Wie denkt aan de Nederlandse kunst van de twintigste eeuw, komt al snel uit bij namen als Piet Mondriaan en Theo van Doesburg. Lou Loeber (1894–1983) hoort in dat rijtje thuis, maar haar werk heeft een heel eigen karakter. Waar Mondriaan steeds verder richting volledige abstractie ging, wilde Loeber juist dat je in haar schilderijen iets bleef herkennen. Kunst moest niet alleen vernieuwend zijn, vond ze. Ze moest ook begrijpelijk, toegankelijk en verbindend zijn.

Dat maakt de tentoonstelling Lou Loeber – Kunstenaar en idealist in het Stedelijk Museum Schiedam interessant. Het museum brengt voor het eerst in 33 jaar een grote museale solotentoonstelling van haar werk bijeen.
Lou Loeber groeide op in een welgestelde, liberale en kunstminnende familie. Haar vader liet zelfs een atelier voor haar bouwen in de tuin. Ze wist al jong dat ze kunstenaar wilde worden en volgde een opleiding aan de Rijksakademie in Amsterdam. In 1918 vertrok ze daar echter, omdat ze de opleiding te behoudend vond.
In de jaren daarna ontwikkelde ze langzaam haar eigen beeldtaal. Ze werd beïnvloed door kunstenaars als Wassily Kandinsky en door De Stijl, maar koos nadrukkelijk niet voor de radicale abstractie van haar tijdgenoten. In haar schilderijen bleven landschappen, gebouwen, mensen, interieurs en stillevens herkenbaar. Tegelijkertijd werden ze steeds eenvoudiger opgebouwd uit geometrische vormen, heldere kleuren en krachtige contouren.
Juist daarin zit iets bijzonders. Loeber wilde de werkelijkheid niet simpelweg kopiëren. Ze wilde onderzoeken hoeveel je kunt weglaten zonder dat iets zijn herkenbaarheid verliest.
Een mooi voorbeeld daarvan zijn de schilderijen die Loeber maakte van de Schiedamse molen De Walvisch. Het museum heeft drie versies bij elkaar gebracht.
Loeber maakte van hetzelfde onderwerp meerdere schilderijen. In iedere volgende versie verdwijnen details. De molen wordt eenvoudiger, het landschap wordt teruggebracht tot vlakken en ook de wieken worden steeds abstracter. Zo kun je als bezoeker bijna stap voor stap volgen hoe een herkenbare werkelijkheid verandert in de geometrische beeldtaal die zo kenmerkend voor haar werd.
Dat maakt de tentoonstelling ook toegankelijk voor mensen die normaal gesproken misschien niet zoveel hebben met abstracte kunst. Je hoeft niet te weten wat een bepaalde vorm ‘betekent’. Je kunt gewoon kijken hoe een beeld verandert.
Misschien nog interessanter dan haar schilderstijl is de gedachte erachter.
Loeber was socialist en geloofde dat kunst kon bijdragen aan een eerlijkere en socialere samenleving. Ze vond dat kunst niet alleen voor een kleine groep verzamelaars of kenners moest zijn. Het moest ook bereikbaar zijn voor gewone mensen. Het RKD beschrijft hoe ze daarom bewust koos voor vereenvoudiging en abstrahering en zelfs manieren bedacht om meerdere versies van een werk te maken, zodat de prijs lager kon blijven.
Samen met haar man, kunstenaar Dirk Koning, richtte ze in 1932 bovendien een kunstuitleen op. Zo konden mensen kunst huren in plaats van kopen.
Dat klinkt misschien verrassend modern. Een kunstenaar die niet alleen nadenkt over wat ze wil maken, maar ook over wie het kan zien, begrijpen en betalen.
Loeber wilde bovendien zo min mogelijk persoonlijke expressie in haar werk leggen. Ze was juist geïnteresseerd in een meer universele beeldtaal. Haar schilderijen moesten niet alleen een uitdrukking van haarzelf zijn, maar iets kunnen betekenen voor een veel grotere groep mensen.
Dat ideaal bleef belangrijk, ook nadat haar geloof in de mogelijkheid van een daadwerkelijk socialistische samenleving na de Tweede Wereldoorlog was afgenomen. Ze bleef kunst maken die toegankelijk en begrijpelijk moest zijn.
Daarmee is Loeber misschien wel interessanter dan haar relatief bescheiden plek in de kunstgeschiedenis doet vermoeden. Ze stelde namelijk een vraag die nog altijd actueel is: voor wie is kunst eigenlijk bedoeld?
Dat haar werk opnieuw aandacht krijgt, is geen toeval. Het Stedelijk Museum Schiedam besteedt de laatste jaren nadrukkelijk aandacht aan vrouwelijke kunstenaars die in de geschiedenis van de abstracte kunst minder zichtbaar zijn geworden.
In 2024 was werk van Loeber al te zien in de tentoonstelling Abstracte kunst van vrouwen, toen en nu. Die presentatie vormde het vertrekpunt voor nieuw onderzoek naar vrouwelijke abstracte kunstenaars. De huidige tentoonstelling over Loeber is daarvan de eerste grote uitwerking.
Voor de tentoonstelling deed het museum bovendien een oproep aan mensen die thuis werk van Loeber bezitten. Daar kwamen zoveel reacties op dat acht werken uit particuliere collecties aan de tentoonstelling konden worden toegevoegd. Daarnaast zijn werken afkomstig uit onder meer het Rijksmuseum, Rijksmuseum Twenthe, Centraal Museum, Singer Laren en Kunstmuseum Den Haag.
Het voelt daardoor niet alleen als een tentoonstelling, maar ook als een kleine herwaardering: een kunstenaar die lange tijd minder aandacht kreeg, wordt opnieuw bekeken.
Lou Loeber maakte geen kunst die op afstand blijft staan. Haar schilderijen zijn kleurrijk, helder en vaak verrassend eenvoudig. Maar onder die eenvoud zit een hele wereld van ideeën over kunst, samenleving en toegankelijkheid.
Misschien is dat ook wat haar werk juist nu interessant maakt. We zijn gewend geraakt aan kunst die ons wil overdonderen, choqueren of ingewikkelde vragen voorschotelt. Loeber lijkt iets anders te zeggen: kunst mag ook helder zijn. Kunst mag je binnenlaten.
En misschien hoeft kunst helemaal niet moeilijk te zijn om iets belangrijks te vertellen.
Lou Loeber – Kunstenaar en idealist is tot en met 27 september 2026 te zien in het Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112. Het museum is geopend van dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur.
Meer informatie en tickets bij het Stedelijk Museum Schiedam
Bronnen: Stedelijk Museum Schiedam; RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis.