Wie deze zomer aan een zwembad lag of in de trein naar de kust zat, kon ze aan beide kanten zien liggen: dezelfde drie boeken. De memoires van Lena Dunham en Belle Burden, en de debuutroman van Caro Claire Burke. Ze stonden in elke tijdlijn, op elke leesclublijst, en de wachtlijst bij de bibliotheek was lang.

Journalist Véronique Hyland schreef er in oktober een scherp stuk over in het Amerikaanse ELLE, onder de titel Are We in a Reading Monoculture? Haar observatie is eenvoudig. BookTok, Bookstagram en de boekennieuwsbrieven op Substack zouden ons de vreemde, vergeten en eigenzinnige titels laten vinden. Toch lijkt de leestafel smaller dan ooit. Op muziek en televisie is de gedeelde cultuur bijna verdwenen, en juist bij boeken komt ze terug.
De eerste verklaring ken je misschien uit je eigen krant. De boekenbijlage was jarenlang de plek waar iemand met smaak en tijd voor je had gezocht. Criticus Maris Kreizman ziet die functie in de Verenigde Staten verdwijnen, en volgens haar raakt dat iedereen, ook de makers op TikTok: zij vinden zelf ook minder nieuwe boeken. De vraag op redacties is verschoven. ‘Ik weet niet hoe een boek Hét Boek wordt’, zegt Kreizman tegen ELLE. ‘Maar als het eenmaal zover is, wil iedereen erover praten en stapt iedereen in.’ Daarna volgt de vraag of je het ook moet bespreken.
De tweede verklaring zit bij de uitgevers. Volgens Publishers Weekly, aangehaald door ELLE, brachten traditionele uitgevers vorig jaar meer dan 600.000 boeken uit. Schrijver en criticus Lincoln Michel beschrijft hoe die markt draait op een handvol titels die enorm verkopen. ‘Met de rest gooi je iets tegen de muur en hoop je dat het blijft plakken.’ De middenmoot, de boeken die een paar duizend trouwe lezers vonden en een schrijver een tweede en derde boek gunden, is volgens Michel grotendeels verdwenen.
De derde verklaring is nieuw. Natalie Beecroft, boekverkoper, schreef in Dazed dat steeds meer klanten binnenkomen met een lijstje van ChatGPT. Zulke tips draaien op wat al veel gelezen en besproken wordt. Kleine uitgeverijen, debutanten en vertaalde literatuur komen er volgens haar slecht in voor. Een chatbot vraagt je ook niet wat je vorig jaar mooi vond en waarom.
Hyland legt een deel van de verklaring ook bij de lezer zelf. Dezelfde angst om iets te missen die mensen urenlang in een online wachtrij voor concertkaarten laat zitten, zet ze ook aan tot het boek waar iedereen het over heeft. Lincoln Michel herkent dat. Lezen doe je alleen, zegt hij, en tegelijk is het iets wat je samen doet. ‘Je wilt lezen wat je vrienden lezen. Ook als je het vreselijk vindt.’ Hij zag het in zijn eigen kring bij de nieuwste Rachel Cusk: een deel had er een hekel aan en las het toch, om mee te kunnen praten.
Dat verlangen is oud en sympathiek. Leesclubs bestaan omdat een boek pas echt landt als je erover kunt napraten. Wat verandert, is welk soort boek die gesprekken haalt. Ochuko Akpovbovbo, die een boekennieuwsbrief schrijft, zegt het zonder omwegen: op TikTok wint het boek waar je de meeste trefwoorden aan kunt hangen, waar mensen eigen ervaringen bij hebben en uitgesproken meningen over. ‘Een boek dat het moest hebben van nuance in een lange recensie in The New York Times, is een ander soort boek.’
Ze ziet wel een tweede laag. Onder de grote titels met grote budgetten lezen mensen bewust vertaalde literatuur, vergeten klassiekers en eigenzinnige romans. Soms uit liefde, soms om gezien te worden met het juiste boek. Hyland voorspelt dat het obscure boek de nieuwe status wordt, nu iedereen het over smaak heeft. Daarmee ruil je de ene kudde voor de andere.
Eén verklaring in het stuk raakt aan deze levensfase. Mensen hebben weinig vrije tijd, schrijft Hyland, en wie weinig tijd heeft, pakt het boek dat al klaarligt. Na de loopbaan verschuift die rekensom voor veel mensen. Er komt ruimte voor een boek van zeshonderd pagina’s, voor een schrijver die je drie keer moet proberen, voor een middag in een tweedehandswinkel zonder doel.
Daar komt iets bij wat geen algoritme heeft: tientallen jaren eigen leesgeschiedenis. Je weet nog welke roman iedereen in 1985 las en welke daarna stil van de stapel verdween. Hyland noemt een opvallend verschijnsel, de ‘oude nieuwe boeken’. Schrijvers als Eve Babitz, Nancy Lemann en Barbara Trapido worden decennia na verschijnen ineens ontdekt door een jonge lezersgroep. Trapido’s Brother of the More Famous Jack is net heruitgegeven door NYRB Classics. Criticus Molly Young had het er in 2018 al over. Veel van die herontdekkingen lagen ooit gewoon op het nachtkastje van wie ze bij verschijnen las.
Zo bekeken ben je in deze fase een levend archief. Je kent de boeken die de markt vergeten is, en je kunt ze doorgeven aan je kleinkind, je buurvrouw of je leesclub. Ook herontdekking kent overigens blinde vlekken. Een essay in n+1, waar Hyland naar verwijst, laat zien dat een van de bekendste heruitgevers in tien jaar één boek van een zwarte Amerikaanse schrijver uitbracht. Je eigen kast is dus ook een selectie, en het loont om te kijken wie erin ontbreekt.
Het grote boek lezen is prima. Akpovbovbo leest vijftien tot twintig boeken per maand en las alle drie de zomertitels, gewoon omdat ze erbij wilde zijn. Het gaat erom dat je kast meer bevat dan wat er dit seizoen op de stapel ligt. Een paar manieren om dat te doen:
Lincoln Michel sloot het gesprek met ELLE af met een anekdote. Zijn vrouw las Strangers, het boek van de zomer, en hij had er nog nooit van gehoord. Wat je ook leest, voor iemand anders is het onbekend. Welk boek zou jij uit de vergetelheid willen halen?