In het Mauritshuis hangt een dier dat zich niet gemakkelijk laat negeren. Het staat midden in een weiland, op ware grootte, met de rustige vanzelfsprekendheid van iemand die nooit aan zijn eigen belang heeft getwijfeld. Naast hem zie je een koe, schapen en een boer. Boven het landschap trekt een leeuwerik door de lucht. Rond zijn rug zoemen vliegen.

Paulus Potter schilderde De stier in 1647, toen hij nog maar aan het begin van zijn loopbaan stond. Het doek meet ruim drie meter in de breedte. Dat formaat was in de zeventiende eeuw eerder bestemd voor vorsten, veldslagen of Bijbelse taferelen dan voor een rund in een Hollandse wei. Precies daarin schuilt nog altijd de brutaliteit van het schilderij. Potter maakte het alledaagse monumentaal.
Na een restauratie van anderhalf jaar is het werk weer in zijn volle kleur te zien. Restauratoren Abbie Vandivere en Jolijn Schilder onderzochten, reinigden en herstelden het schilderij in een tijdelijk atelier in het museum. Bezoekers konden hun werk achter glas volgen. De vergeelde vernis en oude overschilderingen zijn verwijderd. Daardoor ogen de lucht, het gras en de vachten helderder en ontstaat er opnieuw diepte in het landschap.
De grootste verrassing zit in de lucht. Voor de restauratie leek een onweersbui op de dieren af te komen. Een groot deel van die donkere wolk bleek een latere overschildering over een oude beschadiging. Nu die ingreep is verwijderd, staat de groep op een lichte voorzomerdag. Het weer sloeg niet om. De blik van de bezoeker deed dat.
De beste manier om De stier te bekijken, is niet door meteen het hele tafereel te willen begrijpen. Begin klein. Kijk naar de dikke verf op de kop van het dier, naar de natte neus van de koe en naar de sporen van een schaar in de pasgeschoren vacht van een schaap. Potter wist precies wanneer hij verf glad moest aanbrengen en wanneer een reliΓ«f nodig was om haar, huid of licht geloofwaardig te maken.
Daarna vallen de vreemde kanten op. De stier lijkt levensecht, maar anatomisch klopt hij niet helemaal. De horens en de hals horen bij een jonger dier dan het gebit. De voorhand is krachtig, de achterhand vlakker. Waarschijnlijk stelde Potter zijn ideale stier samen uit studies van verschillende dieren. Zijn realisme was dus geen slaafse kopie van de werkelijkheid. Het was zorgvuldig gecomponeerd.
Ook het doek zelf groeide tijdens het schilderen. Technisch onderzoek liet zien dat Potter aanvankelijk alleen de stier wilde afbeelden. Later zette hij stroken linnen aan de bovenkant en beide zijkanten. Pas toen kwamen de boer, de andere dieren en een groter deel van het landschap erbij. Waarom hij dat deed, is niet bekend. Misschien wilde hij het werk aantrekkelijker maken voor een koper. Misschien besefte hij dat zijn stier ruimte nodig had.
Aan het begin van de negentiende eeuw kwamen bezoekers niet in de eerste plaats voor Vermeer naar het Mauritshuis. Ze kwamen voor Potter. De stier had toen al een opmerkelijke reis achter de rug. Franse troepen namen het werk in 1795 mee naar Parijs, waar het twintig jaar in het Louvre hing. In 1815 keerde het terug naar Nederland.
Die oude roem is nuttig om te onthouden. Sommige meesterwerken verdwijnen niet uit beeld, maar wel uit de aandacht. Je denkt dat je ze kent omdat je ze vaak hebt gezien. De restauratie biedt een excuus om opnieuw te beginnen.
Het Mauritshuis is wegens werkzaamheden gesloten tot en met 20 september 2026. Meisje met de parel is bovendien tot en met 4 oktober op reis naar Japan. Dat maakt de weken na de heropening een uitstekend moment om niet naar het beroemdste gezicht van het museum te zoeken, maar naar zijn grootste dier.
Praktisch
Bekijk De stier in de online collectie, lees het verhaal over de restauratie en controleer voor vertrek de actuele bezoekersinformatie.
β