Een hobby hoeft niets op te leveren om waardevol te zijn

Een stapel hout in de schuur, een halfgelezen roman, een schaakbord waarop de stukken blijven staan. Sommige bezigheden hebben geen deadline en geen opdrachtgever. Een internationale studie onder ruim 93.000 mensen laat zien dat zulke interesses een serieuze plaats verdienen in het onderzoek naar welzijn.

In samenwerking met

Een hobby hoeft niets op te leveren om waardevol te zijn
Proudies Redactie

Door 

Proudies Redactie

Gepubliceerd op

Oct 20, 2026

Gegevens uit zestien landen

Onderzoekers onder leiding van University College London analyseerden gegevens van 93.263 mensen van 65 jaar en ouder. Zij gebruikten vijf bestaande onderzoeken uit zestien landen, waaronder Japan, de Verenigde Staten en verschillende Europese landen.

De deelnemers werden gedurende vier tot acht jaar gevolgd. Het hebben van een hobby hing samen met minder depressieve klachten en meer geluk, levenstevredenheid en positief beoordeelde gezondheid. De verbanden bleven bestaan nadat de onderzoekers rekening hadden gehouden met verschillende andere kenmerken.

De studie verscheen in 2023 in Nature Medicine. Het is dus geen nieuw experiment, maar een omvangrijk onderzoek dat de aandacht voor vrijetijdsbesteding een internationale basis geeft. Nature Medicine

Wat telt eigenlijk als hobby?

Het woord kan iets kleins oproepen: een liefhebberij voor wanneer het echte werk gedaan is. In dit onderzoek ging het om een breed terrein, van lezen en tuinieren tot spelletjes, kunst en handwerk.

Tegelijk werden hobby’s niet in alle onderliggende onderzoeken op dezelfde manier uitgevraagd. Sommige deelnemers kregen een algemene vraag, andere een lijst met activiteiten. In het Chinese onderzoek ging het uitsluitend om sociale hobby’s. Daardoor zijn verschillen tussen landen niet zonder meer te lezen als verschillen in belangstelling.

Dat is ook buiten onderzoek een bruikbare gedachte. Misschien zeg je dat je geen hobby hebt, terwijl je graag recepten uitprobeert, oude kaarten bestudeert of uren aan een modelbouwproject werkt. Het etiket is minder interessant dan de bezigheid zelf.

Een verband dat twee kanten op kan werken

De onderzoekers zagen ook dat het hebben van een hobby samenhing met latere gunstige veranderingen in welzijn. Toch bewijst de studie niet dat een hobby die veranderingen veroorzaakt.

Hoofdonderzoeker Hei Wan Mak wijst erop dat de relatie waarschijnlijk in twee richtingen kan lopen. Wie zich beter voelt, kan gemakkelijker een interesse oppakken. Tegelijk kan het volhouden van een plezierige bezigheid bijdragen aan tevredenheid.

Daarmee is de uitkomst geen opdracht aan iedereen die zich somber voelt om een activiteit te zoeken. Beschikbare energie, gezondheid, geld en bereikbaarheid kunnen bepalen hoeveel ruimte iemand heeft.

Ook geeft de studie geen ranglijst van de beste hobby’s. Je kunt er niet uit afleiden dat schilderen beter werkt dan schaken, of dat je een bepaald aantal uren per week moet besteden.

Een eigen belangstelling serieus nemen

Voor de jaren waarin werk minder centraal komt te staan, biedt het onderzoek vooral een andere manier om naar tijdsbesteding te kijken. Een interesse mag op zichzelf belangrijk zijn. Ze hoeft niet uit te groeien tot een onderneming, een tentoonstelling of iets waarin je uitzonderlijk goed wordt.

Dat kan ruimte geven om iets opnieuw te proberen. Niet meteen een complete werkplaats inrichten, maar dat ene gereedschap weer gebruiken. Niet besluiten dat je voortaan iedere week een boek leest, maar verdergaan in het boek dat bleef liggen.

Je kunt jezelf daarbij een eenvoudige vraag stellen: naar welke bezigheid keer ik graag terug, ook wanneer niemand naar het resultaat vraagt?

Het antwoord hoeft niet indrukwekkend te klinken. Een eigen belangstelling herken je soms juist aan de vanzelfsprekendheid waarmee je er weer aan begint.

Verder lezen: de studie in Nature Medicine en de uitleg van UCL.

‍

Vergelijkbare artikelen