Er zijn schrijvers die verhalen bedenken. En er zijn schrijvers die het leven ontleden. Anna Enquist hoort tot die laatste categorie. Niet toevallig begon ze haar carrière niet als auteur, maar als concertpianist en psychoanalyticus; twee beroepen waarin luisteren belangrijker is dan spreken. Op haar 46e verscheen haar eerste dichtbundel, waarna romans volgden die miljoenen lezers bereikten en in vele talen werden vertaald.

Haar werk gaat zelden over gebeurtenissen.
Het gaat over wat gebeurtenissen met mensen dóen.
En vooral: wat er gebeurt als het leven niet meer vooruit maar achteruit lijkt te bewegen — in tijd, in lichaam, in relaties.
Dat maakt haar misschien wel een van de belangrijkste schrijvers over ouder worden van dit moment.
In haar nieuwste roman
Het einde van Erna Ankersmit
verschijnt een thuiszorgmedewerkster aan de deur van de oude, eigenzinnige schrijfster Erna. Tegen haar wil. Of eigenlijk: tegen haar zelfbeeld.
Erna heeft geen zorg nodig.
Erna wil geen zorg nodig hebben.
Erna ís iemand die voor zichzelf zorgt.
Maar de werkelijkheid denkt daar anders over.
De toevallige ontmoeting met verzorgster Vronie groeit langzaam uit tot een onverwachte vriendschap. Uiteindelijk maken ze samen een wandeltocht langs de Muur van Hadrianus in Engeland — een reis die herinneringen opent, rouw zichtbaar maakt en haar relatie met haar overleden echtgenoot opnieuw betekenis geeft.
Het klinkt klein.
Maar het onderwerp is groot: afhankelijkheid.
We praten in Nederland eindeloos over ouder worden — maar bijna altijd praktisch:
Zelden praten we over identiteit.
Wat betekent het als iemand anders ineens iets voor jou komt doen wat jij altijd zelf deed?
Niet omdat je het niet kunt — maar omdat anderen denken dat je het niet meer kúnt?
Dat is precies het terrein waar Enquist altijd schrijft:
niet over ouderdom, maar over het verlies van vanzelfsprekendheid.
In eerdere romans schreef ze al over rouw en verlies — vaak geïnspireerd door haar eigen leven, waaronder het overlijden van haar dochter, dat centraal stond in Contrapunt.
Maar in dit nieuwe boek verschuift het perspectief: niet het plotselinge verlies, maar het geleidelijke.
Niet de klap.
De verschuiving.
Wat Het einde van Erna Ankersmit bijzonder maakt, is dat het geen boek is over zorg — maar over macht.
Wie bepaalt wanneer iemand hulp nodig heeft?
De samenleving?
Kinderen?
De huisarts?
De verzekeraar?
Of jijzelf?
Dat vraagstuk wordt steeds actueler in een vergrijzende samenleving waarin mensen langer leven én langer zichzelf willen blijven.
En dat is precies waarom dit verhaal zo resoneert met de Proudies-missie.
Bij Proudies proberen we het beeld van ouder worden te verschuiven.
Niet richting “jong blijven”, maar richting:
regie houden.
De grootste angst van veel mensen is namelijk niet doodgaan.
Het is: niet meer zelf mogen bepalen.
Enquist beschrijft dat zonder slogans, zonder empowerment-taal en zonder optimisme dat niet klopt.
Ze laat zien dat autonomie geen vast bezit is, maar een voortdurende onderhandeling — met je lichaam, je omgeving en soms met iemand die ineens aanbelt.
Juist daarom is dit geen somber boek.
Het is een eerlijk boek.
En eerlijkheid over ouder worden ontbreekt vaak:
of het wordt dramatisch,
of het wordt marketing.
Hier wordt het menselijk.
Niet een moraal.
Maar een vraag.
Wie ben je nog, als iemand anders voorzichtig jouw leven begint over te nemen?
En misschien nog belangrijker:
Kun je afhankelijk worden zonder jezelf kwijt te raken?
Dat is geen literair thema.
Dat is een maatschappelijk thema.
Daarom vinden wij dit een boek dat gelezen moet worden — niet alleen door ouderen, maar juist door kinderen, partners en beleidsmakers.
Omdat ouder worden niet alleen een fase is.
Het is een relatie.
En Enquist schrijft misschien wel als geen ander hoe ingewikkeld liefde wordt wanneer zorg zich ermee gaat bemoeien.
Kortom:
Het einde van Erna Ankersmit gaat niet over het einde.
Het gaat over wie bepaalt wanneer iets een einde is.
En precies daarom past dit verhaal zo goed bij waar wij voor staan:
niet jong blijven, maar jezelf blijven.