Je ziet een naam in je telefoon en denkt: ik zou eens moeten vragen hoe het gaat. Vervolgens sluit je het scherm. Onderzoekers ontdekten dat die aarzeling verrassend vaak voorkomt, zelfs wanneer mensen iemand missen en verwachten dat een bericht welkom is. Wat maakt opnieuw contact leggen zo lastig?

Psychologen Lara Aknin en Gillian Sandstrom onderzochten in zeven studies waarom mensen contact met oude vrienden uitstellen. Hun onderzoek verscheen in 2024 in Communications Psychology en omvatte in totaal bijna 2.500 deelnemers.
In twee van de studies kregen deelnemers gelegenheid om daadwerkelijk een bericht te sturen. Ze wilden het contact herstellen, hadden de contactgegevens en dachten dat de ander hun bericht zou waarderen. Toch zette slechts een minderheid de stap.
Een mogelijke verklaring kwam in andere onderdelen naar voren: een oude vriend kan na verloop van tijd als een vreemde gaan voelen. Hoe sterker dat gevoel, hoe minder bereid deelnemers waren om contact te zoeken.
Dat maakt de aarzeling herkenbaar. Je kent elkaars geschiedenis, maar misschien nauwelijks meer elkaars dagelijks leven. De vertrouwdheid is er nog in je herinnering, terwijl je niet weet hoe de ander er nu voor staat.
In de toelichting van de Universiteit van Sussex noemen de onderzoekers verschillende drempels. Deelnemers waren bang dat de ander niets van hen wilde horen. Ze vonden het ongemakkelijk dat er zoveel tijd was verstreken, of voelden zich schuldig over het verwaterde contact.
Drukte werd minder vaak als belemmering genoemd. Deelnemers vonden een verjaardag bovendien een aannemelijker aanleiding om te schrijven dan zomaar contact opnemen. Ook een gedeelde herinnering kon helpen.
Daarin zit iets merkwaardigs. Hoe langer je wacht, hoe groter het verhaal lijkt te worden dat je eerst zou moeten vertellen. Een eenvoudig bericht verandert in gedachten in een verklaring voor alle jaren waarin je niets liet horen.
Maar een eerste bericht hoeft die hele periode niet te overbruggen. Het kan ook alleen een opening zijn.
De onderzoekers testten ook een kleine ingreep. Deelnemers kregen eerst gelegenheid om berichten te sturen aan mensen met wie ze nog wel geregeld contact hadden. Daarna volgde de mogelijkheid om een oude vriend te benaderen.
Dat opwarmen maakte verschil: in deze studie met 194 deelnemers lag het aantal mensen dat opnieuw contact zocht ongeveer twee derde hoger dan in de vergelijkingsgroep. Dat is een relatieve toename, geen stijging van twee derde van alle deelnemers.
Het onderzoek ging over volwassenen in het algemeen, niet specifiek over mensen na hun pensioen. Ook onderzocht het vooral de eerste stap. Het vertelt niet hoeveel contacten daarna uitgroeiden tot een hernieuwde vriendschap.
Die beperking doet ertoe. Een bericht versturen en opnieuw een plaats krijgen in elkaars leven zijn verschillende gebeurtenissen.
Als je iemand op het oog hebt, kun je beginnen met wat je werkelijk wilt zeggen. Bijvoorbeeld:
“Ik kwam laatst een foto van ons tegen en moest aan je denken. Het is lang geleden. Hoe gaat het met je?”
Dat voorbeeld is geen bewezen formule. Het laat vooral zien hoe weinig een begin hoeft te bevatten. Je toont belangstelling en laat ruimte voor een antwoord.
De ander kan enthousiast reageren, pas later antwoorden of het contact niet willen hervatten. Je weet het vooraf niet. Wel kun je voorkomen dat je namens de ander alvast beslist dat een bericht ongelegen komt.
Misschien begint een oud contact opnieuw met dezelfde eenvoudige handeling waarmee het ooit ontstond: iemand laten merken dat je belangstelling hebt.
Verder lezen: het oorspronkelijke onderzoek en de toelichting van de Universiteit van Sussex.