Een paar weken oefenen achter een computer en jaren later minder kans op een diagnose dementie. Het is het soort onderzoeksnieuws dat bijna om een stellige kop vraagt. De werkelijkheid is interessanter. Een langlopend Amerikaans onderzoek vond een opvallend resultaat, waarna andere wetenschappers onmiddellijk discussieerden over de juiste uitleg.

De ACTIVE-studie begon in 1998 en 1999 met 2.802 zelfstandig wonende volwassenen van 65 jaar en ouder. De gemiddelde leeftijd was ongeveer 74. De deelnemers werden willekeurig verdeeld over vier groepen. Drie groepen oefenden geheugen, logisch redeneren of snelheid van informatieverwerking. De vierde groep kreeg geen training.
Iedere training bestond uit maximaal tien bijeenkomsten van 60 tot 75 minuten, verspreid over vijf tot zes weken. De snelheidstraining draaide om visueel zoeken en verdeelde aandacht. De opgaven werden moeilijker naarmate iemand beter presteerde. Een deel van de deelnemers kreeg na elf en 35 maanden extra oefensessies.
Voor de nieuwe analyse konden de onderzoekers gegevens van 2.021 deelnemers koppelen aan Amerikaanse zorgdeclaraties over de periode tot eind 2019. In de groep met snelheidstraining en extra sessies kreeg 39,8 procent in die twintig jaar een geregistreerde diagnose van alzheimer of een verwante vorm van dementie. In de controlegroep was dat 48,7 procent. Het statistische model kwam uit op een hazardratio van 0,75. Eenvoudiger gezegd: de kans op zo'n geregistreerde diagnose lag gedurende het onderzoek naar schatting 25 procent lager.
De andere trainingen lieten in deze analyse geen statistisch overtuigend verschil zien. Ook de deelnemers die wel snelheidstraining maar geen extra sessies kregen, hadden geen aantoonbaar lager risico. De mogelijke winst zat dus niet in zomaar wat denkspelletjes doen. Zij verscheen bij één specifieke, herhaalde en steeds aangepaste training.
In juni publiceerde econoom William Dickens een kritische heranalyse. Volgens hem was er onvoldoende rekening gehouden met het aantal statistische vergelijkingen. Na een strenge correctie bleef geen afzonderlijk resultaat overtuigend overeind. Zijn analyse wees bovendien op een andere mogelijkheid: misschien hadden meerdere soorten training een bescheiden effect, vooral bij de jongste deelnemers aan het onderzoek.
De oorspronkelijke onderzoekers reageerden daarop. Zij vinden zo'n correctie hier niet nodig, omdat iedere trainingsvorm vooraf als een afzonderlijke onderzoeksvraag was vastgelegd. Volgens hen heeft het weinig zin om geheugen, redeneren en verwerkingssnelheid samen te voegen, omdat de oefeningen verschillende vaardigheden aanspreken.
Dit meningsverschil is geen teken dat het onderzoek waardeloos is. Het laat zien hoe wetenschap hoort te werken. Een uitkomst wordt gepubliceerd, een collega test de redenering en de auteurs verdedigen hun keuzes. Voor jou als lezer betekent het dat de bevinding veelbelovend is, maar nog geen vaststaand preventierecept.
De studie bewijst niet dat iedere commerciΓ«le breinapp dementie voorkomt. De gebruikte training was nauwkeurig opgebouwd, paste zich aan het niveau van de deelnemer aan en werd op meerdere momenten herhaald. Bovendien kwamen de diagnoses uit declaratiegegevens. Dat zijn geen uitgebreide onderzoeken in een geheugenpoli en zulke registraties kunnen gevallen missen of verkeerd indelen. Ook kon maar 72 procent van de oorspronkelijke groep in deze analyse worden meegenomen.
Wie graag puzzelt of een aandachtsoefening doet, hoeft daar natuurlijk niet mee te stoppen. Plezier, concentratie en het gevoel iets nieuws te leren zijn op zichzelf goede redenen. Zie zo'n oefening alleen niet als een verzekering tegen dementie. Daarvoor is bevestiging in nieuw onderzoek nodig.
Heb je zorgen over je geheugen of merk je veranderingen die het dagelijks leven hinderen, bespreek die dan met je huisarts. Een computerspel kan een medische beoordeling niet vervangen. Het interessantste nieuws uit ACTIVE is voorlopig minder spectaculair en daardoor juist geloofwaardiger: gerichte training verdient verder onderzoek, maar een losse appbelofte loopt op de wetenschap vooruit.
β