Een gebruiksvoorwerp kan je jarenlang vergezellen zonder dat je veel over de maker weet. Kunstmuseum Den Haag zet keramiekontwerper Jan van der Vaart in de schijnwerpers. Zijn werk nodigt uit om beter te kijken naar iets vertrouwds: de vaas.
-JV-1290-00-SERICA-1997-03-(1187)-2.jpg)
Bij Jan van der Vaart, die leefde van 1931 tot 2000, krijgen die beslissingen alle ruimte. In Kunstmuseum Den Haag zijn nog tot en met 25 oktober 2026 meer dan 280 objecten te zien in Jan van der Vaart: voor Jan en alleman. De tentoonstelling brengt zowel unieke stukken als in serie vervaardigde ontwerpen bijeen.
Van der Vaarts werk herken je aan geometrische vormen en het veelal ontbreken van decoratie. Wit, zwart en bronskleurig glazuur komen regelmatig terug. Hij gaf ook de historische tulpenvaas een nieuwe uitwerking, met een uitgesproken constructivistische vormgeving.
Dat geeft je een eenvoudige manier om de tentoonstelling binnen te stappen. Kijk eerst naar de buitenlijn van een object. Waar wordt het breder? Waar versmalt het? Wat gebeurt er wanneer je een paar stappen opzijzet?
Bekijk vervolgens de openingen. Een vaas organiseert ook wat je erin zet. Een enkele wijde opening vraagt om een andere schikking dan een reeks afzonderlijke houders.
Je hoeft daarbij niet meteen te beslissen of je iets mooi vindt. Het is interessanter om te ontdekken waardoor je blik steeds bij hetzelfde object terugkomt.
Van der Vaart wilde zijn werk voor een groter publiek bereikbaar maken. Daarom koos hij ook voor serieproductie. Volgens het Kunstmuseum viel die keuze niet bij alle collega-keramisten en verzamelaars in goede aarde. Hij hield eraan vast.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschrijft verschillende manieren waarop zijn werk tot stand kwam: unieke objecten uit het eigen atelier, gegoten werken in kleinere series en latere samenwerkingen met onder meer Koninklijke Tichelaar Makkum en Rosenthal.
Het levert een boeiende vraag op voor de bezoeker. Wat waardeer je aan een voorwerp? De vorm, het handwerk, de zeldzaamheid of de gedachte dat iemand anders precies dezelfde vaas op tafel heeft staan?
Een serieproduct kan bovendien een heel persoonlijke geschiedenis krijgen. Omdat je het cadeau kreeg bij een verhuizing. Omdat het altijd bij je ouders op de kast stond. Of omdat je er zelf jaren voor omfietste langs een winkelruit.
Voor de tentoonstelling deed het Kunstmuseum een oproep aan particuliere bezitters om hun eigen Van der Vaart tijdelijk uit te lenen. Er kwamen zoveel aanmeldingen dat de inschrijving werd gesloten.
Die oproep past bij het onderwerp. Een ontwerper die werk voor dagelijks gebruik maakt, laat ook sporen achter buiten museumcollecties. Zijn voorwerpen worden verplaatst, gevuld, afgestoft en doorgegeven.
Neem dat idee mee tijdens het kijken. Welke vaas zou je thuis willen gebruiken? Waar zou ze staan? En zou je er bloemen in zetten, of juist niet?
Jan van der Vaart: voor Jan en alleman is te bezoeken in Kunstmuseum Den Haag. Bij de tentoonstelling verscheen ook de overzichtspublicatie Jan van der Vaart: Meesterpottenbakker. Bekijk de tentoonstellingspagina voor bezoekinformatie. Meer achtergrond vind je bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. www.kunstmuseum.nl
Misschien bekijk je thuis daarna eerst de vaas, en pas dan de bloemen.