Er is een versie van ouder worden die we graag zien. De fitte zeventiger die nog even een halve marathon meepakt. De energieke zestiger die “eigenlijk pas net begint”. Inspirerend, zeker. Maar als dat het enige verhaal is, ontstaat er iets geks: zodra je lichaam minder meewerkt, voelt het alsof jij faalt.

En dat is precies waar “toxic positivity” om de hoek komt kijken. Niet omdat optimisme verkeerd is, maar omdat het ongemak wegdrukt. Terwijl veel mensen in deze levensfase juist te maken krijgen met een lijf dat trager herstelt, met pijntjes die blijven hangen, met minder energie, met een korter lontje, met sneller overprikkeld zijn. Dat is geen gebrek aan karakter. Dat is leven in een lichaam dat verandert.
Tilburg University verwoordt het scherp: ouder worden is niet alleen vitaliteit of verval. Het lichaam is óók bron van betekenis, juist omdat het je confronteert met kwetsbaarheid én met wat je nog altijd kunt voelen, ervaren en doen. De onderzoekers benadrukken dat het “geleefde lichaam” niet alleen eindigheid laat zien, maar ook verbondenheid en de betekenis van gewoonten en aanraking. En dat het omarmen van die kwetsbaarheid zelfs nieuwe, creatieve wegen kan openen.
In een Tilburg University-publicatie over de podcastserie met Proudies zegt hoogleraar Yvonne Brehmer het nuchter: onderzoek laat zien dat een positieve kijk op ouder worden kan bijdragen aan een langer, gelukkiger en zinvoller leven, maar ouder worden is “misschien minder maakbaar dan we denken”. Tegelijk zijn er wel degelijk mogelijkheden.
Dat is de nuance die we zoeken:
Grote langlopende studies laten zien dat achteruitgang niet overal tegelijk begint. LASA-onderzoekers (Longitudinal Aging Study Amsterdam) analyseerden ruim 30 jaar data van meer dan 1500 volwassenen en vonden dat veranderingen in lichamelijk en cognitief functioneren vaak eerder zichtbaar worden dan verschuivingen in bijvoorbeeld sociale activiteiten. Met andere woorden: je lijf (en soms je scherpte) kan al eerder signalen geven, terwijl je sociale leven nog best lang stabiel kan blijven.
Dit is belangrijk, omdat veel frustratie ontstaat door een oude verwachting: “Als ik me sociaal nog prima red, dan zou mijn lichaam ook nog moeten kunnen.” Maar die domeinen lopen niet altijd gelijk op.
Ook je dagelijks functioneren kan gevoeliger worden voor stress. Tilburg University publiceerde een studie met 1.071 volwassenen (43–90 jaar) die acht dagen lang dagelijks werden bevraagd: op dagen met stressvolle gebeurtenissen (ruzie, tijdsdruk, kleine gezondheidsklachten) rapporteerden mensen vaker geheugenproblemen. Vooral het terughalen van informatie (retrospectief geheugen) bleek kwetsbaar. Opvallend: positieve emoties op een dag beschermden niet direct tegen stress-effecten, maar mensen die gemiddeld positiever gestemd waren in die week rapporteerden wel minder geheugenproblemen.
Dat helpt om het “ik word echt vergeetachtig” minder persoonlijk te maken. Soms is het niet jouw brein dat “achteruit holt”, maar jouw systeem dat simpelweg voller zit.
Hieronder geen magische lifehacks. Wel een realistischer kompas: accepteren wat er is, rouwen om wat verdwijnt, en praktisch bouwen aan wat nog wél werkt.
Een groot deel van de energie gaat niet naar de kwaal zelf, maar naar het innerlijke debat:
“Dit kan toch niet? Ik deed dit vroeger ook. Ik wil niet zeuren. Ik moet me niet aanstellen.”
Acceptatie betekent niet dat je het leuk vindt. Het betekent: je stopt met vechten tegen het feit dát het er is. Dat is vaak het begin van lucht.
Een nuchtere oefening die kan helpen:
Als je daar eerlijk naar kijkt, ontdek je soms dat het gevecht meer pijn doet dan de beperking.
Als je minder kunt, verlies je iets: tempo, vrijheid, vanzelfsprekendheid. Dat mag verdrietig zijn. Tilburg University beschrijft in het werk rond het oudere lichaam ook hoe herhaalde confrontaties met ziekte en dood een diepe laag verdriet kunnen vormen, en dat erkenning van die existentiële situatie belangrijk is.
Rouw hoeft niet groot of publiek. Het kan ook klein zijn: even toegeven dat je baalt. En juist dat maakt de ruimte vrij om daarna te denken: oké, en nu?
Als “een goede dag” alleen telt wanneer je veel doet, blijft ouder worden automatisch teleurstellend.
Probeer een nieuwe meetlat, met zachtere criteria, zoals:
Dat is geen neerwaartse bijstelling van het leven. Dat is volwassen realisme.
Veel mensen blijven leven alsof het lichaam een onbeperkte batterij is. Totdat het niet meer gaat.
Denk in “energieblokken”:
Maak vervolgens één simpele afspraak met jezelf: na een intensief blok komt een herstelblok. Niet als beloning. Als onderhoud.
Dit sluit aan bij wat we ook uit gedrags- en gezondheidspsychologie kennen: gedrag is niet alleen een kwestie van “kiezen”, maar ook van wat je omgeving en je routines mogelijk maken. Tranzo (Tilburg University) benadrukt bijvoorbeeld dat gezond gedrag sterk wordt beïnvloed door de sociale en fysieke omgeving, niet alleen door individuele discipline.
Dat is geen positieve posterwijsheid, maar een praktische vraag.
Voorbeelden (heel herkenbaar in de praktijk):
Het punt is: je hoeft niet te stoppen met leven, je moet het soms herontwerpen.
Een stok, goede bril, gehoorapparaat, fysiotherapie, planning-app, lijstjes, reminders: het zijn geen tekenen van “opgeven”. Ze zijn vaak juist wat ervoor zorgt dat je zelfstandig blijft functioneren.
In het Tilburg-onderzoek over stress en geheugen zagen onderzoekers ook dat toekomstgerichte taken (prospectief geheugen) minder kwetsbaar waren, mogelijk omdat mensen vaker externe hulpmiddelen gebruiken (lijstjes, reminders).
Dat is precies de les: hulpmiddelen zijn strategie, geen zwakte.
Als alles draait om klachten, wordt het leven kleiner dan nodig is.
Tilburg University’s benadering van het “geleefde lichaam” laat juist zien: je bent niet alleen een optelsom van functies. Je lichaam is ook de manier waarop je verbonden bent met je huis, je gewoonten, je mensen, je wereld.
Een praktische vraag die daarbij past:
Wat wil ik blijven ervaren, ook als het anders moet dan vroeger?
Dat kan schoonheid zijn, aanraking, koken, muziek, natuur, betekenisvol werk, humor, gesprekken, iets doorgeven.
Realistisch ouder worden is niet: “het wordt minder, punt.”
Het is: sommige dingen worden echt lastiger, en dat mag je erkennen. Zonder schaamte. Zonder jezelf te dwingen tot vrolijkheid.
En juist als je dat erkent, kun je weer bewegen:
Dat is geen toxic positivity. Dat is volwassen hoop: niet gebaseerd op ontkenning, maar op aanpassing, veerkracht en betekenis.