In Cornwall ligt het plaatsje St. Ives. Het is geliefd bij kunstenaars vanwege het licht aldaar aan de baai van Bristol en de Celtic Sea. Tussen de kliffen ligt er beschut een groot wit zandstrand dat het licht nog extra accentueert. Misschien vergelijkbaar met Saint-Paul-de-Vence in Frankrijk en Volendam in Nederland. Zo’n plek die talloze schilders trekt. In St. Ives is dat bijvoorbeeld Henry Moore, de beeldhouwer en vele schilders uit verschillende landen.

I rarely draw what I see - I draw what I feel in my body ~ Barbara Hepworth
Hepworth werd net als Henry Moore geboren in Yorkshire. Ze ontmoetten elkaar op de kunstacademie in Leeds en Londen en ze zijn altijd intens bevriend gebleven. Beiden zijn ze geïnspireerd door het landschap. Moore legde meer accent op het ruige grove landschap, Hepworth werkte verfijnder, meer gepolijst. Het ging niet zozeer over het landschap zelf, maar over de relatie van de mens met het landschap. Beiden worden gezien als de belangrijkste beeldhouwers van Engeland en vernieuwers van de beeldhouwkunst. Ook in Nederland kom je werk van hen tegen in het Kröller-Müller beeldenpark, de museumtuin van het Rijksmuseum, in het museumpark in Rotterdam, Otterlo en Leeuwarden.
Barbara zette haar studie voort in Rome waar ze haar eerste man ontmoette. In Rome leerde ze het zogenaamde direct carving (met o.a. Brancusi). Ze ontwikkelde al snel een eigen stijl en keerde terug naar Engeland, waar ze samen met haar man een expositie kreeg. De relatie verslechterde en ze scheidden. In 1931 maakte ze van Albast een werkstuk en perforeerde dat met een holte, a pierced form* (vernietigd in De Tweede Wereldoorlog). Het idee van de pierced form kwam van Henry Moore, maar Barbara Hepworth gaf het vorm. Barbara Hepworth en Henry Moore inspireerden elkaar, maar hielden toch hun eigen stijl. In 1931 ontmoette Barbara Hepworth de schilder Ben Nicholson, ze trouwde met hem en samen werkten ze in hun atelier. Er was een enorme wisselwerking en energie tussen die twee, ook al werkten ze aan verschillende disciplines. Mede dankzij hem kregen ze samen veel exposities en werd haar werk goed verkocht. Een grote doorbraak volgde dankzij hun contacten en exposities in Parijs met kunstenaars van de internationale avant-garde, onder wie Braque, Picasso, Brancusi, Arp, Miró en Mondriaan. Ze werden lid van de in Parijs gevestigde groep 'Abstraction-Création' in 1933-4; in Engeland, en Hepworth was lid van de 'Seven and Five' exhibiting society van 1932 to 1935, en de 'Unit One' in 1933/1934. Ze stelden hun atelier open voor jonge, veelbelovende kunstenaars.
Er is veel over haar leven te vertellen, zeker ook als vrouwelijke kunstenaar (in een destijds door mannen gedomineerde beeldhouw wereld) en moeder van vier kinderen, waaronder een drieling. Ze bleef elke dag doorwerken en haar werk is ondanks het abstracte karakter wereldberoemd. Ze maakte ongelooflijk veel beelden en ontwikkelde steeds nieuwe vormen. Ze stierf op 72-jarige leeftijd door een brand in haar atelier. Henry Moore schreef haar In memoriam.
Wat raakt nu in haar werk?
In haar museum in het woonhuis van Hepworth en door haar prachtige vormgegeven tuin, dwaal je door een soort paradijs met heel veel beelden en uitzicht op de baai. Bijna alle beelden hebben ronde, zachte vormen, uitgevoerd in zowel hout als steen of brons. En vrijwel allemaal hebben ze gaten. Soms symmetrisch, maar vaak helemaal niet. Het ruige landschap van Cornwall waar ze vaak rond dwaalde, beïnvloedde haar als jong meisje al. Het sprak als het ware tot haar. Haar vader was ingenieur, dat technisch inzicht hielp haar bijna onmogelijke constructies te maken. Toen satellietschotels van Goonhilly Earth Station in het landschap werden geplaatst met hun holle en bolle structuren, maakte dat grote indruk op haar en ze verwerkte ze die vormen in haar latere -steeds abstracter wordende- kunstwerken.

De afbeelding hierboven sprak mij aan om het uitzicht door de drie holtes en het waterbassin wat er onder is gecreëerd. Het is groenblauw gepatineerd en straalt iets uit van rust, voor mij absolute schoonheid. De vorm eindigt niet. Je kunt er eindeloos naar kijken terwijl je ogen de contouren volgen, als je weer terugkomt bij het begin, zijn de kleuren alweer veranderd. Het water resoneert alle kleuren die wolken, lucht en zee schenken. Het is hier de vrouw die aan het werk is. Die kijkt met haar ziel. En de kunst verstaat dit om te zetten in een fysiek object dat andere mensen weer raakt tot in de ziel.
*Hepworth verwees naar de gaten in haar werk als piercings, een actieve en transformerende beschrijving. Ze beschreef het als: “Een reactie op mijn verlangen om massa te bevrijden zonder ervan af te wijken.” De piercings werken ook als diafragma's, openingen die het licht in de ruimte laten stromen die het creëert.