Je onthoudt afspraken, vindt je weg en regelt je eigen zaken. Toch kan een onderzoek veranderingen aantonen die bij alzheimer horen. Ben je dan ziek? Over die vraag verschillen deskundigen van mening. Nieuwe tests maken de discussie steeds minder theoretisch.

In The New Yorker onderzoekt journalist Manvir Singh wat er gebeurt wanneer de definitie van alzheimer wordt verruimd. Zijn artikel, gepubliceerd op 2 november, stelt een ongemakkelijke vraag: worden mensen patiënt doordat hun gezondheid verandert, of doordat artsen anders gaan benoemen wat ze meten?
De aanleiding is onder meer een voorstel uit 2024 van een werkgroep van de Amerikaanse Alzheimer’s Association. Daarin wordt alzheimer gedefinieerd aan de hand van biologische veranderingen. Bepaalde betrouwbare meetwaarden, zogeheten biomarkers, kunnen volgens deze criteria voldoende zijn voor de diagnose. Ook als iemand nog geen geheugenproblemen heeft.
Het gaat bijvoorbeeld om een PET-scan die ophopingen van het eiwit amyloïd zichtbaar maakt, of om specifieke bepalingen in hersenvocht of bloed. Niet iedere beschikbare test is daarvoor nauwkeurig genoeg. De gedachte achter deze benadering: het ziekteproces kan al beginnen voordat je in het dagelijks leven iets merkt.
Alzheimer en dementie betekenen niet hetzelfde. Dementie beschrijft problemen met onder meer geheugen en denken die het zelfstandig functioneren aantasten. Alzheimer kan daarvan de oorzaak zijn. De discussie gaat dus over hoe vroeg je de naam van die ziekte kunt gebruiken.
De International Working Group, een internationale groep deskundigen, kiest voor meer terughoudendheid. Zij adviseert om de meeste mensen die normaal functioneren maar afwijkende biomarkers hebben, te beschrijven als mensen met een verhoogd risico. Een afwijkende uitslag voorspelt namelijk niet met zekerheid óf en wanneer iemand klachten krijgt.
De groep maakt uitzonderingen voor bijzondere erfelijke vormen en bepaalde combinaties van biomarkers die op een zeer hoog risico wijzen. Het is dus geen pleidooi om meetbare veranderingen te negeren. Wel om zorgvuldig te zijn met de betekenis die je eraan geeft.
Dat verschil kan aan de keukentafel groot zijn. Een risico laat ruimte voor onzekerheid. Het woord alzheimer kan klinken alsof de toekomst al vaststaat.
Bloedtests maken onderzoek minder belastend. In mei 2025 liet de Amerikaanse toezichthouder FDA een eerste bloedtest toe die artsen kan helpen bij de diagnose. Deze test is bedoeld voor mensen van 55 jaar en ouder die al verschijnselen hebben.
De FDA benadrukt dat de test niet bedoeld is om de bevolking te screenen of zelfstandig een diagnose te stellen. Een arts moet de uitslag samen met andere informatie beoordelen. Een test die aanwijzingen geeft voor amyloïdophoping, beantwoordt niet automatisch de vraag hoe je over tien jaar functioneert.
Ook de Alzheimer’s Association adviseert in haar criteria om mensen zonder cognitieve problemen buiten wetenschappelijk onderzoek niet op deze biomarkers te testen. Een ruimere biologische definitie is dus geen oproep aan iedereen om bloed te laten prikken.
De hoop is dat vroeg ingrijpen klachten kan uitstellen. Hoeveel de huidige amyloïdremmers patiënten helpen, blijft onderwerp van debat.
Een Cochrane-overzicht uit april 2026 bundelde zeventien onderzoeken met 20.342 deelnemers met lichte cognitieve problemen of lichte dementie door alzheimer. De auteurs concludeerden dat de middelen na achttien maanden vergeleken met placebo waarschijnlijk weinig tot geen betekenisvol verschil maken voor geheugen en denken. Ze verhogen wel het risico op hersenzwelling en kleine bloedingen.
Andere onderzoekers bestrijden die beoordeling, onder meer omdat verschillende middelen samen zijn geanalyseerd. De Europese geneesmiddelenautoriteit EMA beoordeelt lecanemab voor een beperkte groep patiënten met vroege klachten wel positief, onder strikte voorwaarden. Dat betreft geen preventieve behandeling van mensen zonder klachten.
Daarom is het belangrijk die verwachtingen uit elkaar te houden: nauwkeuriger meten, achteruitgang afremmen en dementie voorkomen zijn drie verschillende beloften.
Maak je je zorgen over je geheugen, bespreek dat dan met de huisarts. Af en toe iets vergeten betekent niet meteen dementie. Ook andere oorzaken kunnen meespelen. Vertel vooral wat er verandert in je dagelijks leven.
Als onderzoek wordt voorgesteld, kun je vragen wat het precies kan aantonen, welke onzekerheid overblijft en wat de uitslag aan je zorg verandert. Dat helpt om een keuze te maken die bij je past.
Een goede diagnose geeft niet alleen een naam aan wat er wordt gevonden. Ze helpt je begrijpen wat dat voor jouw leven betekent.
Aanleiding: Manvir Singh in The New Yorker, 2 november 2026
De herziene criteria voor alzheimer uit 2024
Het alternatieve advies van de International Working Group
Cochrane over amyloïdremmers, april 2026
Thuisarts over zorgen om je geheugen