Veel organisaties investeren momenteel in kunstmatige intelligentie met een duidelijke verwachting: medewerkers worden productiever en houden tijd over voor belangrijker werk. AI kan immers teksten schrijven, samenvatten, analyseren en voorbereidend denkwerk doen. Logisch dus dat de werkdruk zou moeten dalen. Nieuw onderzoek suggereert dat precies het tegenovergestelde gebeurt.

In een artikel in Harvard Business Review beschrijven onderzoekers Aruna Ranganathan en Xingqi Maggie Ye een acht maanden durende studie binnen een technologiebedrijf waar medewerkers vrijwillig generatieve AI gebruikten. Hun belangrijkste conclusie: AI vermindert het werk niet, maar intensiveert het structureel.
(Ranganathan & Ye, AI Doesn’t Reduce Work — It Intensifies It, Harvard Business Review, 9 februari 2026)
De onderzoekers observeerden medewerkers, volgden interne communicatie en voerden meer dan veertig diepte-interviews. De verwachting was dat AI routinetaken zou wegnemen. In werkelijkheid gebeurde iets anders.
Medewerkers:
AI maakte werk toegankelijker. Taken die eerder uitgesteld of gedelegeerd werden, voelden ineens haalbaar. Daardoor groeide het totale werkpakket zonder dat iemand daar expliciet om vroeg.
De onderzoekers noemen dit een zelfversterkend effect: hogere productiviteit leidt niet tot minder werk, maar tot hogere verwachtingen en extra activiteiten.
AI verlaagt de drempel om werk buiten de eigen expertise te doen.
In het onderzochte bedrijf gingen bijvoorbeeld:
Het gevolg: functies werden breder.
Maar ook: collega’s moesten meer controleren en corrigeren, waardoor hun werk juist toenam.
AI maakt starten zo eenvoudig dat kleine werkmomenten overal tussendoor ontstaan:
Omdat het voelt als een korte interactie in plaats van een formele taak, verdwijnt de natuurlijke pauze uit de werkdag. Medewerkers ervoeren achteraf dat ze minder herstelden en moeilijker afstand namen van hun werk.
AI introduceert parallel werken:
Dit leidt tot continu schakelen van aandacht.
De productiviteit lijkt hoger, maar de cognitieve belasting neemt toe.
Op korte termijn lijkt AI dus een succes: meer output, snellere doorlooptijd.
Op langere termijn zagen de onderzoekers risico’s:
Belangrijk: dit ontstaat zonder dat organisaties extra druk uitoefenen. De uitbreiding van werk gebeurt grotendeels vrijwillig. Daardoor blijft het probleem vaak onzichtbaar.
De auteurs pleiten voor een zogeheten AI-praktijk: duidelijke afspraken over hoe en wanneer AI wordt gebruikt.
Zij noemen drie concrete maatregelen:
Inbouwen van momenten om te evalueren voordat werk doorgaat — bijvoorbeeld verplicht stilstaan bij alternatieven vóór een beslissing.
Niet continu reageren op AI-output, maar werken in blokken.
Minder notificaties en minder constante responsiviteit verminderen mentale belasting.
Regelmatige gesprekken en overlegmomenten houden perspectief breed en voorkomen dat medewerkers geïsoleerd in AI-processen werken.
De belangrijkste boodschap van het onderzoek: technologie die efficiëntie verhoogt, verlaagt niet automatisch de werkdruk. Integendeel — zonder duidelijke grenzen groeit werk mee met de mogelijkheden.
AI verandert dus niet alleen wat we doen, maar vooral hoeveel we doen.
De uitdaging voor organisaties en werknemers wordt daarom minder technisch en meer organisatorisch:
niet alleen leren werken mét AI, maar ook leren stoppen met werken wanneer AI altijd door kan.
Bron
Ranganathan, A. & Ye, X. M. (2026). AI Doesn’t Reduce Work — It Intensifies It. Harvard Business Review, 9 februari 2026.