De relatie tussen voeding en mentale gezondheid wordt al jaren onderzocht. Vaak blijven zulke studies hangen in vragenlijsten: wat mensen denken dat ze eten, hoe ze zich denken te voelen. Interessant, maar ook kwetsbaar voor geheugen en interpretatie.

Een nieuwe analyse in The Journal of Nutrition pakt het anders aan. Onderzoekers keken niet naar wat mensen zeiden dat ze aten, maar naar wat er daadwerkelijk in hun bloed zat. Meer dan 250.000 deelnemers uit de Britse gezondheidsdatabase UK Biobank leverden bloedmonsters aan. Vervolgens werden hun omega-3 vetzuurniveaus vergeleken met medische dossiers met officiële diagnoses van depressie en angststoornissen.
De uitkomst is opmerkelijk: hoe hoger het omega-3 gehalte in het bloed, hoe lager de kans op een geregistreerde depressie of angststoornis.
Dat verschil is belangrijk.
Veel voedingsonderzoek vraagt: Hoe voel je je?
Deze studie vroeg: Heeft een arts bij je een diagnose gesteld?
De onderzoekers vonden:
En dat na correctie voor leefstijl, medicatie, ziekten en demografie.
Omdat het om bloedwaarden ging, vermijdt het onderzoek een klassiek probleem: mensen overschatten gezonde gewoonten en onderschatten ongezonde. Wat hier telt is biochemie, geen herinnering.
Omega-3 vetzuren zijn geen energiebron zoals suiker. Ze zijn bouwmateriaal.
Je hersenen bestaan voor een groot deel uit vetten, en vooral DHA en EPA spelen daar een rol. Ze beïnvloeden onder meer:
Lage DHA-waarden worden al langer gezien bij mensen met depressieve stoornissen .
Andere onderzoeken laten zien dat hogere omega-3 niveaus samenhangen met minder suïcidale gedachten en zelfbeschadiging .
Het idee is dus niet dat omega-3 je vrolijk maakt, maar dat het de biologische voorwaarden creëert voor stabielere hersenfunctie.
Het blijft een observationele studie.
Dat betekent: verband, geen zekerheid.
Mensen met hogere omega-3 waarden leven gemiddeld ook anders. Ze eten vaker vis, bewegen meer, hebben soms een hoger inkomen en betere gezondheid. Onderzoekers corrigeren daarvoor, maar volledig uitsluiten kan nooit.
Er zijn ook genetische studies die voorzichtig richting een oorzakelijke rol wijzen, maar nog geen definitief bewijs leveren .
Kort gezegd: omega-3 is waarschijnlijk geen antidepressivum. Maar het kan wel een beschermende factor zijn.
Interessant detail: mensen die visolie gebruikten hadden ongeveer 9 tot 10 procent lagere kans op een voorgeschiedenis van depressie of angst .
Maar dat betekent niet automatisch dat pillen beter zijn dan voeding.
Richtlijnen adviseren meestal eerst voeding: vette vis, noten, zaden. Supplementen kunnen helpen, maar de effecten verschillen per persoon en zijn minder voorspelbaar.
Deze studie verandert niet één ding, maar bevestigt een patroon dat al jaren zichtbaar wordt:
Mentale gezondheid is niet alleen psychologisch
Ze is ook biologisch
Niet als simpele oorzaak-gevolg, maar als ecosysteem.
Slaap, beweging, sociale relaties en voeding versterken elkaar.
Omega-3 blijkt daarin geen detail, maar een structurele factor.
Niet de oplossing voor depressie
Wel onderdeel van de voorwaarden waarin je brein stabieler functioneert
En misschien is dat precies hoe leefstijl werkt:
niet als medicijn, maar als klimaat waarin je geest zich beter kan gedragen.