Je hoeft kunst niet te begrijpen om erdoor geraakt te worden

Benno Tempel, directeur van het Kröller-Müller Museum, over de onzekerheid die veel mensen in een museum voelen, de waarde van langer kijken en waarom een kunstwerk met je mee kan veranderen.

In samenwerking met

Je hoeft kunst niet te begrijpen om erdoor geraakt te worden
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Oct 16, 2026

Als tiener ging Benno Tempel alleen naar het toenmalige Haags Gemeentemuseum, nu Kunstmuseum Den Haag. Hij kende de naam van de Oostenrijkse kunstenaar Arnulf Rainer niet. Toch kwamen diens tekeningen en foto’s, wild bekrast en overschilderd, zo hard binnen dat hij ze nooit meer is vergeten.

“Ik was echt uit mijn schoenen geblazen,” vertelt Tempel. “Over een portret heen krassen heeft iets agressiefs. Als tiener voelde ik dat heel sterk.”

‍

Inmiddels heeft hij duizenden kunstwerken gezien. Toch wil hij dat gevoel van overrompeling niet kwijtraken. “Als je in de kunst werkt en nergens meer door verrast wordt, dan klopt er iets niet. Ik wil ieder jaar iets nieuws ontdekken. Anders voelt het als een verloren jaar.”

Tempel is kunsthistoricus en directeur van het Kröller-Müller Museum. Voor Anders kijken spreken we hem over een ongemakkelijke vraag die veel museumbezoekers herkennen: moet je kunst begrijpen om er iets van te mogen vinden?

Waarom een museum ons onzeker kan maken

Volgens Tempel is het begrijpelijk dat mensen zich in een museum soms bekeken of geïntimideerd voelen. Hij vergelijkt het met een politieauto die in je achteruitkijkspiegel verschijnt. Zelfs wanneer je niet te hard rijdt, haal je toch je voet van het gaspedaal en ga je rechter zitten.

“Een museum roept ook bepaald gedrag op. Hoe hoor ik me hier te gedragen? Begrijp ik dit werk wel? Denken andere bezoekers dat ik dom ben omdat ik naar iets sta te kijken wat nergens op lijkt?”

Die onzekerheid zegt weinig over wat iemand werkelijk kan zien. Je kunt op kleur, vorm, materiaal of ritme reageren zonder de kunstgeschiedenis te kennen. Nieuwsgierigheid is vaak belangrijker dan voorkennis.

Tempel onderscheidt drie manieren waarop je kunst kunt beleven. Een museum kan een prettig uitje zijn. Een kunstwerk kan je emotioneel raken. Of het kan je intellectueel uitdagen en iets leren. Geen van die manieren is beter dan de andere.

“Soms komen ze alle drie samen, soms maar één of twee. Als museum wil je dat er in ieder geval íéts gebeurt.”

‘Mijn kleinkind kan dit ook’

Er is één zin die Tempel graag in een museum hoort: “Dit had mijn kleinkind ook kunnen maken.”

“Het is een van mijn favoriete uitspraken. Mijn eerste gedachte is altijd: maar zelf kun je het dus niet. Mensen zeggen nooit: dit kan ik ook. Ze noemen hun kind of kleinkind.”

Tempel hoort er meestal geen onverschilligheid in, maar verwarring. Iemand kan het werk niet plaatsen en zoekt woorden. “Vaak betekent het eigenlijk: help me, leid me hierin binnen. Als iemand werkelijk niets voelt, loopt diegene meestal gewoon door.”

Zo’n opmerking opent een gesprek. Tempel vraagt bijvoorbeeld of iemand van muziek houdt. In muziek herkennen de meeste mensen ritme en harmonie zonder die technisch te hoeven ontleden. Dezelfde elementen kunnen in een abstract schilderij zitten. Zodra iemand dat ritme begint te zien, is het werk niet langer een gesloten deur.

Goede smaak bestaat volgens Tempel wel, maar juist grote kunstenaars durven ermee te spelen. Hij noemt Henri Matisse, die in één interieur meerdere stillevens en botsende patronen samenbrengt. Een tafelkleed, behang en jurk vragen allemaal om aandacht. “Dat hoort eigenlijk niet. Matisse doet het toch, en hij komt ermee weg. Niet omdat alles zomaar kan, maar omdat hij heel bewust weet wat hij doet.”

Een kunstwerk groeit met je mee

Sommige kunstwerken hebben tijd nodig. Tempel vertelt over een werk van Eva Hesse in de collectie van het Kröller-Müller Museum: een rij gelige, transparante buizen die schuin tegen een muur leunen. Toen hij het decennia geleden voor het eerst zag, dacht hij vooral: wat is dit?

Nu ziet hij een fragiel en gevoelig werk. Zijn kennis van Hesses korte leven speelt mee, net als de associaties die de materialen oproepen. De buizen kunnen doen denken aan slangen in een ziekenhuis. Wat eerst afstandelijk en abstract leek, kreeg door de jaren heen een kwetsbare lading.

“Je moet sommige dingen vaker zien voordat je ze werkelijk gaat waarderen. Je eigen ontwikkeling speelt daarin mee. Wat je meemaakt, wat je verliest en waarvoor je gevoeliger wordt, neem je allemaal mee wanneer je kijkt.”

Ouder worden maakt je blik dus niet vanzelf beter, maar wel rijker aan ervaringen. Zelfs wanneer je maar af en toe een museum bezoekt, bouw je langzaam een referentiekader op. Een beeld dat je ooit koud liet, kan jaren later ineens dichtbij komen.

“Een kunstenaar brengt een bedoeling in het werk. Maar de betekenis wordt ook ingevuld door wat jij meeneemt. Een kunstwerk wordt als het ware vervolmaakt door de toeschouwer.”

Helene vertrouwde haar eigen blik

Die persoonlijke verhouding tot kunst herkent Tempel ook bij Helene Kröller-Müller, de grondlegger van het museum. Kunst was voor haar geen tijdverdrijf. Ze vond er richting en betekenis in.

“Als je het leven heel plat bekijkt, worden we geboren, leven we een jaar of tachtig en gaan we dood. Betekenis ontstaat door wat je doet, hoe je je inzet en waar je verdieping vindt. Helene vond die verdieping in kunst.”

Ze verzamelde niet om een encyclopedisch overzicht van iedere stroming te maken. Ze koos kunstenaars die zij “denkende kunstenaars” noemde. In haar ogen stonden zij op hetzelfde niveau als filosofen, wetenschappers en dichters. Dat maakte haar verzameling eigenzinnig. Ze durfde hele richtingen links te laten liggen en koos vanuit haar eigen overtuiging.

“Ze beoordeelde kunstenaars op hun eigen merites. Volgens mij probeerde ze te doorgronden wat er in hun manier van kijken gebeurde. Waarom schildert Van Gogh een compositie bijna volledig in verschillende tinten geel? Wat wil een kunstenaar daarmee bereiken?”

Helene vertrouwde niet alleen haar eigen smaak. Ze zag kunst als een vorm van visuele intelligentie: een fijngevoeligheid waarmee kunstenaars iets in de werkelijkheid opmerken wat anderen gemakkelijk missen. En hoewel de collectie uit haar persoonlijke zoektocht ontstond, wilde ze haar al vroeg voor anderen toegankelijk maken. Haar blik werd het begin van een publiek museum.

Wat natuur met kijken doet

In Otterlo begint het museumbezoek al voordat je een zaal binnenstapt. Het Kröller-Müller ligt midden in Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Tempel merkt zelf wat er gebeurt zodra hij de poorten passeert.

“Je ontspant. Je laat de dagelijkse beslommeringen even los. In een museum midden in de stad kom je soms binnen terwijl de taxi’s, trams en mensen nog om je heen razen. Hier zie je een wolk voor de zon schuiven. Een metalen beeld dat eerst warm rood leek, wordt ineens bijna dreigend zwart.”

De ontmoeting tussen kunst, architectuur en natuur maakt je ontvankelijker. In de beeldentuin van 25 hectare staan meer dan tweehonderd beelden. Licht, temperatuur, wind en seizoenen kijken als het ware met je mee.

Dat betekent niet dat je ieder werk meteen hoeft te waarderen. Tempel hoopt vooral dat bezoekers iets ervaren. “Ik hoop dat je huppelend naar buiten gaat. Misschien omdat je een heerlijke dag hebt gehad, misschien omdat je geëmotioneerd bent of veel hebt geleerd. Welke vorm het krijgt, maakt me niet uit. Maar als er niets gebeurt, hebben wij als museum iets niet goed gedaan.”

Zo kun je langer leren kijken

Wie nieuwsgieriger wil kijken, kan volgens Tempel heel eenvoudig beginnen. Neem een klein boekje en een potlood mee. Kijk een tijdje naar één werk, loop weg en schrijf op wat je je herinnert. Ga daarna terug. Wat had je wel gezien, en wat niet?

Kijk ook naar de omgeving van het werk. Waarom hangt dit schilderij in deze zaal? Welke werken staan ernaast? Wat gebeurt er wanneer een stilleven tussen abstracte schilderijen hangt? Een zaal is meestal geen toevallige verzameling. Ook de inrichting vertelt een verhaal.

Een werk dat geduld zichtbaar beloont is Ultimate Painting No. 39 van Ad Reinhardt. Op het eerste gezicht lijkt het doek volledig zwart. Wie langer kijkt en het oog aan de duisternis laat wennen, ontdekt kleine kleurverschillen en uiteindelijk een kruisvorm. Het is het enige werk van Reinhardt in een Nederlandse openbare collectie. Tijdens het gesprek hing het niet op zaal, dus controleer voor een bezoek of het inmiddels te zien is.

Juist het wachten is de ervaring. Het schilderij verandert niet. Je ogen doen dat.

Kunst mag onbegrijpelijk blijven

Aan het eind van het gesprek vertelt Tempel over twee oudere vrouwen die hij ooit bij een tentoonstelling zag. Bij het eerste schilderij begonnen ze te grinniken. Waarom hing een museum zo’n slecht geschilderd werk op? Toch liepen ze niet weg. Ze bleven bijna een uur, bekeken de hele tentoonstelling en praatten voortdurend met elkaar.

“Ze zochten woorden voor iets wat ze niet onder woorden konden brengen. Ze vonden het werk blijkbaar zo maf en boeiend dat ze zich er niet van los konden maken. Dat is fantastisch. Je mag denken: waarom hangt dit hier in hemelsnaam? Als je daarna maar blijft kijken.”

Kunst hoeft volgens Tempel geen waarheid te verkondigen. Ze hoeft je niet te vertellen hoe je moet leven. “Kunst mag onbegrijpelijk blijven en je toch raken. Haar belangrijkste rol is niet om je te bevestigen, maar om je in verwarring te brengen. Om je iets te laten afvragen.”

Misschien is dat de eenvoudigste manier om beter naar kunst te kijken: niet meteen vragen wat het betekent, maar opmerken waarom je nog niet wilt weglopen.

Nu te zien en te luisteren

Van Gogh, al onze schilderijen

Van 15 september 2026 tot en met 3 januari 2027 toont het Kröller-Müller Museum voor het eerst sinds 1984 alle 88 schilderijen van Vincent van Gogh uit de eigen collectie samen. De tentoonstelling is opgebouwd rond geloof, hoop en liefde, drie thema’s die volgens het museum een belangrijke rol spelen in Van Goghs leven en werk. Bekijk de tentoonstellingsinformatie en praktische bezoekgegevens.

De ontmaskerde vervalsing

In de zesdelige podcast De ontmaskerde vervalsing volg je het leven van Helene Kröller-Müller en de Wacker-affaire, een van de grootste vervalsingsschandalen uit de kunstgeschiedenis. Benno Tempel is een van de deskundigen in de zesde aflevering. Luister naar de podcast via het museum.

EXCLUSIEVE BIJEENKOMST
NALATEN AAN CULTUUR

Wat wil jij nalaten voor de toekomst? Ontdek het tijdens onze exclusieve bijeenkomst op maandag 2 november van 13.00 tot 16.00 uur.

Inspirerende sprekers delen hun inzichten over het belang van nalaten aan cultuur. Zo zal Jelger de Kroon, IT-notaris en expert op het gebied van digitale nalatenschap, je op een heldere en boeiende manier laten zien waarom het zo belangrijk is om je online erfenis goed te regelen. Ook deelt hij praktische tips over hoe je voorkomt dat nabestaanden straks voor een gesloten digitale deur staan.

En we verwelkomen Hadassah de Boer, die we kennen als interviewer en presentator met haar scherpe vragen, warme stijl en oprechte nieuwsgierigheid. Zij gaat in gesprek met onze directeur Benno Tempel over de betekenis van nalaten aan cultuur en de rol die cultuur kan spelen in de toekomst.

Op deze dag openen we exclusief voor deelnemers onze deuren. Zo kun je na de bijeenkomst in alle rust de tentoonstelling Van Gogh, al onze schilderijen bezoeken.

Meld je aan: Kröller-Müller Museum - online tickets

‍

Vergelijkbare artikelen