Jarenlang hoorde je vooral waarschuwingen. Smartphones zouden je concentratie verpesten. Navigatie zou je geheugen lui maken. Internet zou denken vervangen door zoeken. Kort gezegd: technologie zou slecht zijn voor je brein.

Maar de eerste generatie die met computers, e-mail en smartphones werkte, bereikt nu de leeftijd waarop het risico op dementie toeneemt. En precies daarom kunnen we het eindelijk écht onderzoeken — niet in theorie, maar in een mensenleven.
Nieuw grootschalig onderzoek, gepubliceerd in Nature Human Behaviour (Benge & Scullin, 2025), laat iets opvallends zien:
digitaal actief blijven hangt samen met betere cognitieve gezondheid op latere leeftijd.
Niet ondanks technologie — maar juist dankzij.
Onderzoekers stelden twee concurrerende theorieën tegenover elkaar.
1. Digitale-dementiehypothese
Veel schermgebruik verzwakt het geheugen, omdat je minder hoeft te onthouden.
2. Technologische-reservehypothese
Digitale technologie stimuleert het brein: leren, aanpassen, problemen oplossen → cognitieve bescherming.
Om dat te testen analyseerden de onderzoekers 136 studies met samen 411.430 volwassenen boven de 50 jaar.
Dat maakt het één van de grootste onderzoeken ooit naar technologie en veroudering.
Mensen die digitale technologie gebruiken hadden:
Zelfs wanneer rekening werd gehouden met opleiding, inkomen, gezondheid en eerdere cognitieve vaardigheden bleef het effect bestaan.
Dat betekent iets belangrijks:
Het gaat niet alleen om “slimmere mensen gebruiken meer technologie”.
De activiteit zelf lijkt mee te helpen.
De onderzoekers introduceren een nieuw begrip: technological reserve.
We kennen al “cognitive reserve”: mensen die hun hersenen blijven gebruiken bouwen een soort buffer op tegen achteruitgang.
Technologie blijkt daar een moderne variant van.
Waarom?
Apps veranderen. Interfaces veranderen. Updates veranderen.
Je hersenen moeten voortdurend:
Dat is geen passieve activiteit.
Het lijkt eerder op puzzelen dan op kijken.
Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat vooral noviteit (nieuwe dingen leren) de hippocampus activeert — een gebied dat betrokken is bij geheugen en vaak als eerste achteruitgaat bij dementie.
Een printer werkt niet.
Een link opent niet.
Een wachtwoord klopt niet.
Frustrerend — maar cognitief waardevol.
Digitale handelingen bevatten voortdurend:
Precies de functies die met leeftijd kwetsbaar worden (executieve functies).
Veel technologiegebruik blijkt geen schermactiviteit maar contactactiviteit:
En sociale betrokkenheid is één van de sterkste beschermende factoren tegen cognitieve achteruitgang volgens o.a. Harvard Study of Adult Development en Lancet-dementierapporten.
Met andere woorden:
het scherm is vaak slechts de deur naar mensen.
Een minder besproken effect: technologie geeft controle.
Zelf bankzaken doen
Zelf reizen plannen
Zelf informatie vinden
Psychologen noemen dit self-efficacy — het gevoel dat je invloed hebt op je omgeving.
Dat hangt sterk samen met cognitieve gezondheid en motivatie om mentaal actief te blijven.
Het onderzoek laat niet zien dat eindeloos scrollen beschermt.
Het gaat om actief gebruik.
Passief consumeren (bijv. eindeloos video’s kijken) heeft nauwelijks effect op het brein.
Actief handelen wel.
Denk aan:
Technologie is dus geen activiteit.
Het is een gereedschap voor activiteit.
Rond de pensionering verandert iets fundamenteels.
Werk verdwijnt vaak als dagelijkse cognitieve training:
Veel mensen verliezen daardoor ongemerkt een groot deel van hun mentale uitdaging.
Technologie kan een moderne vervanger worden.
Niet omdat het werk simuleert —
maar omdat het dezelfde hersensystemen activeert.
Jarenlang vroegen we:
hoe beschermen we het brein tegen technologie?
Het onderzoek draait dat om:
hoe gebruiken we technologie om het brein te beschermen?
De eerste digitale generatie laat zien dat mentale vitaliteit niet alleen zit in puzzels, boeken of beweging — maar ook in digitale vaardigheid.
Niet omdat het modern is.
Omdat het leren blijft.
Je hoeft geen expert te worden.
Maar blijf iets doen wat net buiten je automatisme ligt.
Goede voorbeelden:
Het criterium is simpel:
moet je erover nadenken? Dan werkt het.
We denken vaak dat ouder worden betekent: vereenvoudigen.
Maar cognitieve gezondheid blijkt juist samen te hangen met het tegenovergestelde:
blijven aanpassen.
Technologie verandert steeds.
En precies daarom kan het een onverwachte bondgenoot zijn.
Niet omdat je jong wilt blijven —
maar omdat je blijft leren hoe de wereld werkt.
En misschien is dát uiteindelijk de beste definitie van vitaal ouder worden.
Bron: Benge & Scullin (2025), Nature Human Behaviour — Meta-analysis of technology use and cognitive aging, aangevuld met bevindingen uit het Lancet Commission on Dementia Prevention en Harvard Study of Adult Development.