Soms loop je een museum in om te kijken naar het verleden. En soms kom je buiten met het gevoel dat het over het heden ging. De tentoonstelling Metamorfosen in het Rijksmuseum is zo’n ervaring. Ze vertrekt vanuit een tekst die ruim tweeduizend jaar oud is — Metamorphoses van de Romeinse dichter Ovidius — maar voelt opvallend actueel. Kunstenaars hebben dat boek eeuwenlang gebruikt als bron voor verhalen over verlangen, macht, jaloezie en identiteit.

Je ziet hier geen overzicht van kunstgeschiedenis, maar een lange keten van interpretaties: hoe elke generatie dezelfde verhalen opnieuw leest.
Het helpt dat de plek zelf al een verhaal draagt.
Het Rijksmuseum is het nationale museum van Nederland en vertelt zo’n 800 jaar Nederlandse geschiedenis — van 1200 tot nu.
In het gebouw uit 1885 hangen ongeveer 8.000 objecten, gekozen uit een collectie van meer dan een miljoen werken.
Normaal kom je er voor Rembrandt, Vermeer of de Gouden Eeuw. Maar tijdelijke tentoonstellingen geven het museum een andere rol: niet alleen bewaren, maar interpreteren.
Metamorfosen past precies in dat idee.
Ovidius beschreef een wereld waarin alles kan veranderen:
mensen worden bomen, nimfen veranderen in bronnen, goden nemen dierlijke vormen aan. Zijn verhalen gaan minder over magie dan over menselijke emoties — passie, begeerte, wraak.
De tentoonstelling laat zien hoe kunstenaars die verhalen steeds opnieuw hebben vertaald:
In totaal zijn er tientallen topstukken te zien van onder anderen Caravaggio, Bernini, Rodin en Louise Bourgeois.
Niet als losse meesterwerken, maar als reacties op hetzelfde verhaal.
Wat opvalt: deze tentoonstelling probeert de mythen niet alleen te illustreren — maar ook te bevragen.
Veel klassieke verhalen gaan over macht en transformatie die iemand wordt aangedaan. In moderne interpretaties verschuift het perspectief: slachtoffers krijgen een stem, lichamen krijgen nieuwe betekenissen, gender en identiteit worden opnieuw gelezen.
Daardoor kijk je anders naar kunst die je misschien al kende.
Een mythologisch tafereel blijkt ineens geen romantisch verhaal, maar een reflectie op menselijke verhoudingen.
De kracht van Metamorfosen zit niet in spektakel, maar in herkenning.
Elke zaal laat zien dat kunst geen vast object is — maar een voortdurend gesprek tussen tijden.
Dezelfde mythe kan zijn:
Het werk verandert niet alleen omdat het veroudert, maar omdat wij veranderen.
Het Rijksmuseum toont hier eigenlijk twee soorten geschiedenis tegelijk:
Ovidius beschreef transformatie als natuurkracht.
De tentoonstelling laat zien dat interpretatie diezelfde kracht heeft.
Je loopt naar buiten met een stille gedachte:
niet alleen kunst verandert door de tijd —
wij veranderen door wat we erin leren zien.
(Te zien van 6 februari t/m 25 mei 2026 in het Rijksmuseum.)
Aan het begin van onze jaartelling schreef de Romeinse dichter Ovidius zijn Metamorfosen. Erin worden zowat alle verhalen uit de klassieke mythologie verhaald, waarbij in elk verhaal een dramatische verandering plaatsvindt. Denk aan de nimf Daphne, die in een laurierboom verandert om aan haar goddelijke verkrachter te ontkomen, aan Io, die door Jupiter in een witte koe wordt veranderd om zijn vrouw Juno te misleiden, of aan de mooie Narcissus, die verdronk toen hij verliefd werd om zijn eigen spiegelbeeld in het water en door de goden in een bloem werd veranderd.
De Metamorfosen werden gedurende de middeleeuwen gelezen en gekopieerd, en vormden vooral van de renaissance een grote bron van inspiratie voor kunstenaars. Genoeg materiaal dus voor het Rijksmuseum om er een tentoonstelling aan te wijden, en voor ons om er een lezing aan te wijden.