Er zit iets onweerstaanbaars in verhalen over laatbloeiers. Misschien omdat ze een stille belofte in zich dragen: dat tijd geen rechte lijn is, dat ontwikkeling zich niets aantrekt van deadlines en verwachtingen. Twee recente titels op NPO Start bewijzen dat overtuigend. Zet ’m op, Isabella! (2026) en een portret van de vierennegentigjarige Italiaanse kunstenaar Isabella Ducrot tonen ieder op hun eigen manier hoe laat succes niet alleen mogelijk is, maar soms juist noodzakelijk.

In Zet ’m op, Isabella! wordt de kijker meegenomen in een wereld waarin doorzettingsvermogen en eigenheid centraal staan. De titel suggereert lichtheid, bijna een aanmoediging langs de zijlijn, maar onder die ogenschijnlijke eenvoud schuilt een scherp oog voor menselijke kwetsbaarheid en ambitie. Het is een film die niet zozeer antwoorden geeft, maar ruimte laat voor interpretatie. Zoals goede journalistiek dat ook doet: observeren, registreren, en de kijker zelf laten concluderen.
Daartegenover staat het portret van Isabella Ducrot, een kunstenaar die pas in de winter van haar leven internationale erkenning krijgt. Het is verleidelijk om dit te framen als een ontroerend succesverhaal, maar dat zou tekortdoen aan de complexiteit van haar positie. Ducrot hoeft niets meer van de kunstwereld. Ze heeft geen behoefte aan bevestiging, geen drang om zich te voegen naar de mechanismen van galerieën en verzamelaars. En juist die onthechting maakt haar onweerstaanbaar.
Het is een paradox die de kunstwereld vaker laat zien: authenticiteit wordt pas écht waardevol wanneer ze zich onttrekt aan de logica van vraag en aanbod. Galeriehouders staan in de rij voor iemand die geen moeite meer doet om gezien te worden. Het is een dynamiek die iets ongemakkelijks blootlegt. Wie bepaalt uiteindelijk wat waarde heeft? De kunstenaar, of de markt die haar omarmt?
Wat beide titels verbindt, is de nadruk op autonomie. Op het recht om je eigen tempo te bepalen, om niet te bezwijken onder externe verwachtingen. In een tijd waarin zichtbaarheid en snelheid vaak als maatstaven gelden, voelen deze verhalen bijna subversief. Ze herinneren eraan dat betekenis zich niet laat afdwingen.
NPO Start biedt hiermee geen vluchtig vermaak, maar een uitnodiging tot reflectie. Over tijd, over succes, en over de vraag wanneer iets ‘te laat’ is. Het antwoord lijkt eenvoudig: zelden, zo niet nooit.
Misschien is dat wel de grootste verdienste van deze twee aanraders. Ze verschuiven het perspectief. Niet de vroege doorbraak telt, maar de blijvende eigenheid. En die laat zich, zoals Isabella Ducrot overtuigend laat zien, niet haasten.