De ziekte van Alzheimer is de bekendste oorzaak van dementie. Andere vormen kunnen eerst opvallen door veranderingen in gedrag, taal of aandacht. Dat verschil doet ertoe: het helpt klachten herkennen en passende zorg vinden.

Iemand vertelt nog precies over een vakantie van vorig jaar, maar begrijpt steeds minder goed wat een alledaags woord betekent. Een ander raakt het overzicht kwijt bij het koken. Weer iemand anders is op sommige momenten helder en aandachtig, en even later moeilijk te bereiken.
Zulke veranderingen kunnen bij dementie voorkomen. Ze passen alleen minder goed bij het beeld dat veel mensen ervan hebben: iemand die steeds meer vergeet. Wie vooral op het geheugen let, kan andere klachten daardoor moeilijk plaatsen.
Dementie is de naam voor een geheel van klachten waarbij onder meer denken, onthouden, taal of gedrag zo veranderen dat het dagelijks leven wordt belemmerd. Verschillende hersenziekten kunnen daarvan de oorzaak zijn. Alzheimer is de meest voorkomende. De andere vormen verdienen evenzeer aandacht.
Bij de ziekte van Alzheimer zijn ophopingen van de eiwitten amyloïd en tau kenmerkend. Ze maken deel uit van een ingewikkeld ziekteproces waarin hersencellen beschadigd raken en verloren gaan.
Vaak valt eerst op dat recente informatie moeilijker wordt onthouden. Iemand stelt bijvoorbeeld herhaaldelijk dezelfde vraag of weet niet meer wat kort daarvoor is besproken. Later kunnen ook taal, oriëntatie en dagelijkse handelingen moeilijker worden. Er bestaan bovendien varianten van alzheimer waarbij andere problemen eerder opvallen dan geheugenverlies.
Een nog goed geheugen sluit een hersenziekte dus niet uit. Andersom betekent een vergeten naam of zoekgeraakte sleutel op zichzelf evenmin dat je dementie hebt.
Bij vasculaire dementie ontstaat hersenschade door problemen met de bloedvoorziening. Dat kan gebeuren na een beroerte, maar ook door beschadiging van kleinere bloedvaten. Welke klachten ontstaan, hangt onder meer af van de plekken die zijn getroffen.
Het verloop kan verschillen. Soms volgt na een infarct een duidelijke achteruitgang, waarna een periode van betrekkelijke stabiliteit komt. Bij andere mensen ontwikkelen de klachten zich geleidelijk.
De behandeling richt zich onder meer op het beperken van verdere vaatschade. Een arts kijkt bijvoorbeeld naar hoge bloeddruk, diabetes en cholesterol. Daarmee wordt bestaande hersenschade niet ongedaan gemaakt; het doel is de kans op nieuwe schade te verkleinen.
Dementie met Lewy bodies hangt samen met afwijkende ophopingen van het eiwit alfa-synucleïne. Opvallend zijn vaak schommelingen in aandacht en alertheid. Daardoor kan iemand tijdens het ene gesprek veel beter functioneren dan tijdens het andere.
Ook kunnen er visuele hallucinaties zijn: iemand ziet bijvoorbeeld personen of dieren die er niet zijn. Daarnaast komen stijve spieren en trage bewegingen voor, zoals bij de ziekte van Parkinson. Geheugenproblemen hoeven in het begin niet de opvallendste klacht te zijn.
Een goede herkenning is hier ook belangrijk voor de medicatie. Mensen met deze vorm kunnen sterk reageren op bepaalde antipsychotica, middelen die soms tegen hallucinaties worden gebruikt. Dat vraagt om zorgvuldige afweging door de behandelend arts.
Bij frontotemporale dementie, meestal afgekort tot FTD, worden vooral de voorste hersengebieden en de slaapkwabben aangetast. Deze gebieden zijn onder meer betrokken bij gedrag, emoties en taal.
Bij de gedragsvariant kan iemand bijvoorbeeld initiatief verliezen, impulsiever handelen of minder goed aanvoelen wat een ander verdrietig maakt. Bij andere varianten komen problemen met spreken of het begrijpen van woorden op de voorgrond. Het geheugen kan aanvankelijk relatief goed blijven.
FTD begint vaak vóór het 65ste jaar. Juist doordat de veranderingen niet altijd op het bekende beeld van dementie lijken, kan het lang duren voordat de oorzaak duidelijk wordt. Voor naasten kan herkenning helpen begrijpen waarom iemand anders reageert dan vroeger. Zulke veranderingen kunnen voortkomen uit de ziekte en zijn niet eenvoudig met een terechtwijzing bij te sturen.
Een minder bekende naam is LATE. Hierbij speelt een ander eiwit een rol: TDP-43, dat zich afwijkend ophoopt in hersengebieden die belangrijk zijn voor het geheugen. De aandoening komt vooral op hoge leeftijd voor, vaak boven de tachtig.
De geheugenklachten kunnen sterk op die van alzheimer lijken. Tijdens het leven is het onderscheid moeilijk vast te stellen. In 2025 publiceerden onderzoekers criteria waarmee artsen een mogelijke of waarschijnlijke LATE-diagnose kunnen overwegen. Zij benadrukken dat dit voorstel verder moet worden getoetst. Definitieve bevestiging berust vooralsnog op onderzoek van hersenweefsel na overlijden.
LATE laat zien dat vergelijkbare klachten verschillende oorzaken kunnen hebben. Ook kan het tegelijk met alzheimer voorkomen.
De namen suggereren afzonderlijke categorieën, terwijl er in één brein meerdere ziekteprocessen tegelijk kunnen spelen. Vooral op hogere leeftijd komen alzheimerveranderingen en schade aan bloedvaten geregeld samen voor. Ook andere combinaties zijn mogelijk. Dat wordt vaak gemengde dementie genoemd.
Een diagnose ontstaat daarom uit meer dan een lijstje symptomen. De arts kijkt naar het verloop van de klachten, het dagelijks functioneren, onderzoek en het verhaal van de persoon zelf en diens naasten. Soms is specialistisch onderzoek nodig. Er kan ook onzekerheid blijven over welke processen precies bijdragen.
Dementie is nog niet te genezen. Een zorgvuldige diagnose kan wel helpen bij behandelkeuzes, begeleiding en het bespreken van verwachtingen. Ook worden andere mogelijke oorzaken van klachten onderzocht, zoals een depressie, gehoorproblemen of bijwerkingen van medicijnen.
Maak een afspraak bij de huisarts als je je zorgen maakt over je geheugen of merkt dat gewone bezigheden, taal of gedrag veranderen. Schrijf enkele concrete voorbeelden op: wat gebeurde er, sinds wanneer valt het op en welke gevolgen heeft het? Dat geeft meer houvast dan alleen zeggen dat iemand vergeetachtig of anders is geworden.
Bij plotselinge verwardheid of een snelle, duidelijke verslechtering bel je direct de huisarts of huisartsen-spoedpost. Dat kan bijvoorbeeld wijzen op een delier en vraagt om snelle beoordeling.
Een verklaring vinden kan tijd kosten. Neem naar het gesprek ook mee wat je graag wilt blijven doen en waar je nu hulp bij nodig hebt. Die vragen zijn al van belang voordat iedere medische vraag is beantwoord.
Verder lezen
Uitleg over de verschillende vormen van dementie
Zorgen over dementie en onderzoek bij de huisarts
Wetenschappelijke publicatie over de klinische criteria voor LATE