NOS-presentator Afke Boven debuteert als schrijver met haar boek Als de laatste boot vertrokken is. Hiermee komt een grote jeugddroom uit. Het boek vertelt over haar eigen jeugd op Ameland gecombineerd met interviews met eilanders van alle Waddeneilanden. Hoewel ze tegenwoordig in Hilversum werkt, zoekt de nuchtere Friezin na de uitzending meteen het noorden op. Terug naar haar huis in Drenthe, of met een flinke vaart naar de veerboot in Holwerd. Want wat er ook gebeurt: Ameland is en blijft haar echte thuis.

Je boek Als de laatste boot vertrokken is is een bestseller. Gefeliciteerd! Hoe gaat het met je?
Afke vertelt lachend: “Druk! Ik zat net nog te denken: wanneer komt die rust nou eens? Ooit, hoop ik. Maar eerlijk is eerlijk: deze hectiek past ook wel bij mij. De verkoop gaat maar door en dat brengt een heerlijke rollercoaster met zich mee van interviews en boekpresentaties. Mijn huis is inmiddels een complete puinhoop; overal liggen paperassen en felicitatiecadeautjes. Maar ach, ik roep nu maar gewoon: ‘Er wordt hier tenminste geleefd!’”
Waarom een boek over de Waddeneilanden?
“Voor mij viel alles op zijn plek toen de uitgever mij benaderde met de vraag of ik een boek over de Wadden wilde schrijven. Een boek schrijven was al een droom sinds mijn vierde. De meeste waddenboeken gaan over de natuur en zijn geschreven door mensen van de wal. Ik wilde juist de eilanders zelf hun verhaal laten vertellen en het échte eilandleven laten zien. En het schrijven gaf lucht, want ik kon het nieuws en de rest van de wereld loslaten door in die eilandbubbel te stappen.”
Hoe vond je de mensen voor het boek?
“Ik zocht eilandbewoners die niet dagelijks in het nieuws zijn, maar wel een écht verhaal hebben. Op Ameland was dat makkelijk omdat ik daar veel mensen ken. Voor de andere eilanden ben ik gaan rondbellen. Via via kwam ik steeds verder. Op Vlieland vond ik een jonge politicus en op Schiermonnikoog sprak ik Marjolein, die door een klapband de liefde vond en vanuit Antwerpen naar het eiland verhuisde. Op het drukke, grote Texel ontmoette ik strandjutter Dennis Boon: een eilandbewoner in hart en nieren met het hart op de tong. Alle gesprekken maakten iets bij mij los. Ik voelde telkens: wij zijn van hetzelfde soort. Eilanders zijn soms terughoudend, maar als je door die afstandelijkheid heen breekt, verlopen de gesprekken vloeiend.”
Voel je je Amelander?
“Ik zou eigenlijk ‘eilander’ moeten zeggen want officieel ben ik import, maar ik voel mij een echte Amelander. Nog steeds, ook al woon ik er inmiddels al een tijdje niet meer. Mijn hart ligt er echt. Toen ik vijf was, verhuisde ik met mijn ouders naar Ameland omdat zij het rondvaartbedrijf van mijn opa overnamen. Gelukkig hoor ik nog vaak: ‘Je bent er een van ons.’ Het betekent ook echt iets als je er geboren bent. Eilanders vinden het bijvoorbeeld jammer als een kind aan de wal geboren wordt, omdat de naam van het eiland niet in het paspoort staat. Dat steekt. Dat diepe gevoel van verbondenheid speelt zelfs bij het overlijden nog een rol.”
Heeft dit boek jou zelf ook iets gebracht?
“Absoluut. Tijdens de gesprekken met de eilandbewoners besefte ik weer hoezeer zij met de seizoenen leven; van de intense zomerdrukte naar de absolute rust in de winter. In mijn jeugd was dat voor mij ook heel normaal. Inmiddels leef en werk ik in een 24-uurseconomie waarin het altijd maar doorgaat. Die tegenstelling was echt een eyeopener. Het drukte me met de neus op de feiten: hoezeer ik het ook probeer te negeren, ik hoor tegenwoordig qua ritme meer bij de toeristen dan bij de eilanders.”
In de winter zijn er heel weinig toeristen. Hoe is dat voor de eilanders?
“Iedereen heeft dan eindelijk weer tijd voor elkaar. De kroeg stroomt vol met dorpsgenoten, ze drinken een biertje en nemen de nieuwste roddels door. En tegen de tijd dat de winter voorbij is? Dan heeft iedereen weer volop zin in het nieuwe seizoen.”
Wat heeft het eiland je gebracht?
“Het heeft mij gevormd tot wie ik ben. Ik heb er goed ontwikkelde sociale voelsprieten door gekregen. Als kind scande ik op de rondvaartboot van mijn ouders al direct iedereen die binnenkwam. Ik was vroeg zelfstandig en ben behoorlijk eigenwijs – een prima combinatie. Ik denk ook dat ik vrij nuchter ben. En als eilander ervaar je hoeveel vrijheid er juist in beperktheid kan zitten.”
Wanneer wist je dat je journalist wilde worden?
“Achteraf gezien was het heel logisch. Als vierjarige maakte ik al zelf boekjes en op school zeiden ze altijd: ‘Die gaat later Nederlands studeren!’ Toch koos ik in eerste instantie voor een opleiding toerisme in Breda. Maar na twee weken wist ik al dat ik daar niet op mijn plek zat.
Niet veel later viel het kwartje. Ik verhuisde naar Zwolle om de School voor Journalistiek te gaan doen, en dat paste me vanaf het eerste moment als een jas. Als journalist kom je werkelijk overal en hoor je ontzettend veel. Het mooie is dat je al die informatie weer mag doorgeven aan anderen. Je kunt bovendien iedereen alles vragen. En willen ze eens geen antwoord geven? Dan is dat ook goed.”
Waarom ben je nieuwspresentator geworden?
“Ik hou van het nieuws en van reuring; er gebeurt altijd wel wat in de wereld. Ik ben dan meteen nieuwsgierig: wat gebeurt er precies, hoe reageren mensen erop en wat is de impact? Jarenlang heb ik achter de schermen programma’s gemaakt. Ik stak veel tijd in de voorbereiding, het verzamelen van informatie en het opzetten van interviews. Maar als het op presenteren aankwam, moest ik het stokje overdragen aan de presentator, die er vervolgens een eigen draai aan gaf. Dat vond ik jammer. Ik ben heel blij dat ik nu ook dat laatste, cruciale stukje zelf mag doen.”
Waar ga je zelf het liefst naartoe als je vakantie hebt?
“Naar de zee! Het liefst naar een plek waar ik kan surfen. Ik hou ook enorm van de natuur; Scandinavië vind ik bijvoorbeeld prachtig. Maar ja, daar is het vaak te koud om het water in te gaan, dus kies ik uiteindelijk toch meestal voor Zuid-Europa.”
Je zit veel voor je werk. Hoe blijf je fit?
“Door heel veel te wandelen. Ik ben dol op het buitenleven. Of het nu droog is of de regen met bakken uit de hemel komt, dat maakt me niks uit. Daarnaast doe ik thuis aan krachttraining. Duco van Nederland in Beweging heeft speciaal een schema voor me gemaakt.” Ze begint te lachen. “En tuinieren! Al zou je dat nu echt niet zeggen als je mijn tuin ziet hoor. Het is één grote chaos.”
Je presenteert ook de Formule 1. Dat is wel wat anders dan je liefde voor de rustige natuur…
“Er gebeurt simpelweg ontzettend veel in die sport. Achter elke coureur schuilt een verhaal. Hoe zijn ze in de autosport gerold? Waar komen ze vandaan? Wat is hun tactiek om te winnen? Die psychologie en dynamiek, daar hou ik van.”
Wat voor auto rijd je zelf eigenlijk?
“Een Audi.” Afke begint weer te lachen. “De receptionisten op het Mediapark roepen elke keer als ik aankom: ‘Nou Afke, we snappen wel dat jij de Formule 1 doet, je komt hier altijd keihard aanscheuren!’”

Is er een kans dat je weer op Ameland gaat wonen?
“In de toekomst sluit ik het zeker niet uit, mochten mijn vriend en ik er een mooi huis vinden. Eerst wacht ik tot mijn zoon Jay zijn middelbare school-diploma op zak heeft. Daarnaast moet het praktisch haalbaar zijn met mijn werk bij de NOS; misschien door af en toe in Hilversum te overnachten. Mensen vragen mij weleens: ‘Wat moet je daar dan, er is toch helemaal niks behalve water en land?’ Dan antwoord ik altijd: ‘Dat is niet niets, je hebt er niet niets. Ameland is simpelweg alles.’”