De mannen zijn naar het front. Het koor moet verder. In The Choral krijgt een eigenzinnige dirigent de taak om nieuwe stemmen te vinden in een Engelse gemeenschap die door de Eerste Wereldoorlog wordt ontwricht. Het drama met Ralph Fiennes is te bekijken op Netflix. Achter de zang gaat bovendien een bijzondere samenwerking met jonge musici schuil.

Een koor met lege plaatsen
Het is 1916 in het fictieve Ramsden, een plaats in Yorkshire. De plaatselijke koorvereniging heeft een groot deel van haar mannen aan het leger verloren. Het bestuur besluit nieuwe zangers te zoeken onder de jongens uit de omgeving. Ook zij kunnen binnenkort worden opgeroepen.
Tegelijkertijd moet er een nieuwe dirigent komen. De keuze valt op dr. Henry Guthrie, gespeeld door Ralph Fiennes. Hij is gedreven, veeleisend en pas teruggekeerd uit Duitsland. Dat laatste maakt hem in oorlogstijd bij voorbaat verdacht. Toch heeft het koor zijn kennis nodig.
Het uitgangspunt bevat een spanning die verder reikt dan de voorbereiding van een concert. Hoe werk je aan iets dat tijd en concentratie vraagt, terwijl de toekomst van de mensen naast je onzeker is? Een repetitie krijgt dan een andere betekenis. Er is een afspraak, een taak en een reden om opnieuw te komen.
Alan Bennett en Nicholas Hytner werken opnieuw samen
Het scenario is van Alan Bennett, de regie van Nicholas Hytner. Het is hun vierde gezamenlijke film. Eerder maakten ze onder meer The Madness of King George en The Lady in the Van. Naast Fiennes spelen onder anderen Roger Allam en Mark Addy mee.
Centraal staat de voorbereiding van Elgars The Dream of Gerontius. Daarmee kiest de film voor muziek die veel van haar uitvoerders vraagt. In een interview over de film sprak Hytner over zijn belangstelling voor de blijvende inzet van amateurkoren en de toegang tot klassieke muziek.
Dat maakt The Choral ook interessant voor wie zelf weleens heeft gerepeteerd voor een uitvoering. Het werken aan een gezamenlijk resultaat heeft zijn eigen kleine gebeurtenissen: een inzet die eindelijk klopt, een passage die opnieuw moet en het moment waarop je hoort wat jouw stem aan het geheel toevoegt.
De stemmen achter de acteurs
Een film over zingen moet ook muzikaal overtuigen. Daarvoor werkten de makers samen met musici van het Royal College of Music in Londen.
Tia Jordan Radix-Callixte en Hugo Brady leverden de zangstemmen voor de personages Mary en Clyde. Andere studenten en oud-studenten waren als koorleden in beeld te zien en te horen. Dirigent Natalie Murray Beale begeleidde Fiennes bij zijn voorbereiding op de rol van koorleider. Eerder coachte zij Cate Blanchett voor Tár.
Die samenwerking geeft je een extra manier om naar de film te kijken. De persoon die je ziet en de stem die je hoort, kunnen van verschillende uitvoerders zijn. Samen bouwen zij één geloofwaardig personage. Ook de bewegingen van een acteur die dirigeert, vragen voorbereiding: het gebaar moet passen bij de muziek die klinkt.
Het is werk dat gemakkelijk onzichtbaar blijft wanneer alles goed op elkaar aansluit.
Een avond om ook naar te luisteren
Je hoeft het werk van Elgar niet vooraf te kennen. Wel loont het om bij deze film aandacht te geven aan de muziek. Kijk bijvoorbeeld hoe de verhouding tussen dirigent en zangers verandert wanneer er werkelijk gezongen wordt. Wie leidt, wie luistert en wie durft zich te laten horen?
De historische setting maakt de omstandigheden uitzonderlijk. Het verlangen om samen ergens aan te werken is herkenbaar. Daarvoor hoeft een vereniging niet groot te zijn en een uitvoering niet beroemd te worden. Soms begint betrokkenheid heel praktisch: iemand rekent op je aanwezigheid bij de volgende repetitie.