Stel je een gewone ochtend voor. Je duwt een kinderwagen, een rollator of een koffer door de straat en komt een stoeprand tegen zonder afrit of verlaging. Je tilt, draait of zoekt een andere route, en loopt door. Misschien ben je het binnen een minuut vergeten. Voor mensen met een beperking is zo'n moment geen uitzondering, zegt Max de Bruin uit Westland. "En eigenlijk is het een heel groot ontmoedigingsparcours."

Max gebruikt een rolstoel. Ze zit in het bestuur van Platform Gehandicapten Westland en in de adviesraad Sociaal Domein van de gemeente, en ze schrijft al een paar jaar een column voor de Zonnebloem. Op sociale media begon ze ooit met de hashtag #AlledaagseValidisme, waarmee ze liet zien wat ze dagelijks tegenkwam. Wat ze ziet, raakt veel mensen. Misschien nu al, misschien later, misschien iemand dichtbij je.
Veel mensen kijken weg van dit onderwerp. Het voelt als een probleem van anderen. Maar iedereen is hooguit een ziekte of een ongeluk verwijderd van een beperking. Dat een knie of een heup minder meewerkt, dat een partner na een operatie of een beroerte anders door de wereld gaat, dat een trap ineens een berg wordt: het kan in elke levensfase gebeuren. Ze snapt dat die gedachte ongemakkelijk is. Hoe kwetsbaar je bent als mens, daar wil niemand de hele dag bij stilstaan. Toch verandert het je kijk op straat, in een winkel of op het station zodra je het meemaakt.
“Je merkt het meteen,” zegt Max, “wanneer mensen zonder beperking hebben nagedacht over de behoeften van mensen met een beperking. De oplossingen werken dan net niet. Daarmee plaats je ons alsnog in een afhankelijke positie." Ze noemt een brug die over de Waal werd ontworpen, maar onbruikbaar bleek voor rolstoelen. Het budget was op, werd er gezegd. Haar antwoord: “Dan ben je verkeerd begonnen met plannen.”
Toegankelijkheid achteraf regelen is bovendien omslachtig. "Alles wordt veel duurder als je het achteraf moet gaan aanpassen," zegt ze. Het geld komt dan uit andere potjes en er moet opnieuw worden aanbesteed. De mensen die het beleid bepalen, hebben meestal zelf geen beperking, en dat zie je terug in de keuzes die ze maken. Maar een goed ontworpen omgeving helpt iedereen: de moeder of vader met een kinderwagen, de reiziger met een zware koffer, jou als je knie opspeelt.
Een toegankelijke straat is een begin. Ook de manier waarop we elkaar tegemoet treden hoort erbij. Max vertelt over gesprekken die letterlijk over haar hoofd worden gevoerd, en over de aanname dat iemand in een rolstoel wel een andere persoon meeneemt.
Over hulp is ze duidelijk. "Hulp is alleen hulp als het afgestemd is." Als je iemand met een tas over de schouder ziet lopen, trek je die tas ook niet weg om te zeggen dat je even meedraagt. Vraag dus of iemand hulp wil, en luister naar het antwoord. "Neem niet te snel aan dat iemand wel hulp nodig zal hebben." Dat geldt voor vreemden, en minstens zo goed voor de mensen die het dichtst bij je staan. Ook wie zijn partner met de beste bedoelingen wil ontzien, doet er goed aan te vragen wat er nodig is, en de regie bij de ander te laten. Bij iemand met een visuele beperking kan het helpen jezelf even kenbaar te maken: ik loop hier, roep maar als u iets nodig heeft.
Platform Gehandicapten Westland doet veel aan bewustwording. Tijdens een wijkschouw lopen ze een rondje door de buurt en leggen ze uit waarom een situatie ontoegankelijk is, in plaats van alleen die ene lantaarnpaal aan te wijzen die op een rare plek staat. Max vertelt over een rondje met iemand van de gemeente die bij elk punt zei dat het prima ging als je een beetje gas terug nam. Na een paar honderd meter waren ze bij het zeventiende punt. Zeventien keer even bijsturen, even afstappen, even iets anders doen. Al die ‘even’-momenten bij elkaar zijn demotiverend.
Hetzelfde geldt voor een auto die op een gehandicaptenparkeerplaats staat zonder kaart. Een waarschuwing alleen is te weinig, zegt ze. Het helpt als iemand begrijpt dat een ander daardoor niet kan doen wat hij of zij moet doen. Als mensen snappen waarom iets ertoe doet, nemen ze het eerder mee naar andere situaties.
Niets over ons zonder ons. Mensen met een beperking horen mee te praten voordat beleid wordt vastgesteld. In de adviesraad Sociaal Domein gebeurt dat. Daar zitten mensen met verschillende expertise en ervaringen. Dat houdt elkaar scherp. "Dus ik vind dat eigenlijk een onmisbare combinatie."
Veel energie gaat nog naar brandjes blussen: een losse stoeptegel, een wijkschouw. Max wil de aandacht verleggen naar het begin, het beleid. Wie tijd en ervaring heeft, kan op dezelfde manier meepraten, bijvoorbeeld via een lokaal platform of een adviesraad.
Haar wens is een samenleving waarin toegankelijkheid de basis is en geen uitzondering. Waar de ruimte vooraf al gereserveerd is, in plaats van pas gemaakt te worden als iemand erom vraagt. "Het moet meer een recht voelen. En niet iets wat je moet verdedigen of waar je voor moet strijden."
Voor wie net te maken krijgt met een nieuwe realiteit, zegt Max: "Neem je tijd. Eerst om te wennen aan je nieuwe realiteit. Want het kan er gewoon fors inhakken." Iedereen heeft een eigen pad, zegt ze, en dat is oké. "Bepaal wat je nog wel kunt doen, waar je kracht ligt, waar je goed in bent en welke rol daarbij past."
Wie zich wil inlezen, kan beginnen bij het VN-verdrag Handicap, waarin staat waar Nederland aan zou moeten voldoen. De Coalitie voor Inclusie lobbyt voor de belangen van mensen met een beperking en organiseert bijeenkomsten, ook digitaal, waar je anderen kunt ontmoeten. Via de coalitie vind je ook ambassadeurs in je eigen regio.