We kennen het allemaal: je hebt minder energie dan vroeger. Een lange dag hakt er wat meer in, je hebt vaker behoefte aan rust en een nacht slecht slapen voel je de volgende dag sterker.

Veel mensen schrijven dat toe aan het ouder worden. Logisch ook. Maar volgens onderzoekers die zich bezighouden met de biologie van veroudering is het verhaal ingewikkelder. Energieverlies is niet simpelweg een onvermijdelijk bijverschijnsel van leeftijd. In ons lichaam veranderen tegelijkertijd processen die te maken hebben met onze stofwisseling, mitochondriën, afweersysteem en ontstekingsreacties.
Onderzoekers van het Amerikaanse Buck Institute for Research on Aging proberen precies te begrijpen hoe die processen met elkaar samenhangen. Hun onderzoek laat zien dat veroudering niet alleen een kwestie is van ouder worden van afzonderlijke organen. Het gaat ook om veranderingen op celniveau die elkaar kunnen beïnvloeden.
Om te begrijpen wat er met onze energie gebeurt, moeten we eerst naar de mitochondriën kijken.
Mitochondriën zijn kleine structuren in onze cellen die voedingsstoffen omzetten in energie. Ze worden daarom vaak de ‘energiecentrales’ van de cel genoemd. Vrijwel alles wat ons lichaam doet, vraagt energie: bewegen, denken, herstellen, groeien en ook het functioneren van ons immuunsysteem.
Het Buck Institute onderzoekt al jaren wat er met mitochondriën gebeurt tijdens het ouder worden. De onderzoekers beschrijven dat mitochondriën met de leeftijd minder goed kunnen functioneren. Dat kan betekenen dat cellen minder efficiënt energie produceren. Tegelijkertijd kunnen beschadigde mitochondriën signalen afgeven die wijzen op stress of schade in de cel.
Dat maakt energie dus interessanter dan alleen de vraag: hoe fit voel ik me vandaag?
Een belangrijk onderdeel van dit verhaal is het immuunsysteem.
Wanneer je lichaam een infectie bestrijdt, vraagt dat veel van je energiehuishouding. Het Buck Institute beschrijft het immuunsysteem zelfs als een van de meest energie-intensieve systemen in het lichaam. Tijdens een infectie wordt energie ingezet om een afweerreactie op gang te brengen. Dat is ook een van de redenen waarom je je bij griep of een andere infectie zo uitgeput kunt voelen.
Maar het immuunsysteem verandert ook zelf naarmate we ouder worden.
Volgens het Verdin Lab van het Buck Institute gaat veroudering gepaard met veranderingen in zowel het adaptieve als het aangeboren immuunsysteem. Tegelijkertijd kan er een toestand ontstaan van chronische, laaggradige ontsteking. Onderzoekers noemen dat ook wel inflammaging: inflammation plus aging.
Dat betekent niet dat iemand die minder energie heeft automatisch een probleem met zijn immuunsysteem heeft. Wel laat het onderzoek zien dat immuunsysteem, stofwisseling en veroudering veel sterker met elkaar verbonden zijn dan we vroeger dachten.
Een van de interessante vragen in het verouderingsonderzoek is wat er gebeurt wanneer ontsteking niet meer alleen een tijdelijke reactie is.
Ontsteking is op zichzelf nuttig. Wanneer je gewond raakt of een infectie hebt, helpt het immuunsysteem om het probleem aan te pakken. Maar een langdurige, laaggradige ontstekingsactiviteit kan juist schadelijk worden.
Een deel van het onderzoek aan het Buck Institute richt zich daarom op zogenaamde senescente cellen. Dit zijn cellen die niet meer delen, bijvoorbeeld als reactie op schade, maar ook niet meteen verdwijnen. Naarmate we ouder worden kunnen zulke cellen zich ophopen. Ze kunnen vervolgens stoffen uitscheiden die ontsteking bevorderen en daarmee invloed hebben op hun omgeving.
Daarmee ontstaat een ingewikkelde wisselwerking: cellulaire schade kan ontstekingsreacties stimuleren, ontsteking kan vervolgens weer invloed hebben op de gezondheid van cellen en mitochondriën.
Een ander stukje van de puzzel is een stof die veel minder bekend is bij het grote publiek: NAD+.
NAD+ is aanwezig in iedere cel en speelt een belangrijke rol bij de stofwisseling en energieproductie. Onderzoek van het Buck Institute heeft laten zien dat NAD+ afneemt met de leeftijd. In onderzoek naar muizen en menselijke macrofagen vonden wetenschappers bovendien een verband tussen chronische ontsteking, bepaalde immuuncellen en de afbraak van NAD+.
Dat onderzoek is interessant omdat het verschillende processen aan elkaar koppelt die lange tijd afzonderlijk werden bestudeerd: ontsteking, cellulaire veroudering, immuunfunctie en energiehuishouding.
Maar hier is een belangrijke kanttekening nodig. Dit betekent niet dat NAD+-supplementen bewezen de oplossing zijn voor minder energie of veroudering. Het Buck Institute benadrukt juist dat er nog veel onderzoek nodig is naar deze mechanismen en mogelijke behandelingen. De onderzoeksresultaten waarop deze verbindingen zijn gebaseerd komen onder meer uit diermodellen en celonderzoek.
Hoe gezond je immuunsysteem is, lijkt bovendien samen te hangen met andere aspecten van veroudering.
Onderzoekers van het Buck Institute en Stanford ontwikkelden in 2021 een zogenaamde inflammatory aging clock, iAge. Hiervoor analyseerden ze het immuunsysteem van 1.001 mensen tussen de 8 en 96 jaar.
De onderzoekers keken naar patronen van ontstekingsgerelateerde eiwitten in het bloed. De daaruit ontwikkelde biologische ‘klok’ bleek verband te houden met onder meer multimorbiditeit, immunosenescentie, kwetsbaarheid (frailty) en cardiovasculaire veroudering. In een kleine groep oudere deelnemers bleek de meting bovendien samen te hangen met kwetsbaarheid die zeven jaar later werd vastgesteld.
Dat is geen bewijs dat je energieniveau op zichzelf een soort biologische leeftijdsmeter is. Daarvoor is de wetenschap nog lang niet ver genoeg.
Het laat wel iets anders zien: hoe we ouder worden is biologisch complexer dan alleen het aantal kaarsjes op de taart.
Ja — maar zonder meteen het ergste te denken.
Minder energie kan heel veel oorzaken hebben. Slecht slapen, stress, weinig beweging, bepaalde medicijnen, een infectie, bloedarmoede, schildklierproblemen, diabetes, hart- en vaatziekten en slaapapneu kunnen allemaal vermoeidheid veroorzaken. Ook psychische belasting kan een belangrijke rol spelen. Het National Institute on Aging adviseert daarom om aanhoudende vermoeidheid niet automatisch aan leeftijd toe te schrijven. Als je gedurende meerdere weken duidelijk vermoeid bent zonder dat dit verbetert, is het verstandig om dit met je huisarts te bespreken.
Dat is misschien wel de belangrijkste boodschap.
Niet: ‘Ik word ouder, dus dit hoort erbij.’
Maar ook niet: ‘Ik ben moe, dus mijn mitochondriën zijn beschadigd.’
Daarvoor is het lichaam veel te ingewikkeld.
De interessante ontwikkeling in het verouderingsonderzoek is juist dat wetenschappers steeds beter beginnen te begrijpen hoe verschillende systemen elkaar beïnvloeden. Mitochondriën, immuuncellen, ontsteking, stofwisseling en cellulaire schade blijken geen losse hoofdstukken te zijn, maar onderdelen van hetzelfde verhaal.
En dat verandert ook onze kijk op ouder worden.
De vraag wordt steeds minder: hoe oud ben je?
En steeds meer: hoe gezond functioneren de systemen die je lichaam gezond houden?
Dat is een veel interessantere vraag. En eentje waar de wetenschap nog volop mee bezig is.