Hoe oud je kunt worden, blijkt voor een verrassend groot deel bepaald te zijn door de genetische hand die je van je ouders hebt meegekregen. Volgens een nieuwe studie die donderdag is gepubliceerd in het prestigieuze tijdschrift Science, draagt je DNA ongeveer 50 procent bij aan de lengte van je leven — veel meer dan eerdere ramingen suggereerden.

Dat betekent niet alleen dat centenariërs — mensen die 100 jaar of ouder worden — vaak een erfelijke “voorsprong” hebben, maar ook dat de zoektocht naar de genetische wortels van veroudering wellicht belangrijker is dan gedacht. Maar er is een nuance: gezondheidsgedrag zoals bewegen, niet roken en verantwoord eten blijft cruciaal voor hoe we oud worden, zelfs als het hoe lang we leven deels in onze genen staat geschreven.
Onderzoekers van het Weizmann Institute of Science in Israël ontwikkelden een innovatieve methode om het effect van genen te scheiden van externe oorzaken van overlijden — zoals ongelukken, infecties of andere factoren buiten het lichaam — die in eerdere analyses niet goed werden meegenomen.
Dat bleek essentieel: historische gegevens uit tweelingonderzoeken, vooral uit Scandinavië, lieten lang een veel lagere erfelijkheidswaarde zien — soms maar 15 tot 30 procent — omdat vroege sterfte door externe oorzaken de genetische signalen verstoorde.
Door die externe factoren met wiskundige modellen te corrigeren, ontdekten de wetenschappers dat het intrinsieke stervensrisico — de biologische veroudering zelf — voor ongeveer de helft wordt bepaald door genetische factoren.
De implicatie is dat je genetische achtergrond, zoals hoe lang je ouders en grootouders leefden, een sterke aanwijzing kan zijn voor je eigen potentiële levensduur. Wie uit een langlevende familie komt, heeft waarschijnlijk een set genen die beschermt tegen ziekten die vaak op latere leeftijd voorkomen. Sommige van deze beschermende varianten zijn al geïdentificeerd, al wachten de meest waardevolle ontdekkingen nog op ontdekking.
Dat betekent niet dat levensstijl er niet toe doet. De genetische bijdrage van ongeveer 50 procent laat ruimte voor omgeving, gedrag, toeval en andere niet-genetische factoren die je levensduur vormen. Voedingskeuzes, lichaamsbeweging, sociale relaties en toegang tot gezondheidszorg blijven belangrijke bouwstenen van een lang, gezond leven.
Door te laten zien dat genetica een grotere rol speelt dan gedacht, kan deze studie een nieuwe impuls geven aan onderzoek rond veroudering en mogelijke geneesmiddelen of therapieën die het verouderingsproces vertragen of schadelijke effecten ervan verminderen. Al is het nog een lange weg van basiswetenschap naar klinische toepassingen.
“Als we begrijpen waarom sommige mensen 110 worden terwijl ze rookten en dronken alsof hun leven ervan afhing, dan kunnen we misschien die mechanismen benutten om de veroudering van iedereen af te remmen,” zei een van de onderzoekers.
Voor wie zich afvraagt of een extra rondje joggen of een broccoli er nog toe doet: dat doet het zeker — vooral voor gezonde jaren. Maar als je familiegeschiedenis weinig uitzonderlijke langlevenden kent, dan biedt die genetische kennis een realistische blik op wat je lichaam aan vermogen heeft om écht naar een hoge leeftijd te streven.
In de balans tussen genen en leefstijl krijgen we zo een rijker en realistischer beeld van wat het betekent om ouder te worden — en waarom sommige van ons verder gaan dan anderen.