Mevrouw Kroes loopt rustig maar vastberaden huiskamer Karel Appel binnen. Er heerst een ‘aangenaam prikkelrijke’ sfeer. Broeder Charles speelt gitaar en zingt. Over het land van Maas en Waal. Over Greetje, klein van stuk en woonachtig in de polder. Natuurlijk ontbreken ook de Amsterdamse grachten niet. In een Amstelveens verpleeghuis is er (bijna) niemand zonder Amsterdamse roots. Mevrouw Kroes beziet het allemaal en lacht. “Dat is een geweldig leuke man, die ook nog eens geweldig leuk kan zingen.” Wie Charles zo bezig ziet, zou inderdaad niet zeggen dat hij nog maar zo kort bij ons werkt. Hij is de spreekwoordelijke vis in het water.

“Ik wil graag ontbijten met twee boterhammen met belegen kaas en een kop koffie. Koffie met melk en twee klontjes suiker alstublieft.” Ik ben overduidelijk degene aan wie de bestelling gericht is. “Ik voldoe graag aan uw wens,” lijkt me dan ook een passend antwoord. Op de achtergrond hoor ik stagiaire Naema discreet zeggen dat mevrouw Kroes al ontbeten heeft. Ik loop naar de gang en fluister in de richting van Naema dat het geen kwaad kan, wanneer mevrouw Kroes een tweede ontbijt tot zich neemt. “Mensen met dementie hebben soms een verstoord hongergevoel. ‘Maar u heeft al gegeten’ zeggen, heeft niet zoveel zin. Het kan zijn dat mevrouw Kroes zich betrapt voelt. Geen prettige ervaring voor haar. En daarnaast: het lichaamsgewicht van mevrouw Kroes laat best nog een boterhammetje toe. “Ze kan het hebben.”
“En al kon ze het niet hebben,” klinkt het uit de de huiskamer. Naast een meer dan verdienstelijk gitarist en zanger, heeft Charles ook nog eens de essentie van de sociale benadering van dementie heel goed begrepen. “U weet zoveel.” De manier waarop Naema deze woorden uitspreekt doet vermoeden dat ze reeds op 19-jarige leeftijd de hoop al heeft laten varen ooit ook zoveel te weten. Ik zeg maar niet dat ik al een arbeidzaam leven lang helemaal niet het idee heb veel te weten. Dat er voor mij nog zoveel onbekend is. Dat zorgen voor mensen met dementie me nog dagelijks voor verrassingen plaatst. Dat ik twijfel over misschien niet alles, maar wel over veel. Dat ‘veel weten’ ook nog eens helemaal niet synoniem is met ‘kennis kunnen toepassen,’ laat ik dan nog buiten beschouwing.
Ondertussen maakt Charles aanstalten zijn gitaar op te bergen. Ondanks dat mevrouw Kroes nog niet aan haar tweede ontbijt begonnen is, moeten er alweer voorbereidingen voor de lunch getroffen worden. Mevrouw de Wijs verwoordt de gevoelens van eenieder in de huiskamer, wanneer ze aangeeft het heel erg jammer te vinden dat Charles stopt met spelen en zingen. Hij dankt haar voor de waardering en stelt de retorische vraag:
“Nog één liedje dan?” …….
Job van Amerongen werkt als ggz-verpleegkundige in de ouderenzorg (Brentano, Amstelveen) en is columnist bij Proudies en DementieVisie. In het najaar verschijnt van zijn hand bij uitgeverij De Kring 'Nog één liedje dan?'