Je hebt gewandeld, boodschappen gedaan en de trap genomen. Toch vertelt je horloge aan het einde van de dag dat je doel niet is gehaald. Onderzoek naar dagelijkse stappen geeft reden om minder streng naar dat ronde getal van 10.000 te kijken. Ook daaronder worden gunstige verbanden met gezondheid gevonden.

Een onderzoeksgroep onder leiding van Melody Ding van de University of Sydney bracht in 2025 de resultaten van 57 studies samen. De onderzoeken waren uitgevoerd in meer dan tien landen. Deelnemers droegen apparaten die hun stappen registreerden; vervolgens werd gekeken naar uiteenlopende gezondheidsuitkomsten.
Het overzicht, gepubliceerd in The Lancet Public Health, onderzocht onder meer sterfte, hart- en vaatziekten, diabetes type 2 en dementie. Daarmee ging het verder dan de vraag of mensen die meer lopen gemiddeld langer leven.
Bij ongeveer 7.000 dagelijkse stappen vonden de onderzoekers voor verschillende uitkomsten al duidelijke gunstige verbanden, vergeleken met 2.000 stappen. Voor totale sterfte was het relatieve risico in de analyse 47 procent lager. Dat percentage is een vergelijking tussen groepen tijdens de onderzochte perioden. Het betekent niet dat een individu zijn persoonlijke kans op overlijden met bijna de helft kan terugbrengen door één stappendoel in te stellen.
Het zou jammer zijn als 7.000 nu dezelfde dwingende status krijgt als 10.000. De onderzoekers zagen ook bij lagere aantallen gunstige verschillen. Mensen met ongeveer 4.000 stappen per dag hadden op verschillende uitkomsten een gunstiger profiel dan mensen met ongeveer 2.000.
Voor wie al veel loopt, is er bovendien geen reden om bij 7.000 abrupt te stoppen. De studie probeert een bruikbaar beeld te geven van de relatie tussen beweging en gezondheid. Ze wijst geen universeel maximum aan.
Er blijft een belangrijke beperking: de onderliggende onderzoeken zijn observationeel. Mensen die meer lopen, kunnen op andere punten verschillen van mensen die weinig lopen. Ook kan een slechte gezondheid de reden zijn dat iemand minder beweegt. Statistische correcties helpen, maar nemen zulke onzekerheden niet volledig weg.
De uitkomsten ondersteunen dus het belang van bewegen, zonder te bewijzen dat een bepaald aantal stappen voor iedereen hetzelfde effect heeft.
Een stappenteller geeft maar één deel van je beweging weer. Een fietstocht kan een actieve middag zijn terwijl je dagtotaal nauwelijks oploopt. Hetzelfde geldt voor zwemmen en sommige vormen van krachttraining.
De Nederlandse beweegrichtlijnen zijn daarom breder. Volwassenen krijgen het advies om wekelijks minstens 150 minuten matig intensief te bewegen, verspreid over verschillende dagen. Daarnaast worden minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten aanbevolen, voor ouderen gecombineerd met balansoefeningen. Ook minder stilzitten hoort erbij. gezondheidsraad.nl
Je kunt dus een beweeglijke week hebben zonder dagelijks hetzelfde getal op je scherm te zien. Wandelen, fietsen en oefeningen vullen elkaar aan.
Wie graag stappen telt, kan beginnen met kijken naar een gewone week. Hoeveel loop je op dagen met afspraken? Wat gebeurt er wanneer je thuis blijft? Zo ontdek je waar beweging vanzelf ontstaat en waar een klein extra rondje past.
Kies vervolgens iets concreets: een wandeling na de lunch, lopend een boodschap doen of een afspraak met iemand die graag buiten bijpraat. Het helpt als de wandeling ook een bestemming of een prettig gezelschap heeft.
Gebruik je teller als informatie. Een lager dagtotaal na een lange fietstocht vertelt vooral iets over wat het apparaat registreert. En een dag waarop weinig lukt, hoeft niet dezelfde avond nog te worden gerepareerd.
Aan het einde van een wandeling mag je ook onthouden wie je tegenkwam, welke straat je ontdekte of hoe het buiten rook.
Verder lezen