Je kent het verhaal al, of je denkt dat je het kent. Een jonge componist die de wereld binnenvalt met iets wat op pure overdaad lijkt. Een oudere vakman die alles volgens de regels heeft gedaan, en die dan moet aanzien hoe het genie zonder pardon langs hem heen schiet. Sinds de negentiende eeuw is de verhouding tussen Wolfgang Amadeus Mozart en Antonio Salieri steeds opnieuw verteld, herschreven en ingekleurd, soms met aandacht voor historische nuance, soms met de verleiding van roddel en rivaliteit, soms zelfs met de suggestie van een moordplot

De nieuwste versie heet eenvoudigweg Amadeus en komt van Joe Barton, de Britse scenarist van onder meer Black Doves en The Lazarus Project. Sky maakte er een vijfdelige serie van, gebaseerd op het toneelstuk van Peter Shaffer uit 1979, hetzelfde materiaal dat in 1984 al werd omgesmolten tot de film die acht Oscars won.
Maar wat deze bewerking meteen interessant maakt, is niet alleen de cast. Het is ook de plek. Want Wenen is hier Boedapest.
De serie speelt zich af in het Wenen van de achttiende eeuw, met hofintriges, grote zalen en kleine kamers waar iemand in het halfdonker blijft schaven aan muziek die groter is dan het leven. Toch werd er niet in Wenen gefilmd, maar in en rond Boedapest. De Hongaarse hoofdstad werd gebruikt als decor voor Wenen, precies zoals producties dat vaker doen wanneer een stad tegelijk mooi, filmvriendelijk en praktisch is.
Dat praktische zit hem niet alleen in geld of logistiek, al speelt dat mee. In een interview over de locaties vertelt production designer Morgan Kennedy dat er wel een trip naar Wenen was, maar dat het lastig zou zijn geweest om daar echt te draaien, simpelweg omdat niet alles beschikbaar is of past bij wat een moderne productie nodig heeft. Boedapest biedt wél die ruimte, plus een sterke filmindustrie met ervaren crews en faciliteiten.
Voor jou als kijker werkt het vooral op een andere manier: Boedapest kan tegelijk romantisch en streng zijn, barok en rafelig, groots en intiem. Je gelooft in het verhaal omdat de stad je niet één gezicht geeft, maar meerdere.
Will Sharpe speelt Mozart met een energie die niet netjes in een kostuum blijft zitten. In het gesprek met Condé Nast Traveller vertelt hij dat hij Boedapest eerder één keer bezocht, lang geleden, in de winter. Dit keer was het hoogzomer en “roasting”, en in die zware lagen kleding moest hij op een gegeven moment accepteren dat Mozart in deze versie gewoon zweterig zou zijn, omdat er geen ontsnappen aan was.
Wat Sharpe ook zegt, is misschien nog interessanter voor hoe je naar het verhaal kijkt. Hij wilde zo min mogelijk denken in het grote woord “genie”. Niet omdat Mozart het niet was, maar omdat dat woord alles meteen mythisch maakt. Sharpe probeerde het menselijk te houden: hoe voelt het, dag in dag uit, om in je hoofd constant muziek te horen en ondertussen ook gewoon te leven, lief te hebben, te falen, te veel te willen.
Die benadering past bij het format van een serie. Vijf uur geeft ruimte voor het huiselijke, voor de rommel achter het prestige, voor perspectieven die in de klassieke filmversie minder ruimte krijgen. Zowel Sharpe als Bettany benadrukken dat dit niet alleen Salieri’s blik is, maar ook die van Mozart en Constanze.
Paul Bettany is Salieri, de componist aan het hof die alles begrijpt van ambacht, discipline en reputatie, en die juist daardoor zo scherp ziet wat hij zelf níet heeft. In hetzelfde interview zegt hij dat deze serie naast “de last van genialiteit” ook “de last van middelmatigheid” onderzoekt. Dat is de tragiek van Salieri: hij hoort hoe uitzonderlijk Mozart is en kan het niet níet horen.
Boedapest helpt dat gevoel versterken. Niet alleen met paleizen en operaachtige grandeur, maar juist ook met pleinen, binnenhoven en woonblokken die koel kunnen blijven in de hitte, waar het leven doorloopt terwijl jij probeert een achttiende eeuw te spelen voor mensen die je aankijken met bier in de hand. Bettany beschrijft dat kleine absurdisme: in kostuum een plein oversteken langs verbaasde toeristen. Sharpe vertelt zelfs hoe hij op een vrije dag met zijn kinderen op een speeltuin belandde, nog volledig verkleed als Mozart, en dat er nu foto’s bestaan van “Mozart op de schommel”.
Sommige filmlocaties zijn gewoon mooi. Andere raken iets aan dat je niet had verwacht. Bettany noemt één plek expliciet als emotioneel hoogtepunt: een basiliek waar een scène werd gedraaid waarin Mozart een mis heeft geschreven voor zijn overleden zoon. Hij vertelde dat hij het stuk niet van tevoren had beluisterd, waardoor hij het daar, in die kerk, voor het eerst hoorde. “Very moving”, noemt hij het.
Daarnaast noemt hij de theaters en een draaidag in de “Royal Opera House”. Sharpe herinnert zich ook de verborgen binnenplaatsen, soms wat aftands, soms juist prachtig, plekken waar je de stad even voelt ademen achter de façade.
En dan is er nog het detailwerk dat je meestal pas ziet als iemand het je vertelt. Sharpe zegt dat hij juist hield van de bewuste imperfecties in het decor, niet alleen de opulence. Een steiger midden in een ruimte omdat er zogenaamd aan het plafond wordt gewerkt. Omgehakte bomen in een gang omdat het bijna kerst is. Het zijn kleine signalen dat er in die wereld ook gewoon geleefd wordt.
Je zou kunnen denken dat we nu wel klaar zijn met dit soort mythen. Met de rivaliteit, het gekrenkte ego, de romantiek van het lijdende genie. Maar misschien keren we er juist naar terug omdat het verhaal iets ongemakkelijks blootlegt waar je jezelf in herkent, ook als je geen noot kunt lezen.
Wat doe je als je iemand tegenkomt die moeiteloos lijkt te krijgen waar jij hard voor werkt. Hoe verhoud je je tot talent, erkenning, jaloezie. En misschien nog pijnlijker: hoe blijf je trouw aan wat je zelf kunt, zonder bitter te worden over wat je niet bent.
In Bartons versie wordt dat allemaal uitgeprobeerd tegen een decor dat tegelijk sprookjesachtig en echt is. Boedapest als Wenen, met hitte onder pruiken, met heilige muziek in een basiliek, met pleinen vol mensen die helemaal niet in de achttiende eeuw leven. En met twee acteurs die het verhaal niet spelen als museumstuk, maar als iets dat nog steeds beweegt.
Amadeus is een vijfdelige Sky limited series met Will Sharpe als Mozart en Paul Bettany als Salieri.