Over de buitenwereld als spiegel en ouder worden als een uitnodiging tot zelfonderzoek.We hebben vaak een mening over wat er allemaal mis is met de wereld. We ergeren ons aan jongeren die geen respect lijken te hebben, aan ouderen die niet met hun tijd meegaan, aan onze partner die ons niet begrijpt of aan mensen die zich gedragen op een manier die ons niet bevalt.

Afbeelding door Erik Voncken
Soms is die kritiek terecht. Maar staan we er weleens bij stil waarom bepaalde dingen ons zo raken? Waarom we bij de ene persoon rustig blijven en ons bij de andere mateloos ergeren?
Misschien ligt het antwoord niet alleen bij de ander, maar ook in onszelf.
Wat de buitenwereld ons laat zien, kan een uitnodiging zijn om onszelf beter te leren kennen.
Misschien begint het al in onze kindertijd. Als kind voelen we verdriet, boosheid, angst en verlangen zonder ons af te vragen of die gevoelens wel verstandig zijn. Maar gaandeweg leren we dat niet ieder gevoel welkom is.
‘Niet huilen.’ ‘Stel je niet zo aan.’ ‘Je moet flink zijn.’ ‘Doe maar gewoon.’
Soms leren we dat we vooral aardig moeten zijn, ons moeten aanpassen of sterk moeten blijven om waardering te krijgen. We leren bepaalde gevoelens te onderdrukken en delen van onszelf niet meer te laten zien.
Zo kunnen verstand en gevoel tegenover elkaar komen te staan. Ons gevoel zegt: Dit doet pijn. Ons verstand antwoordt: Niet zeuren, doorgaan.
Wat ons ooit hielp om ons staande te houden, kan ons later belemmeren om werkelijk te voelen wie we zijn en wat we nodig hebben.
Wanneer we bepaalde eigenschappen of gevoelens in onszelf moeilijk kunnen aanvaarden, kunnen we die bij anderen sterk afwijzen. In de psychologie noemen we dit projectie.
Iemand die zijn eigen kwetsbaarheid moeilijk verdraagt, kan zich ergeren aan een ander die emotioneel is. Iemand die zelf nauwelijks grenzen durft te stellen, kan iemand die duidelijk voor zichzelf opkomt dominant of egoïstisch vinden.
Dat betekent niet dat onze waarneming onjuist is. De ander kan werkelijk over een grens gaan. Maar onze reactie kan ons ook iets vertellen over wat er in onszelf speelt.
Daarom is het waardevol om onszelf af te vragen: Waarom raakt dit mij zo? Wat wordt er in mij wakker?
Misschien ontdekken we dat we zelf nooit ruimte hebben genomen voor onze behoeften. Of dat we geleerd hebben onze boosheid te onderdrukken, terwijl we ons ergeren aan mensen die hun mening duidelijk uitspreken.
De ander wordt dan een spiegel. Niet om onszelf de schuld te geven, maar om iets te ontdekken wat we eerder niet zagen.
Juist in de derde en vierde levensfase kan dit zelfonderzoek betekenisvol worden. We hebben een leven achter ons, met ervaringen, overtuigingen, relaties en teleurstellingen. Misschien hebben we ons jarenlang aangepast aan wat anderen van ons verwachtten.
Maar wie zijn we wanneer we niet meer voortdurend hoeven te voldoen aan verwachtingen?
Waarom vind ik het zo moeilijk om nee te zeggen? Waarom raakt kritiek mij zo? Waarom wil ik altijd sterk zijn? En waarom vind ik het gedrag van bepaalde mensen zo moeilijk te verdragen?
Zelfonderzoek betekent niet dat we alles bij onszelf moeten zoeken. Het betekent dat we bereid zijn ons eigen aandeel te onderzoeken.
Soms ontdekken we dat we onze grenzen onvoldoende aangeven. Wanneer we die grenzen rustig leren uitspreken en er ook achter blijven staan, kan de verhouding met de ander veranderen. We laten zien dat we onszelf serieus nemen. Dat kan wederzijds respect bevorderen.
En soms ontdekken we dat de ander niet verandert. Ook dan hebben we iets gewonnen: we kunnen duidelijker kiezen hoe we met die persoon omgaan en wat we wel en niet accepteren.
Misschien is dit wel de diepste laag van zelfonderzoek: leren aanvaarden wat we vroeger in onszelf hebben afgewezen.
Wanneer ik mijn kwetsbaarheid leer accepteren, hoef ik die van een ander minder snel als zwakte te zien. Wanneer ik mijn eigen grenzen respecteer, kan ik gemakkelijker begrijpen dat een ander ook grenzen heeft. Wanneer ik mijn verdriet toelaat, hoef ik het verdriet van een ander niet onmiddellijk weg te praten.
Wat ik in mezelf leer liefhebben, hoef ik buiten mezelf steeds minder te bestrijden.
Dat betekent niet dat alle tegenstellingen verdwijnen. Het betekent dat we anders leren omgaan met wat ons raakt. We hoeven niet meer iedere irritatie om te zetten in een oordeel en niet ieder verschil in een strijd.
Misschien wordt een gesprek dan weer werkelijk een ontmoeting. Niet twee mensen die elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk, maar twee mensen die bereid zijn naar elkaar te luisteren.
Misschien is ouder worden niet alleen leren loslaten. Misschien is het ook een kans om thuis te komen bij onszelf. Om de delen van onszelf die we jarenlang hebben weggeduwd opnieuw te ontmoeten, zonder ze meteen te veroordelen.
De buitenwereld zal ons blijven confronteren met gedrag waar we het niet mee eens zijn. Maar we kunnen telkens opnieuw kiezen: wijs ik alleen naar de ander, of durf ik ook te onderzoeken wat deze ontmoeting mij over mezelf vertelt?
Daar krijgt de bekende uitspraak ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’ een diepere betekenis.
Niet omdat alles wat er buiten ons gebeurt onze schuld is. En ook niet omdat we onszelf voortdurend moeten verbeteren. Maar omdat we invloed hebben op de manier waarop we kijken, luisteren, reageren en met anderen omgaan.
Misschien begint verandering wel daar: bij de bereidheid om niet alleen de ander te begrijpen, maar ook onszelf.
Wat ik in mezelf leer liefhebben, hoef ik buiten mezelf steeds minder te bestrijden.
Misschien is dat wel de uitnodiging van het ouder worden: steeds minder snel oordelen over wat we buiten ons zien en steeds nieuwsgieriger worden naar wat het in onszelf wakker maakt.
Niet om een perfect mens te worden, maar om een vollediger mens te zijn.
En zo begint de verandering niet bij een wereld die zich aan ons moet aanpassen, maar bij de relatie met meZelf.
Misschien is dat de weg naar werkelijke harmonie.