Johannes Johannes Vermeer is een van de beroemdste schilders uit de Nederlandse Gouden Eeuw, en tegelijk een van de meest mysterieuze. Zijn schilderijen, zoals Meisje met de parel en Het melkmeisje, zijn wereldwijd iconisch, maar over de man zelf weten we opvallend weinig. Geen dagboeken, nauwelijks brieven, en slechts fragmentarische archiefstukken geven ons een glimp van zijn leven in Delft. Het resultaat is een kunstenaar die bijna net zo raadselachtig is als de serene, verstilde scènes die hij schilderde.

Vermeer werd in 1632 geboren en leefde vrijwel zijn hele leven in Delft. Hij produceerde een relatief klein oeuvre, slechts zo’n 35 schilderijen worden met zekerheid aan hem toegeschreven. Dat alleen al roept vragen op. Werkte hij langzaam, experimenteerde hij veel, of had hij andere prioriteiten?
Wat we wel weten, is dat Vermeer een meester was in het vangen van licht. Zijn interieurs baden in een bijna tastbare rust, alsof de tijd even stilstaat. Toch is het opvallend dat deze schilder van helderheid zelf in nevelen gehuld blijft. Zijn financiële problemen, zijn rol als kunsthandelaar en zijn beperkte bekendheid tijdens zijn leven maken hem des te intrigerender. Pas eeuwen later werd hij herontdekt en erkend als grootmeester.
Die combinatie van schoonheid en mysterie vormt een rijke bron voor verhalen. Dat blijkt ook uit het werk van Jeroen Windmeijer, die in zijn thriller de schaarse feiten en vele vragen rond Vermeer gebruikt als uitgangspunt voor een spannend verhaal.
In De nieuwe Windmeijer wordt Delft opnieuw het toneel, maar dit keer niet van stille schilderkunst, eerder van spanning en dreiging. Hoofdpersoon Fabian de Ligt, docent en liefhebber van kunstgeschiedenis, raakt verwikkeld in een reeks gebeurtenissen die beginnen met een ogenschijnlijk onschuldige ontmoeting. Wat een gesprek over Vermeer had moeten zijn, eindigt abrupt wanneer een expert plotseling sterft, met slechts de raadselachtige woorden “Mij… Mij…”.
Vanaf dat moment ontvouwt zich een web van intriges. Musea worden getroffen door mysterieuze inbraken, schilderijen verdwijnen, soms ogenschijnlijk waardeloos, soms van onschatbare waarde. De vraag rijst wat echt is en wat vervalsing. En belangrijker nog, waarom juist deze werken?
Windmeijer speelt slim met de historische onzekerheden rond Vermeer. Waar de kunstgeschiedenis ophoudt door gebrek aan bronnen, begint zijn verbeelding. De verdwenen schilderijen in het verhaal lijken een verborgen waarheid te bevatten, alsof Vermeers werk meer is dan alleen esthetiek, misschien een code, een geheim of een vergeten geschiedenis.
Fabian raakt steeds dieper betrokken, niet alleen als onderzoeker maar ook als doelwit. Iemand wil koste wat het kost voorkomen dat de waarheid aan het licht komt. Daarmee raakt de roman aan een intrigerend idee, dat kunst niet alleen iets is om naar te kijken, maar ook iets dat verborgen verhalen kan dragen, verhalen die misschien beter verborgen blijven.
Het is precies die spanning tussen wat we weten en wat we nooit zullen weten die Vermeer zo aantrekkelijk maakt, niet alleen voor kunsthistorici maar ook voor schrijvers en lezers. Zijn schilderijen tonen een wereld van rust en orde, maar daarachter schuilt een leven vol vragen.
In de handen van Jeroen Windmeijer wordt dat mysterie een meeslepende thriller, een verhaal waarin verleden en heden elkaar raken en waarin de stilte van Vermeers schilderijen wordt doorbroken door gevaar, geheimen en achtervolgingen.
Misschien is dat wel de grootste kracht van Vermeer. Zelfs eeuwen na zijn dood blijft hij verhalen oproepen, niet alleen op het doek, maar ook daarbuiten, in boeken, in de verbeelding en in de blijvende fascinatie voor wat verborgen blijft.