Deze maand wordt Josephine Verbist tachtig jaar. Op dezelfde dag opent ze haar jubileumtentoonstelling in Ars Aemula Naturae: 40 jaar kunstenaarschap in Leiden, samengebracht in één ruimte. En op diezelfde dag verschijnt ook haar boek, "Knalrood is mijn naam", waarin beeldend werk en poëzie samenkomen. Bijzonder is de tentoonstelling, georganiseerd door haar zoons voor haar tachtigste verjaardag. Maar minstens zo bijzonder is haar levensverhaal, en het huis waarin dat verhaal zich elke dag voortzet.

Fotocredits: Gert Lahuis
Vol trots laat ze haar bovenappartement in Leiden zien. Naar de slaapkamer klim je een klein houten laddertje op. Beneden zijn de keuken en het zitje; de vloer ligt vol doeken en kunst. Sommige hangen al, de meesten liggen nog te wachten of zijn nog in wording. Haar appartement in Leiden is geen huis met een atelier erbij. Het is een atelier waar ook geslapen wordt, boven, via dat laddertje.
Toch noemt ze haar leeftijd liever niet. Niet uit ongemak, maar omdat ze weet wat er gebeurt zodra ze het wel doet. "Ik noem mijn leeftijd nooit," zegt ze. "Vanwege leeftijdsdiscriminatie." Ze merkte het bij galeries: de deur die vaak minder goed open gaat en waarin de voorkeur gaat naar de jongere generatie. Op de vraag hoe ze naar haar tachtigste verjaardag kijkt, zegt ze: “Ik vind het bloody oud, maar dat is ook onzin, want ik voel me niet oud. Ik denk: ‘Op iedere leeftijd, het maakt niet uit hoe oud je bent, kan je besluiten: ik ga morgen iets anders doen waar mijn hart ligt.’”
“Tja, wat betekent het om ouder te worden?” Ook die vraag staat centraal in haar werk. Josephine: “Ik heb een heel leven nodig gehad om van alles af te gooien wat niet bij mij past. Dan is ouder worden leuk. Ik wil dat wegen blijven openen, dat er spanning blijft en dat ik nieuwsgierig kan zijn naar (nieuwe) mensen en dingen. Die komen dan gewoon op je pad als je met een open blik blijft kijken.”
Josephine groeide op in Den Haag, ging studeren in Utrecht en aan de Vrije Academie in Den Haag. Ze verhuisde voor de liefde naar Leiden, waar ze bleef. Ze studeerde psychologie, niet kunst, hoewel de kunst er altijd al was. Als kind kwam ze al in het Haagse Gemeentemuseum (nu Kunstmuseum) en kocht er de kaarten van Kandinsky, die haar nog altijd raken. Pas later, toen haar zoons geboren waren, koos ze er bewust voor: beroepskunstenaar. Daarnaast bleef ze werken als psycholoog, jarenlang bij een traumacentrum van de GGZ: "Het werk was druk en met veel heftige gevallen," vertelt ze, "maar ik werkte drie dagen, dus ik had ook genoeg tijd om te schilderen." Twee vakgebieden naast elkaar, veertig jaar lang, zonder dat het ene het andere ooit heeft weggedrukt. Zo leeft ze al veertig jaar, tot op de dag van vandaag.
Ze ziet de overeenkomst zelf ook. In therapie ga je terug naar waar het begon, naar de opvoeding, naar de patronen die je later blijft herhalen tot je ze herkent. In haar werk gebeurt iets vergelijkbaars, alleen dan met verf en gescheurd papier in plaats van woorden. “Ik probeer het universeel te maken,” zegt ze over haar schilderijen. Ze haalt haar inspiratie uit de wereld, uit het nieuws, uit de dingen die ze ziet en leest. Haar werk is niet mooi, zegt ze zelf, en ze bedoelt het niet als understatement. "De wereld is niet mooi. Er zit veel spanning tussen licht en donker, tussen wat aantrekt en wat afstoot. Ik schilder niet om te behagen, ik schilder om te zijn."
Op 63-jarige leeftijd scheidde Josephine. Ze noemt het geen drama, eerder een opening. Ze deed een tijdje therapie en ging toen de wereld in, backpackend met haar zonen door onder andere Jordanië. Op haar vijfenzestigste ontmoette ze Gert, het was liefde op het eerste gezicht, voor allebei. Sindsdien reizen ze samen, met een jeep die ze ooit kochten in Buenos Aires. Ze reisden door Argentinië en plekken in Zuid-Amerika. Later kwam Afrika erbij: Botswana, Zimbabwe en Zambia. En niet in luxe settings, maar met een tentje op het dak van de jeep, een vuur tegen de leeuwen, en zonder vaste route. "Wij zoeken het onderweg," zegt ze. "Met verrassingen."
Haar partner Gert woont in Woubrugge, zij in Leiden, tussen haar doeken. Maandag en dinsdag houdt ze voor zichzelf, zonder afspraken waarop ze schildert, schrijft en muziek maakt. "Ik vind verlangen ook heel mooi," zegt ze. "Dat je veel zin hebt om elkaar te zien."
Als je Josephine vraagt wie ze is, begint ze niet bij de kunst en niet bij de tentoonstelling. Ze begint bij twee korte zinnetjes. "Ik ben nieuwsgierig," zegt ze. "Ik ben levenslustig." Ze vertelt over een recente ontmoeting. Afgelopen weekend nog raakte ze op een camping in Drenthe aan de praat met de eigenaar, die straalde omdat hij verliefd was geworden op een schaapherder die ook kunstenares is. Zulke ontmoetingen brengen haar niet alleen inspiratie, maar ook levensvreugde. De veerkracht van mensen, daar is ze naar op zoek, als psycholoog en als kunstenaar. Ze vindt het overal, bij haar cliënten, bij de mensen die ze onderweg tegenkomt, bij zichzelf. "Wat ik maak," zegt ze, "begint bijna altijd met spelen. Een stuk papier, een houtje, wat verf. Muziek aan. Op een gegeven moment gaat het spelen vanzelf over in ernst. Maar ontstaat nog steeds uit dezelfde noodzaak en nieuwsgierigheid als veertig jaar geleden."
De jubileumtentoonstelling van Josephine Verbist is van 29 augustus tot en met 6 september te zien bij Ars Aemula Naturae in Leiden. De opening -gedaan door Casper Faassen, een Leidse beeldend kunstenaar- met de presentatie van "Knalrood is mijn naam", is op zaterdag 29 augustus van 14.30 tot 18.30 uur.