandigheden vertelt nog weinig over het dagelijks functioneren over vijf of tien jaar. Daarvoor zijn andere, grotere en langere onderzoeken nodig.
Juist het verschil tussen zo’n test en het gewone leven maakt voedingsonderzoek interessant. De vraag die overblijft is heel concreet: merk je er straks ook iets van wanneer je zonder boodschappenlijstje in de winkel staat?
Praktisch en verder lezen
Wie ongezouten noten eet, kan zich houden aan het gewone voedingsadvies. De hoeveelheid uit deze proef is geen nieuw persoonlijk voedingsvoorschrift. Hieronder staan beide onderzoekspublicaties en de actuele voedingsinformatie.
Oorspronkelijke studie: Clinical Nutrition (2025)
Vervolganalyse: Food & Function (2026)
Voedingscentrum: noten en pinda’s
Voedingscentrum: actuele dagelijkse hoeveelheden