Je hoeft niet iedere nieuwe app te proberen om nieuwsgierig te zijn. Misschien wil je wél precies weten waarom die ene vogel steeds terugkeert in je tuin, hoe een schilder zijn kleuren mengde of waar je familienaam vandaan komt. Onderzoek naar nieuwsgierigheid laat zien hoe belangrijk dat verschil is.

Nieuwsgierigheid heeft verschillende vormen
Bij nieuwsgierigheid denken we gemakkelijk aan iemand die overal op afstapt. Een nieuwe tentoonstelling, een onbekende bestemming, een cursus over een onderwerp waar diegene nog niets van weet. Maar ook iemand die weinig behoefte heeft aan zulke uitstapjes kan zich volledig vastbijten in een vraag.
Psychologen onderscheiden daarom algemene nieuwsgierigheid als eigenschap en nieuwsgierigheid die door een specifieke situatie wordt opgeroepen. Je kunt jezelf behoorlijk behoudend vinden en toch onmiddellijk willen weten hoe een verhaal afloopt.
Dat onderscheid intrigeerde psycholoog Alan Castel van de University of California, Los Angeles. Eerder onderzoek suggereerde dat nieuwsgierigheid afneemt met de leeftijd. Tegelijkertijd zag hij in zijn eigen onderzoek juist oudere deelnemers die veel belangstelling hadden voor bepaalde onderwerpen. Samen met onderzoeker Mary Whatley en collega’s onderzocht hij hoe die twee observaties naast elkaar kunnen bestaan.
Een vragenlijst vertelt niet het hele verhaal
De hoofdstudie, gepubliceerd in PLOS One in 2025, omvatte 1.218 deelnemers van twintig tot en met 84 jaar. Zij beantwoordden vragen over hun algemene nieuwsgierigheid. Daarnaast kregen ze kennisvragen voorgelegd en gaven ze aan hoe graag ze het juiste antwoord wilden weten.
De uitkomsten liepen uiteen. Een hogere leeftijd hing samen met minder algemene nieuwsgierigheid, maar juist met meer nieuwsgierigheid tijdens de kennistaak. Oudere deelnemers waren dus niet over de hele linie minder geïnteresseerd. De manier waarop de onderzoekers belangstelling uitlokten en maten, maakte verschil.
Dat is een bruikbaar inzicht wanneer je naar je eigen interesses kijkt. “Ik heb niet zoveel behoefte meer aan nieuwe dingen” kan een oprechte beschrijving zijn. Toch zegt die zin weinig over wat er gebeurt wanneer iemand precies het onderwerp aansnijdt waar je meer van wilt weten.
Wat het onderzoek niet bewijst
De onderzoekers vergeleken verschillende leeftijdsgroepen. Ze volgden niet dezelfde mensen gedurende hun leven. Je kunt op basis hiervan dus niet zeggen dat ieder individu vanzelf op deze manier verandert.
Ook ging het om een online taak met kennisvragen. Belangstelling voor een antwoord is niet hetzelfde als je inschrijven voor een opleiding of maandenlang een nieuwe vaardigheid oefenen. De studie onderzocht bovendien geen vermindering van dementie. Die gezondheidsbelofte kun je er niet aan verbinden.
De waarde zit vooral in de preciezere blik op interesse. Een breed etiket als “nieuwsgierig” kan verhullen hoe verschillend mensen reageren op afzonderlijke onderwerpen.
Begin bij de vraag die blijft hangen
Voor je eigen week levert dat een eenvoudig experiment op. Let eens op welke vraag je na een gesprek, wandeling of televisieprogramma nog bezighoudt. Zoek daar één goed antwoord op. Een boek uit de bibliotheek, een lezing of een gesprek met iemand die er veel van weet, kan genoeg zijn om verder te komen.
Misschien ontdek je dat je weinig zin hebt in een algemene cursus fotografie, maar wel wilt begrijpen waarom je avondfoto’s steeds mislukken. Of dat geschiedenis je op school weinig deed, terwijl je nu alles wilt weten over het gebouw aan het einde van je straat.
Je hoeft die belangstelling niet meteen om te zetten in een nieuw project. Soms is een antwoord voldoende. Soms roept het drie nieuwe vragen op. Juist dat laatste kan een prettiger begin zijn dan de opdracht om voortaan “meer open te staan”.
De vraag waarmee je begint, hoeft niemand anders interessant te vinden.
Verder lezen: de wetenschappelijke publicatie in PLOS One en de toelichting van UCLA.