Tegen een diepblauwe achtergrond verschijnt een bleek netwerk van vertakkingen. Het lijkt een tekening, maar de plant heeft zelf het licht tegengehouden. De cyanotypieën van Anna Atkins bewegen tussen natuuronderzoek en beeldende kunst. Haar negentiende-eeuwse zeewierbeelden zijn ook op een hedendaags scherm verrassend helder.

Anna Atkins leefde van 1799 tot 1871 en hield zich intensief bezig met plantkunde. Voor haar afbeeldingen gebruikte ze de cyanotypie, een fotografisch procedé waarbij lichtgevoelig gemaakt papier door belichting een blauwe kleur krijgt. Een plant op het papier schermt delen af. Na verwerking blijft de vorm als een lichte afdruk zichtbaar.
Dat eenvoudige uitgangspunt vraagt precieze keuzes. Hoe leg je een kwetsbaar exemplaar neer? Welke takjes moeten uit elkaar worden gehaald om herkenbaar te blijven? Hoeveel ruimte krijgt het op de pagina? Het resultaat registreert een plant en laat tegelijk zien hoe iemand heeft gekeken. Je ziet geen willekeurige hoop materiaal, maar een zorgvuldig geordend exemplaar.
Vanaf 1843 werkte Atkins aan Photographs of British Algae: Cyanotype Impressions. Het Museum of Modern Art beschrijft het als het eerste boek dat volledig met fotografische afbeeldingen werd geïllustreerd. De uitgave verscheen in delen. Het was geen productie waarbij één drukplaat eindeloos dezelfde bladzijde afleverde: de afdrukken werden afzonderlijk gemaakt.
Het Rijksmuseum bezit een exemplaar en biedt achtergrondinformatie over Atkins. Ook het Metropolitan Museum of Art heeft een album digitaal ontsloten. Daardoor kun je zelf bladeren en vergelijken, zonder te hoeven wachten tot kwetsbaar papier in een tentoonstellingszaal wordt getoond. Dat online toegang bestaat, betekent overigens niet dat het oorspronkelijke album permanent op zaal ligt.
De handgemaakte werkwijze is een deel van de aantrekkingskracht. Je kijkt naar een boek dat tegelijk een verzameling afzonderlijke fotografische objecten is. De herhaling van blauw en wit zorgt voor samenhang, terwijl de planten steeds een andere compositie opleveren.
Wie de beelden alleen vluchtig bekijkt, ziet vooral hun decoratieve kwaliteit. Neem eens één bladzijde en kijk naar het blauw rondom de plant. Waar is veel ruimte gelaten? Waar reikt een vertakking bijna tot de rand? De onbedekte delen van het papier bepalen hoe het exemplaar zich aan je voordoet.
Bekijk daarna twee heel verschillende vormen naast elkaar. Een compacte plant kan bijna een silhouet worden; fijnere vertakkingen krijgen iets schriftachtigs. Dat zijn manieren van kijken, geen namen die Atkins zelf aan de beelden gaf. De botanische identificatie staat in dienst van herkenning, terwijl jouw blik ook ritme, dichtheid en beweging kan ontdekken.
Het is verleidelijk de afdrukken uitsluitend als kunst te behandelen. Daarmee verdwijnt een deel van de arbeid uit beeld: verzamelen, herkennen, ordenen en benoemen. Juist de combinatie maakt het werk interessant. De voorstelling moest bruikbaar zijn als informatie, en werd daarbij ook een beeld dat zelfstandig aandacht vasthoudt.
Open het album bij The Met op een groter scherm en kies een handvol pagina's. Bekijk eerst de afbeelding, daarna de objectgegevens. Je kunt zo je eigen kleine reeks samenstellen: ronde vormen, lange lijnen of juist de fragielste vertakkingen. Let bij downloaden op de rechtenaanduiding bij het betreffende object.
Atkins' werk nodigt uit tot een ongebruikelijke vraag over fotografie. Hoeveel moet een maker toevoegen om iets zichtbaar te maken? Hier waren papier, licht, kennis en een zorgvuldig neergelegde plant voldoende. Het zeewier bleef niet bewaard in de afdruk, maar zijn aanwezigheid is nog altijd scherp te zien.
Anna Atkins bij het Rijksmuseum