Bestsellerauteur Toni Coppers: ‘Ik blijf schrijven tot mijn laatste adem’

Drie weken lang schreef de Vlaamse bestsellerauteur Toni Coppers twaalf tot veertien uur per dag aan het laatste stuk van zijn nieuwe thriller. Toen besloot hij dat hij de berg van zijn personage zelf moest zien. Het werd een klim op sneakers, met een donkere wolk die hij niet op tijd zag aankomen, met als gevolg een blessure die nog altijd opspeelt.

In samenwerking met

Bestsellerauteur Toni Coppers: ‘Ik blijf schrijven tot mijn laatste adem’
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Oct 29, 2026

Dit verhaal zegt veel over de Vlaamse misdaadauteur. Hij gaat helemaal op in wat hij maakt, en wat hij maakt ligt dicht bij wie hij is. In De Resten keert het hoofdpersonage Alex Berger terug, een voormalig commissaris die rouwt, twijfelt en toch blijft helpen. Dingen waarin ‘zijn baasje’, zoals Toni Coppers zichzelf noemt, zich ook veel herkent. Proudies gaat met hem in gesprek over verlies, over een kasteel uit het dorp van zijn jeugd, over hardop praten met een personage, over ouder worden en over waarom stoppen voor hem nooit een optie was.

In De Resten wandelt Alex naar de Canigou, de berg die voor de Catalanen een bijna mythische betekenis heeft. Coppers zat op dat moment in Zuid-Frankrijk, waar hij met zijn partner Annick Lambert het huisje van haar overleden vader leegmaakte. ‘Ik zat al drie weken op mijn luie krent te schrijven,’ zegt de Vlaamse auteur, ‘als ik in de finale van een boek zit, dan ga ik gewoon.’ De volgende ochtend stapte hij in zijn huurautootje, met simpele sneakers aan, en klom een berg van zo’n vijftienhonderd meter op.

Boven op die berg, belde hij trots met Annick. ‘Achter mij ligt de Canigou. En zij zei: ik zie niks.’ Hij draaide zich om. De wolken hadden zich samengepakt en een zware storm leek op komst. Hij rende de berg af, op dezelfde sneakers, met een voet die al zwak was sinds een eerder verkeersongeval. Waarschijnlijk wordt het een proces van maanden revalidatie, maar toch loopt Coppers weer, in bergschoenen die zijn voet ‘bijna inkapselen’. Het steekt, want hij was net begonnen aan wat hij lachend zijn nieuwe fitnesscarrière noemt.

In het boek is van die wolk niets terug te vinden. ‘Ik heb zijn wandeling heel blissful gehouden. Hij ziet daar ’s ochtends de zon opkomen. Dat had hij nodig, na alle gruwelijkheden die zich in het boek afspelen.’

Het nieuwste boek: De Resten

Het schrijven van zijn nieuwe boek De Resten gebeurde in een jaar van afscheid. Binnen tien maanden overleden Annicks vader en Coppers’ moeder. Zonder het uit te spreken wisten ze allebei dat dit boek een hoofdstuk moest afsluiten. ‘Zoals een doos met mooie dingen die je wilt bewaren. Je zet ze erin, je sluit de deksel. Je weet dat ze er zijn, maar je hoeft ze niet elke dag te zien.’

Coppers groeide op in een klein dorp met een groot wit kasteel, omringd door landerijen, weiden en bossen die voor niemand toegankelijk waren. ‘Als je met je vriendjes ging fietsen, moest je altijd een rondje maken. Je kon er nooit door. Als kind kreeg dat bijna mythische proporties.’

Na de dood van zijn moeder vonden ze foto’s. Toni Coppers: ‘Op een ervan staat zij in een dienstbodepakje, “à la Downton Abbey”, met een zilveren schaal hapjes voor een pas getrouwd koppel, in het kasteel van Duras.’ Het gezin had het niet breed, en in het weekend ging zij er helpen om de eindjes aan elkaar te knopen.

Zo kwamen de draden samen. De streek van zijn jeugd, op de grens van Brabant en Limburg, bestond uit plantages met appels, peren en kersen. Annicks vader woonde zijn laatste twintig jaar in een wijndorp aan de Middellandse Zee, Leucate, niet ver van de Spaanse grens. In zijn nieuwste boek zijn Duras en Leucate zusterdorpen die elkaar al generaties kennen.

Het verhaal

Vijf jaar eerder verdween in Duras een jonge vrouw, Elise. Haar zaak is de bekendste cold case van het land, en de dader werd nooit gevonden. Op een ochtend maakt een gemeentewerkster het piepkleine kerkhof schoon en ziet iets op Elises grafsteen liggen: een gerafelde strohoed zoals wijnbouwers in het zuiden dragen, met een Catalaanse band. Er steekt een snoeimesje in.

Is het een flauwe grap, of wijst iemand de weg naar de dader? Alex wordt erbij gehaald op het moment dat hij op het punt staat te zeggen dat hij dit leven niet meer aankan. Hij vertrekt toch naar Zuid-Frankrijk. Parallel ontwaakt er in het boek een psychopaat.

Coppers vertelt dat er soms dingen gebeuren die bijna als signalen zijn die hem laten weten dat hij met een verhaal op de goede weg zit: ‘Tijdens de research diepte Annick foto’s van haar vader op. De laatste toont hem aan tafel in de zon, met een gerafelde strohoed op zijn hoofd. Kippenvel. Maar dan weet je dat je goed zit.’

Wie De Resten openslaat, legt het niet snel weer weg. Coppers bouwt zijn plot met zichtbare precisie op: elke draad die hij uitzet, vindt zijn plek, en de spanning neemt hoofdstuk na hoofdstuk toe. Wat het boek extra kracht geeft, zijn de personages. Alex blijft een man die twijfelt, valt en weer opstaat, en daardoor leef je met hem mee. Een echte pageturner, met een warm hart.

Hardop praten in Leucate

‘Er zit veel van mij in Alex, en veel van Alex in mij,’ zegt Coppers. ‘Als schrijver denk ik dat alles autobiografisch is, of je dat nu fijn vindt of niet.’

Geeft Alex hem op zijn beurt iets terug, praten ze met elkaar? Coppers is even stil. ‘Wat een prachtige vraag. Daar heb ik nooit bij stilgestaan.’ Dan herinnert hij het zich. In Leucate, aan een tafel, zat hij hardop met Alex te praten. Later die dag vertelde hij het aan Annick. ‘Ik zei: ik hoop dat ik niet gek aan het worden ben. Zij zei: nee, dat is een teken dat je echt in de zone zit.’

In De Resten staat Alex voor een verscheurende keuze. Alex is het beu om telkens met de lelijke kanten van zijn werk geconfronteerd te worden. Hij verlangt naar de bergen, naar een nieuw leven, ver weg van het kwaad. Maar er is één probleem: hij kan zijn ogen niet sluiten voor onrecht. En dat weten de mensen die een beroep op hem doen.

Aan het einde zegt iemand tegen Alex: no man is an island. Coppers, die ongeveer zeven jaar geleden de diagnose kreeg dat hij in het autismespectrum zit, wat vroeger lichte asperger heette, is hierover eerlijk en kwetsbaar, net als zijn personage Alex: ‘Ik kan het verdorie weten. Ik vecht er al mijn hele leven mee om op een mooie manier verbinding te maken met mensen.’ Over de hoofdpersoon van zijn reeks van vijf boeken zegt hij: ‘Ik hou zielsveel van die man. Hij maakt soms verkeerde keuzes, hij is soms wat afwezig. Dat is nooit uit slechte wil. Hij kan gewoon niet anders.’

Een man die mag vallen

Dat Toni Coppers een van de grootste schrijvers van Vlaanderen is, blijkt wel uit de cijfers: er zijn inmiddels 750.000 exemplaren van zijn boeken verkocht. Toch ontstond Alex bijna bij toeval. De erfgenamen van René Magritte vroegen Coppers om een boek rond de herdenking van de schilder. Magritte hield van misdaadverhalen, en zijn motto paste een misdaadschrijver als gegoten: er is nooit maar één werkelijkheid, nooit maar één waarheid.

Voordat Alex Berger tot leven kwam in zijn boeken, had Coppers al een succesvolle reeks rond de Antwerpse commissaris Liese Meerhout. Die boekenreeks werd ook voor televisie verfilmd. En toen kwam er een vraag van de erfgenamen van een van de grootste Belgische schilders die er ooit zijn geweest, René Magritte. ‘Ik was zo geïntrigeerd daardoor dat ik zei: “Dat wil ik heel graag doen.” Als tegenprestatie mocht ik op de cover een schilderij van Magritte afbeelden. Ik wilde niet over de schilder zelf schrijven. Ik wilde wel zijn fantasie gebruiken. Maar dan had ik een ander personage nodig. Maar ik kon Liese niet in Parijs onderzoek gaan laten doen. Want ja, dat mag zij gewoon niet. Zij is in haar actieradius beperkt tot Vlaanderen, dus dat kan niet. Dus ik had een nieuw personage nodig.’

Afscheid

Toen Coppers dat eerste boek schreef, had hij zelf nog nooit een overleden persoon gezien. De aanleiding waren de aanslagen in Brussel. Iemand die hem dierbaar is, was in de buurt en onbereikbaar. Daarna las hij de getuigenissen van nabestaanden en sprak hij met mensen die iemand hadden verloren. Er liep een rode draad door die gesprekken die hij niet had verwacht: het ergste was dat ze geen afscheid hadden kunnen nemen.

‘Je gaat ’s ochtends naar je werk. In het beste geval heb je elkaar een zoen gegeven. In het slechtste geval ben je weggegaan na gekibbel, en kun je het nooit meer goedmaken.’ Alex nam het laatste telefoontje van zijn vrouw niet op.

Boek na boek laat hij Alex overeind krabbelen, samen met twee vrienden die ook iemand verloren. Erik, boekhandelaar in Oostende, overleefde het ongeluk waarbij zijn zoon omkwam. Sarah, die bij Interpol werkt, vergeeft zichzelf niet dat ze de signalen van haar tweelingzus heeft gemist. ‘Ik heb nooit geloofd in superhelden,’ zegt Coppers. ‘Of in het idee dat je met harde hand je wil kunt opleggen. Ik heb altijd geloofd in kwetsbaarheid, in menselijkheid. Alex doet zijn werk uitstekend en gaat door muren voor wie zwakker is. Hij durft ook te zeggen: dit lukt me niet, hier ben ik niet sterk genoeg voor. Ik denk dat dat mensen raakt. Hij valt af en toe, net als wij, en moet weer rechtop gaan staan.’

In de jaren na het verschijnen van het eerste boek in de serie rond Alex Berger verloor Coppers een goede vriend, zijn moeder en zijn (schoon)vader. ‘Het was alsof het universum me met dat boek wilde voorbereiden op wat er ging komen.’

Ouder worden

Hij werd onlangs vijfenzestig. ‘Je denkt: wat is er gebeurd tussen mijn vijfenveertig en nu? Waar zijn al die jaren naartoe?’ Toch is hij er blij mee. ‘Ik begin eindelijk dingen te snappen. Over mezelf, over hoe ik me tot andere mensen verhoud. Dat je sommige dingen gewoon moet loslaten, omdat ze er op de lange duur niet toe doen. En dat je voor anderen net wel op de barricade moet gaan staan.’

Ziet hij zichzelf ooit met pensioen gaan? ‘Nee.’ Hij merkt in zijn omgeving dat plots stilvallen mensen geen goed doet. Hij juicht het toe als mensen in deze fase beginnen te gravelbiken, of iets anders oppakken. ‘Je moet bezig blijven, vooral met je hoofd. Dat is de sleutel tot een gezond en evenwichtig leven.’

Het hoeft geen groot gebaar te zijn. Hij vertelt over een buurman die is gaan koken voor een organisatie in de buurt, voor mensen die zelf de deur niet meer uit komen. ‘Die man haalt er zoveel voldoening uit. Hij lijkt twintig jaar jonger.’

Voor Coppers zelf is dat het schrijven. ‘Daar zit nul procent doen-alsof bij. Als ik schrijf, zit ik één op één. Dan kan ik even sterk en even kwetsbaar zijn als ik in het dagelijkse leven ben. Daarom blijf ik het doen tot mijn laatste ademstoot.’

De Resten van Toni Coppers verscheen in oktober 2026 bij HarperCollins.

‍

Vergelijkbare artikelen