Het is 7 januari, traditioneel de dag dat ons verpleeghuis 'ontkerst' wordt. De Drie Koningen hebben zich dit jaar al op 5 januari, in sneeuwgedaante, aangediend. Ze kijken door het raam in de tuin naar binnen en zien naast mantelzorgers, medewerkers en vrijwilligers, toch bovenal Ada.

Ada exploiteerde in haar arbeidzame leven een hotel en een winkel waar kerstspullen werden verhandeld.
De dementie heeft bij Ada veel aangetast, maar zeker niet alles.
Bijvoorbeeld niet het vermogen om te organiseren en doelmatig te delegeren.
We hebben dan ook besloten om Ada de leiding te geven 'operatie kerstopruiming 2026.'
Ada begint met een terugblik.
De kerstsfeer in het hotel is weer fantastisch geweest.
Natuurlijk, door de kerstbomen en kerstspullen die door haar kerstwinkel.
Maar ook ons, het personeel, is ze dankbaar.
We hebben ons best gedaan.
Meer dan dat zelfs.
Een beloning wacht ons. Maar eerst moeten we aan de slag.
Er is niemand die in de belevingswereld van Ada een correctie wil aanbrengen.
Dat staat gelijk aan het aangaan van een niet te winnen wedstrijd.
Een voor een roept Ada haar werknemers tot zich.
Collega Femke wordt belast met het in factoren ontbinden van de kunstkerstbomen, die vervolgens in op bodybags gelijkende zakken gewurmd moeten worden. Een precisiewerkje.
Ik zie Femke bevestigend knikken en passend ingewikkeld kijken.
"En de beste wensen voor het nieuwe jaar, kind."
Een wens, waarmee iedere instructie wordt beëindigd.
Er wordt een opberger voor de kerstballen aangesteld.
"Kijk maar of je nog nieuwe kerstballen nodig hebt, mijn jongen. Het kan leien. We hebben goed geboerd dit jaar. En de allerbeste wensen voor het nieuwe jaar.”
Elly wordt verantwoordelijk gemaakt voor het opbergen van de kerstverlichting.
"Neem er de tijd voor, meisje. En wees voorzichtig. De lampjes zijn kwetsbaar. Heb ik je trouwens al het allerbeste voor het nieuwe jaar gewenst?"
Carla mag de kerststal naar de zolder dragen. "En denk erom, mijn kind. De stal moet los blijven en niet in een doos."
In colonne brengen we de spullen vervolgens naar de zolder, waarbij de mobielen vanzelfsprekend meer traptreden lopen dan de minder mobielen.
Wanneer we klaar zijn, overziet Ada het resultaat van onze werkzaamheden.
Ze is tevreden, behalve over de staat van het trappenhuis.
Daar liggen inderdaad nogal wat kerstrestanten.
"We kunnen dat niet aan de meisjes vragen Er is in deze kerstperiode al zoveel van ze gevraagd."
Voor ik het weet is mij toebedeeld wat aan de meisjes niet meer gevraagd kan worden. Met trouwens nog de beste wensen voor het nieuwe jaar.
Terwijl ik me stofzuigend door het trappenhuis begeef, denk ik na over het nieuwe jaar voor 'arbeidsrijkdom' zal brengen.
Trouwens: voor u allen nog de beste wensen.
Job van Amerongen werkt als ggz-verpleegkundige in de ouderenzorg (Brentano, Amstelveen) en is columnist voor Proudies en DementieVisie. Meer columns lezen van Job? Klik dan hier.