Kort voor de val van de Berlijnse Muur gingen wij met onze drie kinderen bij voorkeur op vakantie naar landen achter het ‘IJzeren Gordijn’. Al schrijvend vraag ik me af of er nog veel mensen zijn die weten wat dit was; binnen onze doelgroep vast wel. Daar viel nog wat te beleven, volgens ons.

Het land dat wij destijds bezochten was Tsjecho-Slowakije, inmiddels opgedeeld in twee landen. We hadden nog geen idee hoe deze vakantie onze perceptie van vrijheid voorgoed zou veranderen.
Op de tweede plaats van de lijst ‘spannende vakantie gebeurtenissen’ staat dat we -tot grote blijdschap van de kinderen- ons intelligente, langharige rode poesje Ginger illegaal in de auto meenamen. Alles achter het IJzeren Gordijn leek destijds zo onbekend en streng dat ik ervan overtuigd was dat, als we betrapt zouden worden, minstens het gevang in zouden moeten. Ja, we hielden wel van een beetje spanning.
Voor de poes hadden we geen papieren. Dankzij de veelgeprezen ANWB-autoroutekaart, uitgevouwen op mijn schoot, en het relaxte karakter van de poes, was zij aan mijn voeten onzichtbaar voor iedereen.
So far so good.
Maar met stip op de eerste plaats van spannende gebeurtenissen staat het passeren van de grens tussen Duitsland en Tsjecho-Slowakije. Ten eerste gold voor iedereen een geldig paspoort (check), visumplicht (check), en we moesten aantonen waar we naartoe gingen (camping geboekt: check).
Ik herinner me de lange file auto’s voor de grens. Motoren uit, raampjes open. Niemand stapte uit. De grenswachten, traag en intimiderend heen en weer lopend, ongegeneerd naar binnen kijkend. Auto en caravan ook van de onderkant. Onze kinderen zaten met grote ogen muisstil op de achterbank. Ja, nu wel.
Het viel me op dat de vele grenssoldaten er piepjong uitzagen. Ze cirkelden rondom de echte grenswachten als afweer tegen agressieve criminelen en dat soort.
Deze jonge militaire jongens waren in mijn ogen allemaal “Rolfjes”, naar Rolf uit The Sound of Music. Zo bleek, mooi en jong, met geplakte haren in een strakke scheiding, in smetteloos uniform en met een enorm geweer op de borst. Ze keken stuurs en spraken niet. Gedrild en geïndoctrineerd. Dat moest wel.
Het was nog niet zo heel lang na de zelfverbranding van de student Jan Palach in Praag.
Ik was destijds niet erg politiek bewust, maar die gebeurtenis had me wakker geschud.
In navolging van mijn vader had ik een super-8 filmcamera meegenomen. Deze situatie, met de illegale poes, de strenge grenswachten en de vele Rolfjes, leek mij uitermate geschikt om op de film te zetten.
Hoe naïef kan je zijn.
Twee grenswachten liepen onmiddellijk op de auto af, wezen naar mij en begonnen in onverstaanbaar Tsjechisch te schreeuwen. In no time stonden er tien Rolfjes met geweer in de aanslag om onze auto en caravan heen. Ik verstijfde: Wt is er aan de hand? De kinderen lagen met de armen om elkaar heen in elkaar gedoken op de achterbank. Manlief strekte zijn rug en ik hoopte dat hij zich zou inhouden. Ik stapte uit.
Manlief riep nog net: “Je mag hier niet filmen!”
Ik stopte onmiddellijk de camera weg in een willekeurige tas op de achterbank en liep daardoor minder risico dat ze voorin óók nog de poes zouden ontdekken. Ik moest meelopen, mijn paspoort afgeven. Mijn levensovertuiging: geef nooit je paspoort af, werd hier totaal niet gerespecteerd. De grenswacht pakte het met een rukje uit mijn handen en liep ermee weg.
Het is allemaal goed gekomen. Het opkomende toerisme in de landen achter het IJzeren Gordijn en de inkomsten die dat genereerde, waren blijkbaar van groter belang. We mochten het land in. Met camera en super 8 film.
Deze ‘live’ ervaring uit een andere wereld had meer impact dan welke geschiedenisles ook. “Zo ziet communisme er dus uit,” dacht ik. We waren allemaal diep onder de indruk.
Eenmaal thuis durfde ik de vijftien seconden film niet te laten ontwikkelen. Je weet tenslotte nooit hoe ver het oog van de vijand reikt.
Over de vakantie zelf valt nog veel te vertellen. Dat de burgers daar toch gewoon heel aardig en gastvrij waren bijvoorbeeld. De 17-jarige jongen die vakantiewerk op de camping deed, maakte vrienden met ons, nou ja, eigenlijk onze oudste dochter. Na een week samen zwemmen, werden wij allemaal bij zijn ouders thuis uitgenodigd om te komen eten. Geen woord Engels, wel Russisch, verplicht op school.
Aan het eind van de vakantie kochten we voor hem zijn ultieme droom: basketbalschoenen, waarvoor hij zijn paar verdiende Kronen per dag aan het sparen was.
Na de val van de muur kwam hij met een groepje van vier medestudenten met de bus naar Nederland om kersen te plukken. We hadden ze allemaal in huis (hoe deed ik dat toch met een baan en een gezin?). Witbrood was hun lievelingseten bij elke maaltijd. Hij betaalde zijn studiekosten van wat hij met het plukwerk verdiende; veel meer dan in Tsjechië. Inmiddels is ‘onze’ Tsjech al jaren getrouwd, heeft twee dochters en woont hij in een flat vlakbij Praag. Ze komen regelmatig logeren. Ze spreken allemaal Engels.
Eén van de dochters logeerde afgelopen weekend met haar vriend bij ons. Huilend nam ze zondagavond bij de halte van de FlixBus afscheid, van ons en van het door haar zo geliefde Nederland.
Hij is niet onze schoonzoon geworden.
Maar wel vriend voor het leven.