De mijlpalen schuiven op: waarom millennials later ‘gesetteld’ zijn

Een huis kopen, trouwen, eventueel kinderen krijgen en financieel op eigen benen staan: voor veel millennials gebeuren traditionele mijlpalen later dan bij de generatie van hun ouders. Voor zover ze die mijlpalen überhaupt nastreven. Want ook ideeën over wat een ‘geslaagd’ volwassen leven is, zijn veranderd. Economische onzekerheid, studieschulden en vooral de woningmarkt hebben het traditionele pad naar volwassenheid minder vanzelfsprekend gemaakt. En dat heeft ook gevolgen voor de generatie boven hen.

In samenwerking met

De mijlpalen schuiven op: waarom millennials later ‘gesetteld’ zijn
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Aug 8, 2026

Misschien herken je het in je eigen familie. Een zoon van 34 die een prima baan heeft, maar nog altijd huurt. Een dochter van 31 die graag een gezin wil, maar eerst een woning probeert te vinden. Of een volwassen kind dat goed verdient en toch regelmatig zegt: Hoe konden jullie vroeger eigenlijk een huis kopen?

Dat gevoel blijkt niet alleen anekdotisch.

In een recent artikel van het Stanford Center on Longevity wordt beschreven hoe Amerikaanse millennials grofweg geboren tussen 1981 en 1996: belangrijke financiële en persoonlijke mijlpalen later bereiken dan generaties voor hen. Ze kwamen op de arbeidsmarkt rond de dotcombubbel, de financiële crisis of de coronapandemie, terwijl studeren, wonen en het dagelijks leven tegelijkertijd duurder werden.

De Amerikaanse situatie is niet één op één te vergelijken met Nederland. We hebben hier een ander pensioenstelsel, een ander onderwijssysteem en een uitgebreider sociaal vangnet. Toch zien we opvallend vergelijkbare patronen.

Op je dertigste nog niet ‘gesetteld’

Het CBS en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut deden in 2025 onderzoek naar iets wat veel ouders waarschijnlijk al langer om zich heen zagen: dertigjarigen zijn minder vaak ‘gesetteld’ dan dertigjarigen tien jaar eerder.

De onderzoekers keken daarbij niet alleen naar trouwen of kinderen krijgen, maar naar een combinatie van kenmerken: op jezelf wonen, een vaste baan hebben, samenwonen, een eigen woning bezitten en ouder zijn.

De verschillen zijn aanzienlijk. In 2011 had 62 procent van de dertigjarigen een eigen woning. Tien jaar later was dat nog 51 procent. Het aandeel dertigjarigen dat samenwoonde daalde van 66 naar 62 procent. Ook het aandeel dat al een kind had, liep terug: van 39 naar 35 procent.

Het belangrijkste woord daarbij is misschien niet altijd afstel, maar vaak uitstel.

Het CBS concludeert dat economische zekerheid een steeds grotere rol speelt. Dertigjarigen met een vaste baan hebben duidelijk vaker een koopwoning en wonen vaker samen dan leeftijdgenoten met flexibel werk of zonder werk. Juist onder mensen met een onzekerdere arbeidspositie zijn de verschillen met tien jaar eerder groter geworden.

Met andere woorden: het klassieke rijtje opleiding – baan – huis – huwelijk – kinderen bepaalt steeds minder hoe een volwassen leven eruitziet. Niet alleen worden sommige stappen later gezet, sommige worden bewust helemaal overgeslagen.

Het huis is de nieuwe flessenhals

Vooral wonen lijkt de levensloop te vertragen.

Nederlandse jongeren verlieten het ouderlijk huis in 2024 gemiddeld op hun 23,8ste. Tien jaar eerder was dat 23 jaar. Op 1 januari 2025 woonde bovendien nog ruim een derde van de 25-jarigen bij één of beide ouders. Onder 25-jarige mannen was dat zelfs ruim 41 procent.

Dat is niet per se omdat jongeren graag langer in hun oude slaapkamer blijven wonen.

In 2024 zei 26,5 procent van de thuiswonende jongeren dat zij wel wilden verhuizen, maar geen geschikte woning konden vinden. In 2021 was dat nog 13,1 procent. De groep verdubbelde dus in slechts drie jaar.

Ook het aantal mensen dat daadwerkelijk de stap naar de woningmarkt zet, staat onder druk. In 2024 verhuisden starters naar bijna 157.000 woningen, tegen bijna 166.000 een jaar eerder. Vooral het aanbod van particuliere huurwoningen voor starters nam af.

Dat heeft gevolgen die verder gaan dan wonen alleen. Wie geen geschikte woning heeft, stelt mogelijk ook samenwonen of, als die wens er is, gezinsvorming uit.

Voor wie kinderen wil, gebeurt dat vaak later

Ook op het gebied van ouderschap is een duidelijke verschuiving zichtbaar.

Een Nederlandse vrouw was in 2024 gemiddeld 30,4 jaar bij de geboorte van haar eerste kind. In 1970 was dat 24,3 jaar. Minder dan de helft van de eerste kinderen wordt tegenwoordig nog geboren bij een moeder onder de dertig; bijna één op de vijf eerste kinderen heeft inmiddels een moeder van 35 jaar of ouder.

Tegelijkertijd is het belangrijk om ouderschap niet automatisch als een mijlpaal te beschouwen die iedereen uiteindelijk wil bereiken. Een deel van de jongere generaties kiest bewust voor een leven zonder kinderen. Voor anderen is er wel een kinderwens, maar komt die later aan bod of blijkt die niet mogelijk. Ook dat maakt de levensloop individueler dan vroeger.

Het huwelijk is eveneens naar achteren geschoven. Wie in 2024 voor het eerst trouwde, was gemiddeld 35 jaar als man en 32,9 jaar als vrouw. Daarbij speelt natuurlijk mee dat ongehuwd samenwonen veel normaler is geworden.

Er is dus ook sprake van veranderende normen. Niet iedere verschoven of overgeslagen mijlpaal is een financieel probleem. Jongere generaties hoeven simpelweg minder vaak te voldoen aan het oude idee dat je vóór je dertigste getrouwd, huiseigenaar en ouder hoort te zijn.

Maar economische omstandigheden kunnen de keuzes van mensen die deze stappen wél willen zetten behoorlijk beïnvloeden.

De erfenis van het leenstelsel

Daar komt de studieschuld bij.

Begin 2025 hadden ongeveer 1,6 miljoen Nederlandse studenten en oud-studenten een studieschuld. De gemiddelde schuld bedroeg €18.200. Het aantal huidige studenten dat leent is na de terugkeer van de basisbeurs gedaald, maar onder oud-studenten blijft de schuldenlast groot.

Vooral de generatie die precies tijdens het leenstelsel studeerde, kreeg met een andere uitgangspositie te maken dan veel van hun ouders.

Het CBS wijst expliciet op die combinatie: meer studieschuld, flexibeler werk, hoge huren en een krappe woningmarkt maken het voor jongvolwassenen moeilijker om verschillende levensstappen te zetten.

Dat verklaart ook een frustratie die tussen generaties gemakkelijk kan ontstaan. Een inkomen dat op papier hoger is dan het salaris dat vader of moeder op dezelfde leeftijd verdiende, hoeft niet automatisch meer financiële ruimte te betekenen. De prijs van wonen, de hoogte van de benodigde hypotheek, studieschuld en de hoeveelheid eigen geld die nodig is kunnen de vergelijking volledig veranderen.

Wie eenmaal een huis heeft, loopt snel uit

Misschien wel het opvallendste verschil zit in vermogen.

CBS-cijfers over 2024 laten zien hoe groot het gat tussen huurders en huizenbezitters inmiddels kan worden. Huishoudens met een hoofdkostwinner van 25 tot 35 jaar die een woning bezitten hadden gemiddeld €226.800 vermogen. Bij huurders van dezelfde leeftijd was dat gemiddeld €10.100.

Bij 35- tot 45-jarigen liep het verschil verder op: gemiddeld €391.400 bij woningbezitters tegenover €31.200 bij huurders. Een belangrijk deel van dat verschil zit uiteraard in de waarde en overwaarde van het huis zelf. Juist dát is het punt: eenmaal binnen op de koopmarkt kan een woning een belangrijke motor voor vermogensopbouw worden. Wie later instapt, mist een deel van die opbouw.

Daar ontstaat ook een nieuwe kloof: niet alleen tussen generaties, maar binnen dezelfde generatie.

Want de ene dertiger kan terugvallen op ouders die overwaarde, spaargeld of een erfenis kunnen inzetten. De andere kan dat niet.

Nederlandse vermogens worden voor een belangrijk deel gedragen door de eigen woning. Bij woningbezitters van 55 tot 65 jaar bedroeg het gemiddelde vermogen in 2024 ruim €700.000; bij huurders in die leeftijdsgroep ongeveer €65.000. Die gemiddelden zeggen natuurlijk niets over een individueel huishouden, maar ze laten wel zien hoe verschillend de mogelijkheden van ouders kunnen zijn om de volgende generatie te helpen.

En daarmee verandert ook het ouderschap na je zestigste

Dat is misschien het meest interessante gevolg voor de Proudies-generatie.

Vroeger hoorde bij het beeld van zestig worden vaak dat de kinderen inmiddels ‘klaar’ waren: afgestudeerd, uit huis, een vaste baan en wellicht een eigen gezin. Ouders konden hun aandacht langzaam verleggen naar hun eigen volgende levensfase.

Dat tijdschema klopt steeds minder.

Wie nu zestig of vijfenzestig is, kan volwassen kinderen hebben die nog volop bezig zijn met het vinden van een woning, het aflossen van studieschuld, het opbouwen van financiële zekerheid of — als ze dat willen — het stichten van een gezin. Soms wonen ze opnieuw thuis. Als er kleinkinderen zijn, kan er praktische hulp nodig zijn. En soms komt de vraag op tafel of ouders financieel kunnen bijdragen aan een huis.

Daarmee lopen twee grote levensfasen steeds vaker door elkaar. Terwijl ouders nadenken over minder werken, pensioen, reizen of wat ze met hun vermogen willen doen, proberen hun kinderen juist de basis van hun volwassen bestaan op te bouwen.

Dat vraagt om andere gesprekken binnen families.

Niet automatisch: Wanneer ga je nu eindelijk een huis kopen? Of: Wanneer komen er kinderen?

Maar eerder: Hoe wil jij je leven eigenlijk inrichten? Wat maakt dat lastig? En als wij kunnen helpen, hoe doen we dat zonder onze eigen toekomst uit het oog te verliezen?

Niet minder ambitieus, wel een andere startpositie

Het is verleidelijk om generaties tegenover elkaar te zetten. Babyboomers zouden alles cadeau hebben gekregen. Millennials zouden te veel geld uitgeven aan reizen en koffie. Zulke clichés zijn aantrekkelijk omdat ze eenvoudig zijn.

De werkelijkheid is interessanter.

Veel millennials willen nog altijd dingen die eerdere generaties ook belangrijk vonden: een fijn huis, betekenisvol werk, goede relaties, financiële zekerheid en, voor wie dat wenst, een gezin met kinderen. Anderen kiezen bewust voor een ander leven. In beide gevallen geldt dat er minder één voorgeschreven route naar volwassenheid bestaat.

Daar zit tegelijkertijd iets positiefs in. Het Stanford Center on Longevity ziet onder millennials een sterke nadruk op financiële zelfredzaamheid en het zelf organiseren van hun toekomst. De ervaringen met economische crises en onzekerheid hebben geld en financiële planning bij veel van hen juist nadrukkelijk op de agenda gezet.

En misschien is aát de belangrijkste verschuiving.

Volwassenheid laat zich steeds minder afmeten aan een vaste leeftijd waarop je een huis, partner, kinderen of een bepaald banksaldo hoort te hebben. Net zoals zestig tegenwoordig niet automatisch betekent dat het werkende en actieve leven voorbij is, betekent dertig niet meer vanzelfsprekend dat een aantal traditionele vakjes moet zijn afgevinkt.

Onze levens worden langer en de manieren waarop we ze invullen worden diverser.

Misschien wordt het dan ook tijd om afscheid te nemen van het idee dat iedereen dezelfde mijlpalen moet bereiken. Laat staan volgens hetzelfde oude tijdschema.

☕️ Ontdek, leer en verrijk je leven.

Ontvang elke week de laatste informatie en inspiratie over gezond ouder worden, reizen, lifestyle, werk en cultuur. Geen spam. Alleen nuttige en interessante dingen, rechtstreeks in jouw inbox.
We geven om jouw data in onze privacy policy.
Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.

Vergelijkbare artikelen

Club Proudies

Club Proudies is een online leeromgeving voor iedereen die zich wil blijven ontwikkelen, verbinden en inspireren in een nieuwe levensfase.

Meer informatie