Er is een stuk Europa dat jarenlang achter gesloten grenzen lag en daardoor iets heeft bewaard wat de rest van het continent langzaam kwijtraakt: echte stilte, echte bergen, echte gastvrijheid. Albanië en Montenegro zijn dat stuk. Ze zijn klein, spectaculair en nog steeds verrassend onontdekt. En ze zijn uitstekend te bereiken per vliegtuig vanuit Nederland. Voor wie wil wandelen en tegelijk wil reizen op een manier die echt iets geeft, zijn dit twee van de mooiste bestemmingen van dit moment.

Albanië is de onaangename verrassing van Zuid-Europa. Onaangenaam voor de reisbranche, die er lang geen vat op had. Aangenaam voor de reiziger, want de infrastructuur voor individuele wandelaars is de afgelopen jaren flink verbeterd zonder dat het massatoerisme is komen opzetten.
Het land grenst van noord naar zuid aan Montenegro, Kosovo, Noord-Macedonië en Griekenland, en heeft aan zijn westkant de Ionische en Adriatische Zee. Ruwweg driekwart van het land bestaat uit bergachtig binnenland, met een gemiddelde hoogte van meer dan 700 meter. Die bergen zijn het hart van het wandellandschap.
De Albanese Alpen: de vervloekte bergen
In het noorden liggen de Albanese Alpen, ook wel de Accursed Mountains of de Vervloekte Bergen genoemd. De naam klinkt dreigender dan de realiteit: dit zijn rauwe kalksteenbergen met scherpe toppen, turquoise rivieren in de dalen en guesthouses bij mensen thuis. Het meest bekende wandelgebied is de route tussen de dorpen Valbona en Theth, een klassieke dagwandeling over een oud muilezelpad, met als hoogtepunt de Valbona Pas op 1.795 meter.
Het dorpje Theth is op zichzelf al een bestemming. Verscholen tussen bergketens, vijftien kilometer van de grens met Montenegro, wordt het gezien als het wandelparadijs van Albanië. Hier overnacht je bij lokale families, eet je wat de bergen bieden, en is mobiel bereik iets wat je de volgende dag wel weer hebt.
De Peaks of the Balkans: drie landen op één route
Voor wie meer wil dan een dagwandeling, is de Peaks of the Balkans Trail een van de opvallendste meerdaagse routes in Europa. De circulaire lus van 192 kilometer verbindt de mooiste bergbestemmingen in Albanië, Kosovo en Montenegro, met gevarieerd landschap, ruig terrein en een mix van Balkanculturen. De trektocht won eerder de World Travel & Tourism Award en de regio staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst.
Via herderspaden slingert de trail door het hoogalpiene gebergte tot 2.300 meter boven de zeespiegel, langs groene valleien, kristalheldere bergmeren, watervallen en rivieren. Op de route slaap je in eenvoudige guesthouses en soms bij lokale families. Wie de volledige route te lang vindt, kan kiezen voor een verkorte variant van vijf tot zeven dagen. Diverse Nederlandse en Vlaamse reisorganisaties bieden begeleide groepsreizen aan met bagagevervoer en lokale gidsen.
Zuid-Albanië: valleien, bronnen en een rivièra
Het zuiden biedt een ander soort wandellandschap. In de Zagoria-vallei bij Përmet lopen gemarkeerde paden langs rivieren en door berggebied, met highlights als de hete bronnen van Bënja en de Lengarica Canyon. De routes zijn hier korter en minder zwaar, goed te combineren met een verblijf in de vallei. Llogara Nationaal Park biedt wandelpaden hoog boven de Ionische Zee, met een unieke combinatie van berg- en zeelandschap.
Montenegro pakt je meteen. Dit kleine Balkanland knijpt bergen, meren en zee samen op een oppervlak kleiner dan Nederland. Van de ijsblauwe Adriatische kust naar alpine toppen in twee uur rijden. Het is een land dat je in één week kunt doorkruisen en toch niet uitputtend kunt verkennen.
Durmitor: UNESCO-park met meer dan 150 kilometer aan paden
Het wandelgebied bij uitstek is Durmitor Nationaal Park. De bergketen in het noorden van Montenegro staat sinds begin jaren '80 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het park telt meer dan 50 bergen tussen de 1.500 en 2.500 meter, achttien gletsjermeren en de Tara-rivier die door de diepste canyon van Europa stroomt.
Voor wie rustig wil beginnen is de wandeling rondom het Zwarte Meer een prima keuze: een route zonder extreme hoogteverschillen die alle fotogenieke hoeken van het meer laat zien. Voor wie meer wil, zijn er paden naar bergtoppen als de Prutaš (2.401 m) en de Bobotov Kuk (2.523 m). Die routes vragen om een goede conditie en bij voorkeur begeleiding.
Prokletije: de minder bekende broer van Durmitor
Veel minder bekend maar net zo indrukwekkend is Nationaal Park Prokletije helemaal in het zuiden van Montenegro. In dit ruige nationaal park wandel je tussen de hoogste toppen van het land, omgeven door schitterende bloemen, herders met hun schaapskuddes en talloze vlinders. Dit is de Montenegrijnse kant van diezelfde Vervloekte Bergen die ook door Albanië lopen.
Een driedaagse trekking voert over prachtige paden door verstilde wouden naar het Hridsko meer en verder naar een top die het drielandenpunt met Albanië en Kosovo markeert. Het meer van Plav, vlakbij de Albanese grens, is een uitstekende uitvalsbasis voor dit deel van Montenegro.
Biogradska Gora: een van de laatste oerbossen van Europa
Wie wat rustiger wil wandelen, vindt in Biogradska Gora een bijzondere omgeving. Biogradska Nationaal Park herbergt een van Europa's laatste oerbossen. Het meer van Biogradska ligt centraal in het park en kan worden omgewandeld over een ruim toegankelijk pad. De combinatie van oud bos en glinsterende bergwateren maakt dit park tot een stille tegenhanger van het dramatischere Durmitor.
De beste reistijd voor wandelen in beide landen is mei-juni en september-oktober. In de zomer zijn de temperaturen in de lager gelegen valleien hoog en de paden drukker. Mei en september zijn de meest aangename maanden: goed klimaat, bloeiende vegetatie of herfstkleur, relatief weinig drukte.
Albanië is bereikbaar via Tirana, met directe vluchten vanuit Amsterdam (Transavia) of via een tussenstop. Montenegro heeft een luchthaven bij Podgorica en een kleinere bij Tivat aan de kust. Combinatiereizen, waarbij je in Albanië begint en in Montenegro eindigt of andersom, zijn goed zelf samen te stellen per huurauto.
Wie liever niet alles zelf regelt, kan terecht bij gespecialiseerde reisorganisaties. SNP Natuurreizen biedt begeleide wandelvakanties in Albanië aan, inclusief overnachtingen bij bergbevolking thuis. Better Places verzorgt wandelreizen door Montenegro met bagagevervoer naar de berghutten.
Handig om te weten: neem degelijke wandelschoenen met enkelbescherming mee, een regenpak en wandelstokken. Bergweer is grillig. Betaling in guesthouses gaat bijna altijd contant; pinautomaten zijn schaars buiten de steden. In Albanië is de munt de Lek, in Montenegro de euro. De grens tussen Albanië en Montenegro in de bergen vereist een officiële aanvraag; georganiseerde reizen regelen dit automatisch, maar op eigen houtje is het verstandig dit ruim van tevoren via een lokale gids te regelen.