Krachttraining rond je pensioen: wat een jaar oefenen kan opleveren

Een koffer optillen, opstaan uit een diepe stoel, een trap nemen met boodschappen: spierkracht hoort bij gewone dagen. Toch krijgt krachttraining in een beweegplan soms minder aandacht dan wandelen of fietsen. Een Deens onderzoek laat zien waarom het de moeite waard is daar bewust ruimte voor te maken.

In samenwerking met

Krachttraining rond je pensioen: wat een jaar oefenen kan opleveren
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Oct 17, 2026

Een onderzoek dat langer doorliep

Voor de Deense LISA-studie werden 451 mensen rond de pensioenleeftijd door loting verdeeld over drie groepen. Ze volgden een jaar zware krachttraining, een programma met matige belasting of geen door het onderzoek aangeboden trainingsprogramma.

Vier jaar na de start kwamen 369 deelnemers terug voor een meting. Hun gemiddelde leeftijd was toen 71 jaar. De groep die zware krachttraining had gevolgd, had gemiddeld de oorspronkelijke kracht behouden bij een test waarbij de bovenbeenspieren kracht leverden zonder beweging. Bij de andere groepen was die kracht afgenomen. De resultaten verschenen in 2024 in BMJ Open Sport & Exercise Medicine.

Dat is een nauwkeurig afgebakende uitkomst. Het ging om een bepaalde krachtmeting, bij relatief goed functionerende deelnemers. Het onderzoek bewijst niet dat ieder aspect van lichamelijke fitheid behouden bleef. Evenmin kun je eruit afleiden dat je na een jaar training gerust kunt stoppen. De nameting vond drie jaar na het trainingsjaar plaats; dat is iets anders dan drie jaar voorgeschreven stilzitten.

Kracht heeft een eigen plaats

Bij krachttraining laat je spieren werken tegen weerstand. Die weerstand kan komen van een apparaat, een gewicht, een elastische band of je eigen lichaamsgewicht. Het Amerikaanse National Institute on Aging beschrijft krachttraining als een manier om spierkracht en lichamelijk functioneren te ondersteunen bij het ouder worden.

Dat maakt het zinvol om naar je beweegweek als geheel te kijken. Een dagelijkse wandeling kan een vaste gewoonte zijn geworden. Wanneer krijgen je spieren daarnaast een gerichte belasting?

De Nederlandse beweegrichtlijnen adviseren volwassenen minstens 150 minuten per week matig intensief te bewegen, verspreid over verschillende dagen. Daarnaast horen minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten erbij. Voor ouderen worden die gecombineerd met balansoefeningen.

Je hoeft daarvoor niet meteen een ingewikkeld sportschema op te stellen. Begin met het aanwijzen van twee momenten waarop je aandacht wilt besteden aan kracht. Daarna kun je bepalen welke vorm bij je past en welke begeleiding je nodig hebt.

Begin met een passende belasting

Het woord ‘zwaar’ kan afschrikken. Voor een beginnende sporter is vooral van belang dat oefeningen passen bij de huidige mogelijkheden en geleidelijk worden opgebouwd. Een gewicht zegt op zichzelf weinig zonder te weten wie het optilt en hoe de beweging wordt uitgevoerd.

De Britse gezondheidsdienst NHS biedt eenvoudige krachtoefeningen aan, waaronder opstaan uit een stoel en oefeningen met steun. Het advies is rustig op te bouwen en het aantal herhalingen geleidelijk te vergroten. Wie klachten of beperkingen heeft, kan met een fysiotherapeut bespreken welke oefeningen geschikt zijn.

Wil je met gewichten of apparaten beginnen, vraag dan om uitleg van de techniek en een passend startniveau. Een eerste afspraak mag vooral bedoeld zijn om de bewegingen te leren. Je hoeft bij binnenkomst nog niet te weten wat een goed trainingsgewicht voor je is.

Geef oefenen een herkenbare plek

Rond je pensioen verandert vaak de indeling van de week. Dat kan een geschikt moment zijn om opnieuw naar je gewoonten te kijken. Welke afspraak met jezelf verdient een vaste plek? En op welk tijdstip hoef je die het minst vaak te verplaatsen?

Maak het doel concreet. Misschien wil je met meer vertrouwen tuinieren of je bagage kunnen dragen. Schrijf dat op voordat je een programma kiest. Zo krijgt trainen een betekenis die verder gaat dan het getal op een gewicht.

Bespreek ook hoe je vooruitgang volgt. Je kunt met een begeleider kijken naar de uitvoering, het aantal herhalingen en de gebruikte weerstand. Daarmee wordt zichtbaar wat je oefent en wanneer een volgende stap passend is.

De oorspronkelijke studie en de Nederlandse beweegrichtlijnen bieden achtergrond. Het persoonlijke vertrekpunt blijft eenvoudiger: welke beweging wil je met vertrouwen blijven maken?

‍

Vergelijkbare artikelen