Jeannette (69) en de kunst van het ouder worden in de tuin: “Iedereen draagt een stoeltje bij!”

Na haar vijftigste ontdekte Jeannette van Zeijl pas waar ze echt goed in was en waar haar passie lag. Daarvoor werkte ze als analist in een ziekenhuis en zorgde ze voor haar kinderen. "Ik denk dat ik na mijn vijftigste pas ontdekt heb wat ik allemaal kan," vertelt ze. "Ik was daarvoor nooit een hoogvlieger."

In samenwerking met

Jeannette (69) en de kunst van het ouder worden in de tuin: “Iedereen draagt een stoeltje bij!”
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Oct 8, 2026

Tuinen ontwerpen, daar kwamen haar creativiteit en kennis voor techniek samen, twee dingen waar ze allebei plezier aan beleefde. Ze volgde een opleiding, begon eind jaren negentig haar eigen bedrijf, en ontdekte gaandeweg waar ze echt goed in bleek: plantenkennis. "Dat heb je ook als voordeel wanneer je ouder wordt," zegt ze. "Je kent heel veel planten, want je hebt er heel lange ervaring mee. En dat is er steeds minder bij mensen. Er is heel weinig plantenkennis."

Een tuin waar nooit iemand mocht komen

Zo kwam ze ook bij de pastorietuin terecht, samen met haar zoon, die landschapsarchitect is. Wat haar daar het meest verbaasde, was hoe onbekend deze plek was. Haar zoon was helder over wat er moest gebeuren: geen tuintje voor het privégedeelte van de pastoor, maar een plek voor iedereen. De Stiltetuin is aangelegd op de plek waar vroeger de tuin van de pastoors en kapelaans was. Begin jaren negentig veranderde de tuin langzaam van een privé-plek in een plek voor de hele gemeenschap. Toen de tuin opnieuw moest worden aangelegd, maakte Jeannette het eerste ontwerp, samen met haar zoon Michiel, die landschapsarchitect is. Hun visie was duidelijk: het moest geen privétuin worden, maar een open en toegankelijke plek voor iedereen. 

Sindsdien is ze gebleven. Niet vanwege het project, maar als iets waar ze zich thuis voelt. "Dat komt ook door een soort van gemeenschap die je met elkaar vormt," zegt ze. “Oudere mensen, maar ook jongeren, want die moeten er straks mee verder. Straks zijn wij er niet meer en zij moeten met die kerk verder."

Jeannette werkt er met hulp van veel vrijwilligers. Inmiddels is de Stiltetuin uitgegroeid tot een echte ontmoetingsplek. Mensen komen er om even tot rust te komen, de natuur te beleven, bij Maria langs te gaan of samen te komen voor muziek en verhalen. Achter de muren van de kerk is het een oase van rust geworden waar inmiddels regelmatig buurtbewoners samenkomen voor kleine concerten, koffie en gezelligheid. Zo is de voormalige pastorietuin uitgegroeid tot een bijzondere plek waar natuur, cultuur en gemeenschap samenkomen.

De klapstoelen die nooit genoeg zijn

De muziekochtenden in de tuin groeiden uit tot iets wat niemand had voorzien. Er zijn twintig klapstoelen, en die zijn nooit genoeg. "Dan slepen we de hele pastorie zo ongeveer leeg," vertelt ze. "En iedereen draagt een stoeltje bij. En brengt die ook weer terug." Ooit werd geopperd om nog een wagen met stoelen aan te schaffen. Dat wilde ze niet: "Het zelf een stoeltje halen, geeft mensen ook het gevoel dat ze ook betrokken zijn bij de muziekochtend."

Voor de jonge muzikanten die er optreden, mensen die vaak achtergrondmuziek spelen in een druk café, is het een compleet andere ervaring. "Dan zitten daar ineens zestig tot zeventig mensen ademloos te luisteren naar jou," zegt ze. "Er zitten mensen die iets heel mooi vinden, met traantjes in hun ogen." 

Iedereen krijgt een taak

Vrijwilligers vinden is volgens haar geen kunst: "Als je mensen meteen belangrijk maakt voor die tuin, dan willen zij ook wel wat doen." De een komt een keer per maand, de ander wekelijks, een derde belooft een jaar te helpen snoeien. Allemaal goed. Wie niet veel kan, wordt niet weggestuurd. "We zeggen echt tegen niemand: ‘joh, je kan hier niks.’" Er is altijd wel een taakje.

Sommigen komen zelfs voor iets heel anders dan tuinieren. Een van de vaste bezoekers zei laatst: "Ik kom ook niet voor het werk, ik kom voor de koffie. Ik vind het zo gezellig." Het half uurtje kletsen betekent evenveel als het werk zelf.

Ouder worden, en wat daarbij hoort

Over ouder worden zelf is ze onverbloemd positief, maar niet naïef. "Ik ontdek nu steeds meer dat het leuk kan zijn om oud te worden," zegt ze. "Ten eerste, je moet niet meer zoveel. En je hebt ervaring." Tegelijk noemt ze ook de andere kant, zoals het slachtoffer worden van online fraude in haar eigen omgeving. Toch overheerst voor haar het vertrouwen in mensen om zich heen. "Als je jong bent, is geld heel belangrijk. Als je ouder wordt, zijn vooral de mensen om je heen belangrijk," zegt ze. 

Haar advies is dan ook simpel: "Investeer in relaties: je buren, de mensen om je heen." 

Buiten zijn, met je handen in de aarde

Tuinieren doet volgens haar meer dan alleen het lichaam goed. Ze noemt onder andere de invloedrijke Nederlandse tuin- en landschapsarchitect Mien Ruys. “Zij , heeft tot op hoge leeftijd nog tuinen ontworpen.” zegt Jeannette. "Het is ook goed voor je hoofd, lekker een beetje in je tuintje de oude bloemetjes wegknippen. Het zijn van die zen-werkjes die gewoon heel goed voor je zijn. Het ontspant. Ik kan niet anders zeggen dan dat het werkt."

Ze leert mensen ter plekke stekken en zaaien, in plaats van dit tijdens een cursus in een zaaltje uit te leggen. "Mensen nemen stekjes mee naar huis en komen later terug: ‘Oh joh, ik heb al bloemen.’ Dat is echt zo leuk. Ik krijg er enorm veel energie van."

Voor wie zelf wil beginnen

Aan mensen die zelf zoiets zouden willen opzetten, geeft ze een concreet advies: “Begin niet bij de gemeente, maar bij de buurt zelf. Zoek wat medestanders. Dat kan via buurtapps vaak heel goed. Dan ga je eerst kijken wat je wilt ontwikkelen, en dan met een plan naar de gemeente. Mijn ervaring is: Als je met een goed uitgewerkt plan naar de gemeente gaat, staan ze overal voor open. Eigenlijk alle dingen die ik heb willen doen, die heb ik kunnen doen. Geen enkel probleem."

Blijf zoeken

Wat ze zelf het meest heeft geleerd, is dat het nooit te laat is om te ontdekken waar je goed in bent. Zelfs voor groepen staan, iets wat ze zich vroeger niet had kunnen voorstellen, doet ze inmiddels moeiteloos. "Wat ik toen echt never nooit zou doen, dat doe ik nu wel," zegt ze. "Je bent nooit te oud om iets te leren en ook niet om een ander iets te leren."

Haar boodschap aan wie nog zoekt: "Bij mij heeft het ook heel lang geduurd voordat ik ontdekte wat ik echt leuk vond. Maar het komt wel. Blijf zoeken. Uiteindelijk komt er een moment dat je denkt: ‘dit is leuk, dit wil ik.’ En dan doen." En zelf zegt ze over haar werk in de tuinen: “Ik moet denk ik maar 100 jaar worden, want het werk is nog lang niet af!” 

‍

Vergelijkbare artikelen