In het prachtige boek “Waak over haar” van de gelauwerde schrijver Jean-Baptiste Andrea, gaat de kleine beeldhouwer Michelangelo Vitaliani -bekend als Mimo- in de leer bij zijn oom in Piëmont in Italië. Echter leerde de oom hem niets nieuws omdat zijn jong overleden vader hem de basis al had geleerd, waarop hij zich intuïtief verder ontwikkelde tot een groots beeldhouwer in Italië. In Florence maakte hij zijn meesterstuk, dat uiteindelijk werd opgeborgen in een klooster. Dit fictieve verhaal plaatste Mimo in de roerige geschiedenis van Italië in de twintigste eeuw.

De omslag van een feodale heerschappij en het Vaticaan naar een interne revolutie, mede door de wereldoorlogen en de opkomst van het fascisme. Juist in deze fascistische ideologie ontstond een nieuwe kunststroming; het futurisme. Mimo kreeg daarmee te maken en ontving ook de nodige opdrachten van de fascistische leiders. Hij ontmoette de kunstenaars die de nieuwe stroming het futurisme omarmden en zag in Milaan bij het station het werk La Rivolta van Russolo. Hij bleef echter bij zijn eigen stiel. Toen hij uiteindelijk de belangrijkste kunstonderscheiding kreeg van dit foute regime, zei hij bij de feestelijke gebeurtenis tegen de volle zaal: “Stop die medaille maar in je reet.” En hij verliet het feest.
Het futurisme is gericht op de toekomst, walgt van het verleden en wil een radicale vernieuwing van alles. De enige mogelijkheid om dat te bereiken -volgens het futurisme- is door middel van geweld en oorlog. Daarbij moet alles in beweging komen en is de technische ontwikkeling het middel tot vooruitgang. Snelheid en dynamiek waren destijds het motto. Er moest flink geïnvesteerd worden in technologie, dus auto’s, spoorwegen en het leger.
Bovenstaand schilderij is daar een voorbeeld van. Het artistieke doel was vernieuwing. In 1910 ondertekend Balla samen met Boccioni, Carlo Carrà, Luigi Russolo en Severini het futuristisch schildersmanifest. Hun krant of tijdschrift heette L’Arts de bruits (kunst van de wilden). Op 11 maart 1913 kreeg in L’art des bruits één van de meest radicale futuristische schilders het woord: Luigi Russolo. De schilder van het iconische La rivolta (1911) verheerlijkt in dit manifest de duizendvoudige geluiden van het moderne stadsleven. In die noise herkent hij een genre dat aangepast is aan het leven van de eigentijdse mens. Want: ‘Cette évolution de la musique est parallèle à la multiplication grandissante des machines!’ (“Deze ontwikkeling van de muziek loopt parallel aan de steeds grotere toename van het aantal machines.”)
Ik heb dit schilderij gezien in het Kunstmuseum in Den Haag en was erg onder de indruk. Ik wist toen nog niets over de achtergrond. Het is ook imposant door de afmeting en door de kleuren en de beweging die in het beeld zit.
De kunstwebsite Henricus schrijft over La Rivolta (de opstand): “Ook hier moet een helderrood de heftigheid en emotie uitdrukken van een zich naar voren dringende menigte. Rode lijnen eindigend in een scherpe punt geven de beweging en de kracht van de mensenmassa aan. Tussen de lijnen zijn de donkere vensters van gebouwen te zien, de omringende stad die deel uitmaakt van het geheel. Russolo, die zich wat later bij de futuristen had aangesloten, was als schilder minder begaafd. Zijn bijdrage aan het futurisme ligt vooral op het terrein van de muziek. Met zijn intonarumori, een elektrische lawaaimachine, imiteerde hij de geluiden van het moderne stadsleven en verwerkte hij die tot futuristische composities.” (Bron: https://henrickus.nl/) Ik kan het niet beter verwoorden.
Het is de actualiteit van dit moment die mij ertoe bracht de aandacht op dit werk te vestigen. De beweging van de futuristen (althans de fascistisch grondslagen daarvan) zijn overigens behoorlijk uitgedoofd. Dat begon al in de Eerste Wereldoorlog waar veel kunstenaars moesten meevechten en sneuvelden. Daardoor kreeg de verheerlijking van oorlog en geweld een flinke deuk. Er ontstond ook een Russische variant met ook vrouwelijke kunstenaars (oorspronkelijk waren de futuristen nogal vrouwonvriendelijk). De vele kunstenaars hebben wel een plek in de kunstgeschiedenis gekregen en het werd zo een pan-europese kunststroming. De beweging is minder radicaal geworden en heeft zich vermengd met nieuwe kunstvormen en uitingen.
Informatie over dit schilderij: Luigi Russolo, La Rivolta,1911. Hoogte 150,8 cm; breedte 230,7 cm. In bezit van het kunstmuseum Den Haag.