"Ik las je groepsrapportage van veertien dagen geleden." Collega Jannie van de dagbesteding voor jonge mensen met dementie, zei het met de van haar welbekende opgewektheid. "Een prachtig iets, de beroepsmatige interesse voor de observaties van je collega," vond ik.

"Er stond in dat je met de deelnemers van de groep 'Hipster' hebt gespeeld. Dat vond ik schattig. Omdat je in niets een hipster bent. Ik neem aan dat je 'Hitster' bedoeld? Het spel waarbij je moet aangeven of een lied van voor of na een bepaald jaartal is."
"Ik was er anders betrekkelijk goed in." Ik realiseerde me dat mijn antwoord een afleidingsmanoeuvre was.
Jannie vervolgde: "En over lezen gesproken. Ik heb je verhaaltjes gelezen. Ik bedoel, die je in je boek wilt opnemen. Lang niet slecht. Je kan schrijven. Maar één ding ergert. Wil je het weten?"
Ik moedigde Jannie aan vrijuit te spreken. Ik had immers om haar oordeel gevraagd.
"Je hebt bij momenten een sterke neiging tot zelfkastijding. Of misschien is het zelfs koketteren. Over je zwaarlijvigheid. Ik lig met enige regelmaat met je in het zwembad. Ik zie ook wel dat je met een paar kilo's minder toe zou kunnen. Over je onhandigheid. Het ontgaat me niet dat je altijd opnieuw instructies moet krijgen hoe het digibord werkt. Je gebrekkige motoriek? Ja, ik heb wel eens iemand makkelijker coördinatieoefeningen zien doen. Maar ik vind het gezeur en de lezer zal dat ook vinden. Dergelijke verhalen moeten eruit."
Ik besloot me niet zonder meer gewonnen te geven.
"Ik mag inderdaad graag melding maken van mijn eigen beperkingen en onmacht. Maar ik doe dat met een reden. Ik hoef jou niet te vertellen dat mensen met dementie vaak een broos zelfvertrouwen hebben. Als de zorgverlener open is over zijn tekortkomingen en uitdagingen in het leven, kan dat steunend zijn. Ik vraag om advies. Dat zet bewoners van een verpleeghuis of bezoekers van een dagbesteding in een andere rol. Ze kunnen geven, in plaats van altijd te moeten ontvangen. Het is een therapeutische interventie. En natuurlijk zit er een element van koketteren in. Ik ben een ijdele man van 62."
"En ook nog corpulent en motorisch gestoord." Mijn weerwoord had Jannie duidelijk niet overtuigd.
Op dat moment betrad deelnemer Hassan de ruimte van de dagbesteding. We groetten hem.
Jannie gaf aan blij te zijn Hassan te zien en informeerde of hij wel zijn zwembroek bij zich had. Dat bevestigde Hassan.
"Vrijdag zwemdag, dat weet ik toch?!" Vervolgens naar mij kijkend: "Gaat die dikke ook het water in?"
Misschien geheel ten onrechte, maar ik had toch het idee een discussie in mijn voordeel beslecht te hebben.
Job van Amerongen werkt als ggz-verpleegkundige in de ouderenzorg (stichting Brentano, Amstelveen) en is columnist bij Proudies en DementieVisie. In 2017 was hij betrokken bij de oprichting van de dagbesteding voor jonge mensen met dementie van het Zonnehuis in dezelfde gemeente. Een voorziening, waar hij nog op oproepbasis voor werkt.
In het najaar van 2026 verschijnt bij uitgeverij De Kring onder de titel 'Nog één liedje dan? De wondere wereld van dementie door de ogen van een verpleegkundige,' een bundeling van zijn columns die eerder op website van Proudies, in DementieVisie en in Het Parool verschenen.