Je levert je laptop in, drinkt een glas met collega’s en krijgt misschien een boek of een bos bloemen mee. Daarna begint iets waarvoor nauwelijks een draaiboek bestaat. Niet alleen je werk valt weg, maar ook het ritme eromheen: de mensen die je vanzelf zag, de vragen waarop jij het antwoord wist en de reden om op dinsdagochtend ergens te worden verwacht.

Juist daarom is stoppen met werken meer dan een vrije agenda krijgen. Het is een overgang waarin je opnieuw ontdekt welke delen van je werkende leven je wilt behouden, en welke je met opluchting achterlaat.
Het Proudies Jaaronderzoek 2026 laat een opvallend verschil zien. Van de mensen van 65 tot en met 69 jaar die nog werken noemt 37 procent meer vrijheid als kenmerk van deze levensfase. Bij mensen van dezelfde leeftijd die in de afgelopen vijf jaar zijn gestopt, is dat 73 procent.
Ook over de overgang zelf zijn de mensen die al gestopt zijn positiever. Van de werkenden zegt 25 procent dat de overgang verloopt zoals zij willen. Onder de recent gestopten is dat 53 procent.
Die cijfers betekenen niet dat dezelfde mensen na hun pensioen van mening veranderden. Het onderzoek vergelijkt twee groepen op hetzelfde moment. Wel maken de uitkomsten iets zichtbaar wat je in gesprekken vaak hoort: vooraf kun je je moeilijk voorstellen hoeveel ruimte er werkelijk ontstaat. Een lege woensdag lijkt klein zolang je agenda nog vol staat. Pas later merk je hoeveel keuzes er in zo’n dag passen.
Wie nog werkt, noemt daar meer redenen voor dan inkomen alleen. In het onderzoek zegt 60 procent van de werkenden dat het werk leuk is. Ruim de helft wil kennis en ervaring blijven gebruiken, eveneens ruim de helft waardeert de sociale contacten en 46 procent noemt structuur en ritme.
Dat is nuttige informatie voordat je afscheid neemt. Misschien hoef je je beroep niet voort te zetten om te behouden wat je eraan waardeerde. Kennis kun je doorgeven als mentor of vrijwilliger. Ritme kan ontstaan door een vaste ochtend in een atelier, werkplaats of sportclub. Voor contact heb je geen volle werkweek nodig, maar meestal wel een afspraak die vaker terugkomt dan “we moeten snel eens koffie drinken”.
De beste voorbereiding begint daarom niet met de vraag wat je na je pensioen allemaal wilt doen. Begin kleiner: welk deel van mijn werkende leven wil ik niet kwijtraken?
Er schuilt ook een valkuil in een goed gevulde wensenlijst. Een cursus Italiaans, vrijwilligerswerk, drie reizen, vaker sporten en eindelijk die zolder opruimen kunnen samen verdacht veel op een nieuw functieprofiel gaan lijken.
Vrijheid hoeft niet onmiddellijk efficiënt te worden ingericht. Je mag eerst ervaren hoe een week zonder vergaderingen voelt. Sommige plannen blijken na een maand nog steeds aantrekkelijk. Andere waren vooral een antwoord op de angst voor leegte.
Een bruikbaarder plan is voorlopig. Geef de eerste drie maanden een paar vaste punten, maar laat ruimte tussen die afspraken. Zo bouw je ritme zonder meteen weer geleefd te worden door je agenda.
Bespreek deze vragen thuis en, als dat kan, al vóór je afscheid met je werkgever. Uit het Proudies-onderzoek blijkt dat slechts 17 procent van de werkenden zegt geen ondersteuning van de werkgever nodig te hebben. Een persoonlijk gesprek, geleidelijk minder werken en duidelijke informatie over pensioen en inkomen worden vaak genoemd.
Voor de financiële kant kun je het Geldplan Bijna pensioen van het Nibud gebruiken en je opgebouwde pensioen bekijken via Mijnpensioenoverzicht.nl. Maar geld is maar één deel van de voorbereiding. De andere vraag is persoonlijker: als je functie wegvalt, wat wil je dan graag van jezelf terugzien?