Het enneagram is een persoonlijkheidsmodel dat mensen indeelt in negen basistypen. In plaats van alleen gedrag (“ik ben introvert/extrovert”) probeert het enneagram vooral je innerlijke drijfveren te beschrijven: waarom je doet wat je doet—je kernbehoeften, angsten, automatische patronen en groeirichting. Organisaties als de International Enneagram Association beschrijven het als een (psycho-)spiritueel systeem om persoonlijkheidspatronen en groei in kaart te brengen.

Tegelijk is het belangrijk om te weten: het enneagram is populair en voor veel mensen herkenbaar, maar de wetenschappelijke onderbouwing is gemengd. Een systematische literatuurreview (2021) vond “mixed evidence” voor betrouwbaarheid en validiteit over veel studies heen. Dat betekent niet dat het waardeloos is—wel dat je het het best gebruikt als zelfreflectie-instrument (en niet als harde diagnose).
De precieze oorsprong is onderwerp van debat. In de moderne vorm wordt vaak verwezen naar invloeden vanuit o.a. Gurdjieff en later Ichazo en andere auteurs/leraren, waarna het enneagram als persoonlijkheidstypologie breed verspreid raakte.
De meeste hedendaagse enneagram-tradities gebruiken dezelfde kern: 9 typen, vaak aangevuld met vleugels, stress-/groeirichtingen, en soms instinctvarianten.
Een heldere manier om het enneagram te zien is: je herkent jezelf in meerdere typen, maar meestal springt er één patroon uit als je meest automatische strategie om met spanning, behoeften en relaties om te gaan. Dat “basistype” blijft hetzelfde, terwijl je gedrag in situaties kan verschillen.
Hieronder staan de typen met hun typische focus. Let op: elk type heeft een gezonde en minder gezonde kant; het enneagram is het meest nuttig als je naar patronen kijkt, niet naar labels.
Veel enneagram-leraren groeperen de 9 typen in drie centra (triades), die aangeven waar je primaire “alarm” vaak afgaat:
Dit kan helpen om snel te zien wat jouw automatische reflex is: extra analyseren, extra voelen/afstemmen, of extra doorduwen/afremmen.
Je basistype kan “ingekleurd” worden door een buurtype (bijv. 3 met 2- of 4-invloed). Dat heet een vleugel.
Veel enneagramtradities gebruiken ook lijnen op het enneagramfiguur: in stress kun je trekken vertonen van een bepaald type, en in veiligheid/groei van een ander. Bijvoorbeeld: Type 1 zou onder stress meer Type 4-trekken kunnen laten zien, en in ontspanning meer Type 7-trekken.
Belangrijk: dit gaat over patronen onder druk, niet over “je wordt een ander type”.
Een veelgemaakte fout is dat mensen hun type kiezen op basis van gedrag (“ik help veel, dus ik ben 2”). Het enneagram werkt beter als je kijkt naar motivatie:
Goede typebeschrijvingen zijn vaak rijk aan nuance en laten zowel krachten als schaduwkanten zien—dat is juist waarom veel mensen ze herkenbaar vinden.
De kern van je vraag zit hier: waarom is het goed om te weten waar je voor staat? Omdat zelfkennis niet alleen “wie ben ik?” is, maar vooral:
Als je snapt wat jouw “standaardstrategie” is (pleasen, presteren, analyseren, vermijden, controleren…), kun je eerder pauzeren en kiezen. Dat is persoonlijk leiderschap: niet geleefd worden door je reflex.
Veel gedrag is een strategie om een waarde te beschermen. Voorbeelden:
Als je die waarden ziet, kun je ze bewuster en gezonder vormgeven.
Weten wat jij belangrijk vindt (en welke angst jou stuurt) maakt keuzes eenvoudiger:
Het enneagram kan een soort “ondertitel” geven bij gedrag van anderen: iemands reactie komt vaak voort uit een andere kernbehoefte. Dat kan communicatie en samenwerking verbeteren—mits je het gebruikt om nieuwsgierig te blijven, niet om mensen te reduceren tot een nummer.
Er is ook stevige kritiek: sommige wetenschappers en skeptische auteurs noemen het enneagram pseudowetenschappelijk of onvoldoende gevalideerd.
En in academische zin is de conclusie van de literatuur niet eenduidig: er is gemengde steun voor metingen en validiteit.
Praktische vuistregel: gebruik het enneagram als een kaart, niet als het territorium. Een kaart kan je veel leren over routes, maar is niet de werkelijkheid zelf.