Wie de tijd neemt, ziet soms meer dan de museumdirecteur

Doede Hardeman, museumdirecteur van Singer Laren, over een Kandinsky die hij nooit in het echt zag, de verhalen die onze blik sturen en de vrijheid om een vertrouwde plek opnieuw te ontdekken.

In samenwerking met

Wie de tijd neemt, ziet soms meer dan de museumdirecteur
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Nov 3, 2026

Als we Doede Hardeman vragen welk kunstwerk al vroeg indruk op hem maakte, noemt hij een schilderij dat hij nog nooit in het echt heeft gezien. Het is Compositie V van Wassily Kandinsky. Tijdens onderzoek naar de ontvangst van Kandinsky in Nederland vond hij een oude krant uit 1912 waarin het werk groot stond afgebeeld. Die ontdekking bleef hem bij.

Hij wilde het schilderij lenen voor een tentoonstelling, vertelt hij. Dat lukte toen niet, het zat in een particuliere collectie in New York. Misschien heeft juist die onbereikbaarheid zijn fascinatie versterkt. Veel van de kunstwerken die hem dierbaar zijn, raakten verbonden met projecten waaraan hij werkte. Door zich in een kunstenaar te verdiepen, ging hij het werk steeds beter aanvoelen.

“Kunstwerken kun je totaal anders beleven nadat je er met andere kennis naar kijkt.”

Het is een ervaring die door het gesprek heen terugkeert. Een schilderij kan je onmiddellijk raken. Het kan ook jaren duren voordat je er iets in ontdekt. En soms is er iemand anders nodig die je aandacht op iets vestigt.

Een schilderij leren kennen

Hardemans grote liefde is schilderkunst. Van het negentiende-eeuwse impressionisme tot eigentijdse kunst: zijn belangstelling is breed gebleven. Dat werd hem aan het begin van zijn loopbaan niet uitsluitend als voordeel voorgehouden. In Den Haag adviseerde zijn leidinggevende hem zich te specialiseren. Hoe kon hij zich anders voldoende verdiepen?

Wanneer hij een schilderij voor het eerst ziet, laat hij het geheel op zich inwerken. Daarna kijkt hij naar de manier waarop het is gemaakt. Hoe is de verf aangebracht? Wat doet de penseelvoering? Hoe zijn de kleuren en vormen over het doek verdeeld? Zelfs de lijst kan aanleiding zijn om verder te zoeken. Is die origineel? Wat vertelt ze over de geschiedenis van het werk?

Terwijl hij kijkt, legt hij ook verbindingen met andere schilderijen en met wat hij over een periode weet. Zijn kennis geeft hem steeds nieuwe aanknopingspunten.

Toch werkt dat bij ieder kunstwerk anders. De intieme schilderijen van Jan Mankes noemt hij als voorbeeld van werk dat je direct kan raken. Bij Marlow Moss, van wie hij de schilderkunst als afstandelijker omschrijft, helpt achtergrondkennis hem om er meer in te zien. Weten waarnaar een kunstenaar zocht, kan belangstelling wekken die er bij een eerste ontmoeting nog nauwelijks was.

Daarom vindt hij de toelichting die een museum biedt zo belangrijk. Een goed verhaal kan je toegang geven tot iets waar je anders aan voorbij zou lopen.

Wat een ander je laat zien

Die toegang kan ook ontstaan in een gesprek. Hardeman bezocht in zijn werk tentoonstellingen met mensen die blind zijn, onder wie cabaretier Vincent Bijlo. Aanvankelijk vond hij het een vreemde gedachte om samen naar schilderijen te gaan kijken. Maar het werkte verrassend natuurlijk.

“Het is ontzettend verruimend om met iemand te spreken die slechtziend of blind is. Dat stimuleert je heel erg in je verbeeldingskracht.”

De schilderijen vormden een aanleiding om zich samen iets voor te stellen. Hardeman merkte hoe dat zijn eigen ervaring intenser maakte. Ook stond hij opnieuw stil bij zijn vermogen om te zien. Wat tijdens een gewone werkdag vanzelfsprekend lijkt, kreeg in die ontmoetingen meer betekenis.

Hij leert ook van bezoekers die iets opmerken wat hemzelf ontgaan is. Bij Pak een stoeltje, het programma van Singer Laren waarbij museumexperts met bezoekers bij een kunstwerk stilstaan, gebeurt het dat iemand uit het publiek meer over een onderwerp weet dan hij.

“Vroeger dacht ik: vervelend, dan moet ik snel een ander werk bespreken. Maar nu denk ik: hartstikke leuk. Dan heb je gelijk een heel interessant gesprek en leer je zelf weer meer.”

Hardeman ziet bovendien mensen die meer aandacht aan een schilderij kunnen geven dan hij op dat moment. Als directeur is hij met allerlei zaken tegelijk bezig. Een bezoeker die rustig de tijd kan nemen, heeft ruimte om iets te ontdekken waarvoor hijzelf misschien te snel doorloopt.

Wanneer hij denkt aan de jaren na zijn werk, verheugt hij zich om met nog meer aandacht intenser en met rust naar kunst te kijken. 

“En stiekem kijk ik daar ook weleens een beetje naar uit. Het lijkt me geweldig.”

In zijn huidige werk zorgt hij dat het kijken voldoende plaats houdt. Hij loopt naar eigen zeggen drie keer per dag door de zalen en stimuleert zijn collega's hetzelfde te doen. Tussen alle voorbereidingen en beslissingen door wil hij dicht bij de kunst blijven, en bij de mensen die ervoor komen.

Een stoel voor Toorop

Een van de schilderijen waarbij Hardeman graag stilstaat, is Avond (voor de werkstaking) van Jan Toorop. Bij Pak een stoeltje vertelde hij bezoekers erover. Het is een werk waarin voor hem twee kanten van schilderkunst samenkomen: de vernieuwing van kleur en techniek, en de betrokkenheid bij de samenleving.

Toorop bouwde het schilderij op met kleine verftoetsen. Die manier van werken maakt het kunsthistorisch interessant. Maar voor Hardeman zit de kracht ook in de gevoelens die het oproept. Hij ziet wanhoop, en tegelijk hoe de kunstenaar met het gebruik van kleur die wanhoop verzacht.

“In dat schilderij zitten troost, tijdloosheid en rust.”

Wat zou er overblijven wanneer je de titel niet kende? Wanneer niemand je vertelde dat er een werkstaking op komst was? Hardeman denkt dat de emotie nog steeds voelbaar zou zijn. Je hoeft geen kunsthistoricus te zijn om iets van de onzekerheid en de rust te ervaren.

Daarna kan kennis de blik verder openen. Een schilderij ontstaat in een bepaalde tijd, tussen bepaalde gebeurtenissen en ideeën. De manier waarop een kunstenaar naar de samenleving kijkt, vindt een vorm in het werk. Hardeman vindt het belangrijk dat verband zichtbaar te maken.

Bij de gesprekken op zaal merkt hij hoeveel belangstelling daarvoor bestaat. Mensen willen weten wat ze zien, hoe het gemaakt is en waarom het hier hangt. Hij vertelt ook graag over wat er achter de schermen gebeurt. Sommige bezoekers komen regelmatig terug. Zo ontstaat er een band die verder gaat dan één toelichting bij één schilderij.

Wanneer een levensverhaal het kijken bepaalt

Maar een verhaal kan ook zo bekend raken dat het je blik gaat vastzetten. Bij de huidige tentoonstelling Herman Kruyder. Expressionist van de ziel gebeurde dat volgens Hardeman met het verhaal over diens psychische kwetsbaarheid.

“De kunstwereld gaat altijd ook gepaard met romantiek. Mensen willen mooie verhalen vertellen en het liefst net iets mooier maken dan de werkelijkheid is.”

Kruyders schilderijen werden vaak vanuit zijn ziektegeschiedenis verklaard. Zijn verbeeldingskracht leek daardoor vooral voort te komen uit zijn kwetsbaarheid. De tentoonstelling die Singer Laren nu aan hem wijdt, onderzoekt dat beeld opnieuw.

Gastconservator Caroline Roodenburg-Schadd plaatst zijn artistieke ontwikkeling centraal. Daardoor komt er meer aandacht voor zijn keuzes, zijn ambities en zijn verhouding tot andere kunstenaars. Het beeld van iemand die los van de kunstwereld voornamelijk vanuit zijn eigen problemen schilderde, blijkt te beperkt.

Hardeman vindt dat de schilderijen aan kracht winnen wanneer je die bredere ontwikkeling ziet.

“Als je het los daarvan gaat zien, dan zie je hoe bijzonder het is hoe die kunstenaar zich heeft ontwikkeld.”

Dat betekent voor hem dat je zorgvuldig met een levensgeschiedenis moet omgaan. Ze kan helpen om werk te begrijpen, maar verklaart niet alles. Bij Kruyder raakten de bewuste keuzes van een kunstenaar te veel op de achtergrond.

Wat Hardeman aan de tentoonstelling raakt, is dat je meer van een heel werkend leven kunt volgen. Je ziet bekende schilderijen naast werken die je minder goed kent. Je merkt hoe iemand zoekt, van richting verandert, vastloopt en weer verder gaat.

“Het is alsof je door een leven van iemand heen wandelt.”

Daarin herkent hij iets wat ook buiten de kunst geldt. Iedere loopbaan kent onzekerheid, hoogtepunten en periodes waarin je je afvraagt waarom je ergens aan begonnen bent. Een overzichtstentoonstelling maakt die bewegingen zichtbaar. Achter de paar werken die iedereen kent, blijkt een veel groter leven te liggen.

Jo verdient een eigen introductie

In de tentoonstelling is ook werk te zien van Jo Kruyder-Bouman. We vragen Hardeman haar voor te stellen zonder eerst over haar echtgenoot Herman te beginnen.

Hij noemt haar een verfijnde kunstenaar met een krachtige beeldtaal. Een expressionist, die ook in haar grafische werk en boekontwerpen veel laat zien. Zijn eerste reactie is nieuwsgierigheid: hoeveel meer zou er van haar zijn?

“Fantastisch, daar wil ik meer van zien.”

Volgens Hardeman is over de omvang van haar oeuvre nog veel onbekend. Het is moeilijk te zeggen of ze relatief weinig heeft gemaakt, of dat we slechts een deel kennen. Ook bij afzonderlijke werken bestaat onzekerheid. Zijn ze van Herman, van Jo, of hebben beiden eraan gewerkt?

Hij laat die vragen open. Wat hij wel voor zich heeft, overtuigt hem van haar kwaliteit. De aandacht voor Jo maakt de tentoonstelling daarmee ook tot een uitnodiging om verder te zoeken: naar haar werk en naar haar eigen plaats tussen de kunstenaars van haar tijd.

Voortbouwen op een open huis

De vraag hoe je recht doet aan een geschiedenis speelt ook bij Singer Laren zelf. Het museum ontstond vanuit de verzameling van Anna en William Singer. Hardeman deelt hun liefde voor het impressionisme en spreekt met bewondering over de beelden van Auguste Rodin die zij verzamelden.

Maar hun smaak hoeft voor hem niet de grens te bepalen van wat het museum vandaag laat zien.

Als het woord behoudend valt, nuanceert hij. Anna en William kozen voor een leven met kunst. Daarmee maakten ze zich volgens hem al los van de verwachtingen die hun achtergrond met zich meebracht. Ze onderhielden contacten met kunstenaars en stonden open voor nieuwe ontwikkelingen, ook al voelden ze zich niet met iedere richting verbonden. Abstracte kunst bleef bijvoorbeeld een spanningsveld.

Hardeman wil vooral voortbouwen op hun idee van een open huis. Een plek waar beeldende kunst, muziek en theater samenkomen en waar kunstenaars elkaar ontmoeten.

“Je wilt geen plek zijn waar een stolp over de tijd wordt gezet.”

De negentiende en vroege twintigste eeuw blijven belangrijk voor Singer Laren. Hij wil die belangstelling koesteren en goede tentoonstellingen over die periode blijven maken. Tegelijk ziet hij ruimte om eigentijdse kunst toe te voegen en bezoekers iets te laten ontdekken wat ze hier misschien niet hadden verwacht.

Ook museumgeschiedenissen zijn achteraf vaak overzichtelijker dan op het moment waarop ze zich ontvouwen, zegt hij. Een verzameling lijkt een zorgvuldig uitgestippeld verhaal. Maar toeval speelt mee, net als collecties die op een bepaald moment hun weg naar een museum vinden. Respect voor de oorsprong kan samengaan met de vrijheid om de volgende stap te zetten.

Een tentoonstelling ontstaat ook in de zaal

Die vrijheid zit voor Hardeman ook in het maken zelf. Je kunt vooraf in een computerprogramma precies uitdenken welk schilderij waar komt te hangen. Toch weet je pas in de zaal hoe een werk zich tot de ruimte en de andere schilderijen verhoudt.

Hij vertrouwt daarom op zijn gevoel tijdens het inrichten. Twee werken die op papier een logische combinatie lijken, kunnen naast elkaar iets anders oproepen dan verwacht. De afstand ertussen doet ertoe. De plek op een wand ook.

Dat vergelijkt hij met een huis. Naarmate je er langer woont, ga je beter aanvoelen wat waar hoort. Je leert de ruimtes kennen en ontdekt welke combinaties werken. Daarom is hij ook zoveel op zaal: om het gebouw beter te begrijpen en er vrijer mee te kunnen omgaan.

Voor hem is dat spel met kunstwerken een van de leukste onderdelen van het vak. Er moet ruimte blijven voor iets wat nog niet helemaal vaststaat.

Dat geldt ook voor de programmering. Hardeman ziet mogelijkheden om in Singer Laren te experimenteren. Juist omdat het museum bij eigentijdse kunst minder vanzelfsprekend in het middelpunt van de aandacht staat, kun je bezoekers verrassen.

Het museum mag, vindt hij, een plek zijn “waarin je dingen kunt uitproberen, waarin dingen kunnen mislukken, waarin je vernieuwing kunt brengen op basis van het fundament van de klassiek modernen”.

Buiten gaat het kijken verder

Wat zo'n ontmoeting kan doen, merkt hij bij Humus Blues, de tentoonstelling van Otobong Nkanga. Haar werk maakt dat hij met andere ogen naar de tuin van Piet Oudolf kijkt, vertelt hij.

Het is een ervaring die hij ook kent van de vroege schilderijen van Piet Mondriaan en Jan Sluijters. Hun aandacht voor licht en kleur heeft hem geleerd meer verschillen in zijn omgeving op te merken. Wat je in een schilderij ontdekt, kan ervoor zorgen dat je je omgeving intenser waarneemt.

“Het is bijna alsof je een gelaagdheid aan je kijken toevoegt.”

Daarin ziet Hardeman een belangrijke taak voor musea. Via sociale media komen beelden in hoog tempo op je af. In een museum kun je bij één schilderij blijven, terugkeren naar een detail en merken dat je eerste indruk verandert.

We spreken hem de dag na de opening van Nkanga's tentoonstelling. Wat haar werk met zijn blik heeft gedaan, merkt hij al wanneer hij de tuin weer in loopt.

“Dan loop ik nu door de Piet Oudolf tuin en kijk ik met een hele nieuwe blik, alsof de tuin in kleur uiteenvalt.”

‍

Nu te zien

‍

Singer Laren zet tot en met 14 februari 2027  Herman Kruyder (1881–1935), een van de meest markante en uitzonderlijke expressionisten van Nederland in nieuw licht. De tentoonstelling is de eerste monografische presentatie van zijn werk in dertig jaar. Vanwege zijn mentale kwetsbaarheid is Kruyder in het verleden onterecht weggezet als mad genius, einzelgänger en kinderlijk talent. Op basis van nieuw kunsthistorisch onderzoek plaatst gastconservator Caroline Roodenburg-Schadd juist Kruyders artistieke ontwikkeling in het middelpunt. Kruyders ziektegeschiedenis wordt, waar nodig, genuanceerd en feitelijk ingezet om invloeden op zijn kunst te duiden, zonder daarbij te vervallen in overinterpretaties en geromantiseerde beeldvorming.
‍
Herman Kruyder. Expressionist van de ziel is te zien in Singer Laren tot en met 14 februari 2027.

Symposium mentale gezondheid

‍
Door de toenemende druk en prikkels in de samenleving groeit de maatschappelijke behoefte aan plekken van rust, betekenis en reflectie. Een museum biedt de ultieme mogelijkheid om te ontsnappen aan de waan van de dag en op te laden. De Wereldgezondheidsorganisatie concludeerde in 2019 al dat kunst de gezondheid bevordert en het algehele welbevinden. Kunstbeleving verlaagt stress, versterkt verbondenheid en vergroot de veerkracht.

Maar hoe kan de zorg samenwerken met musea? En hoe kunnen we als musea toegankelijk zijn voor de individuele bezoeker om de kracht van kunst te ervaren?

Singer Laren en het Rijksmuseum organiseren een inspirerende middag vol inzichten, ervaringen en praktische handvatten. Voor werknemers van musea en zorginstellingen én beleidsmakers.

Maandag 18 januari 2027 van 14.00 – 18.00 locatie Singer Laren, Regulier tarief: € 35,00 per persoon

Klik hier voor meer informatie.

‍

Geef kunst en welzijn door 

‍
‍
Kunst raakt. Kunst verwondert. Kunst verbindt. Soms biedt een schilderij troost, brengt muziek een dierbare herinnering tot leven of geeft een bijzondere ontmoeting nieuwe energie. Kunst en cultuur maken ons leven niet alleen mooier, maar dragen ook bij aan ons mentale welzijn. In een wereld waarin eenzaamheid, stress en mentale kwetsbaarheid steeds vaker voorkomen, zijn plekken waar mensen kunnen ontspannen, zich laten inspireren en elkaar ontmoeten van onschatbare waarde.

Singer Laren is zo'n plek.

Een plek waar kunst, theater en cultuur samenkomen. Waar bezoekers even kunnen ontsnappen aan de dagelijkse zorgen, nieuwe perspectieven ontdekken en verbinding voelen met zichzelf en anderen. Want kunst doet meer dan ons laten kijken. Kunst laat ons voelen, nadenken en groeien.

Door Singer Laren op te nemen in uw testament, draagt u bij aan een toekomst waarin kunst en cultuur toegankelijk en betekenisvol blijven voor nieuwe generaties.

Met uw nalatenschap helpt u Singer Laren een plek te blijven waar mensen inspiratie, verwondering, ontmoeting en troost kunnen vinden. Een plek die niet alleen het culturele leven verrijkt, maar ook bijdraagt aan een samenleving waarin aandacht is voor het welzijn van ieder mens.

Want wie kunst doorgeeft, geeft zoveel meer door.

‍

Vergelijkbare artikelen