“Hier leg ik mij af…” Ik hoorde deze zin in het lied Hou me vast van Wende en ineens raakte hij me diep. Alsof er in één moment woorden werden gegeven aan wat zich al langer in stilte in mij voltrekt.

In deze fase van mijn leven ben ik bezig mezelf af te leggen.
Niet mezelf als mens, maar het kleine zelf dat mij mijn hele leven heeft aangespoord om iemand te moeten zijn. Een beter mens. Een sterker mens. Een bijzonder mens. Alsof mijn waarde afhankelijk was van wat ik presteerde, hoe ik werd gezien of wat ik betekende voor de buitenwereld.
Maar steeds vaker dringt een ander besef zich aan mij op:
Ik hoef niemand te worden.
Ik bén.
En jij bent. Net als ieder ander eenvoudigweg ís.
Wat een bevrijdend en tegelijk confronterend inzicht is dat. Want hoeveel van ons leven spelen wij niet mee in een wereld van beelden, verwachtingen en illusies? Een wereld waarin we denken dat we voortdurend iets moeten bewijzen — aan anderen en misschien nog wel het meest aan onszelf.
Juist nu zie ik de tegenstrijdigheden van deze tijd scherper dan ooit. De één reageert boos, terwijl de ander begrip toont. De één kiest voor vrede, de ander voor strijd uit angst zichzelf te verliezen. Soms voel ik mee met het één, en tegelijkertijd begrijp ik ook wat de ander drijft.
Dat maakt het leven niet eenvoudig, maar wel menselijk.
Steeds opnieuw kom ik uit bij dezelfde vraag: van waaruit benader ik het leven? Vanuit angst of vanuit liefde? Vanuit mijn gekwetste, onzekere ego of vanuit een dieper innerlijk weten?
Want beide leven in mij.
Er zijn momenten geweest waarop mijn kleine ik de leiding weer dreigde over te nemen. Ik merkte het direct: onzekerheid, twijfel, angst. Alsof ik opnieuw verdwaalde in de stemmen van buitenaf. Dat besef bracht me terug naar mijn innerlijke kompas.
Naar het hart.
Niet als iets zweverigs, maar als een stille, eerlijke plek van binnen die weet wat waarachtig is.
Toen ik mij daar opnieuw op afstemde, keerde langzaam de vreugde terug. Niet omdat de wereld ineens veranderd was, maar omdat ik weer begreep waar de verdeeldheid vandaan komt. Mensen handelen vaak vanuit hun verstand, vanuit controle, angst of bescherming. Anderen reageren meer vanuit gevoel en verbondenheid. Beide kanten bestaan.
Ook in mij.
En misschien is dat wel de werkelijke uitnodiging van ouder worden: niet langer kiezen tussen hoofd of hart, maar ze met elkaar verbinden. Niet het ego bevechten, maar het in dienst laten staan van iets groters.
Mijn verstand hoeft niet weg. Mijn persoonlijkheid ook niet. Maar ze hoeven niet langer de leiding te hebben.
Langzaam leer ik mijn kleine zelf af te leggen. Niet door het af te wijzen, maar door het zachtjes terug te brengen naar zijn juiste plek. Het hoeft niet meer te vechten om iemand te worden.
Het mag gaan dienen.
Dienen als uitdrukking van iets dat veel groter is dan angst of status. Iets dat stiller is. Zachter. Waarachtiger.
Het authentieke Zijn.
De liefde die wij in wezen al zijn.